Macranders solotoer op doodlopend pad

Voorstelling: Divastoer nr. 2, solo door Hester Macrander. Muziek: Geert Bremer. Regie: Frances Sanders. Gezien: 6/4 in de Kleine Komedie, Amsterdam.

De eerste theatersolo van Hester Macrander, twee jaar geleden finaliste in het Leids Cabaretfestival, hield een belofte in. Ze is expressief en zingt, schrijft en typeert - alles met een intensiteit die indruk maakt. Na de première van haar tweede programma, gisteravond, vermoed ik echter dat ze zich op een doodlopend pad bevindt. De talenten zijn allemaal nog ruimschoots aanwezig, de vraag is alleen in welke vorm die het best tot hun recht komen. Niet in een zelf geschreven solo, vrees ik.

Een avond lang is Hester Macrander in Divastoer nr. 2 doende iets te bewijzen en te beweren. Ze wil per se laten zien wat ze allemaal kan en straalt daarbij telkens datgene uit wat ze één van haar personages laat uitroepen: “Buitengewoon begaafd ben ik!”

Die kennelijke overtuiging keert zich na enige tijd tegen haar, vooral als ze pretentieus, maar gebrekkig Engels gaat zingen. Ze wil bovendien van alles beweren, meestal over de machtsverhoudingen tussen man en vrouw. Maar wat ze daarover in diverse uitdossingen te berde brengt, is al in duizend andere cabaretprogramma's gezegd. En meestal in scherpere bewoordingen. De fonkelende zinnetjes zijn veel te schaars, de rake observaties veel te dun gezaaid, de satirische wendingen in haar verhaaltje veel te voorspelbaar.

Het resultaat is geforceerd en vertoont een schrijnend gebrek aan zelfspot. Wie zichzelf zo verbeten staat te bewijzen, brengt loodzware ernst teweeg - ook als het grappig is bedoeld.