Keynes weer populair in Catshuis

DEN HAAG, 8 APRIL. Nederland worstelt met het dilemma van een duale economie. De export stijgt volgend jaar, als het Centraal Planbureau gelijk krijgt, aanzienlijk (plus zes procent), maar de binnenlandse bestedingen stagneren (plus één procent). De lastenverzwaringen door de overheid leggen een zware druk op de economie.

Afgelopen vrijdag hakte premier Lubbers in een notitie aan de ministerraad de knoop door: dan maar een wat hoger financieringstekort. Via enige lastenverlichting wil Lubbers de lonen en de prijzen matigen, waardoor de bedrijfswinsten niet langer onder druk staan. Dat zou de bedrijfsinvesteringen, die volgens het CPB dit jaar en volgend jaar licht dalen, kunnen opkrikken.

In feite grijpt Lubbers terug op het roemruchte plan van prof. D.B.J. Schouten, die onlangs afscheid nam van de Sociaal-Economische Raad. Dat plan, zo blijkt uit de cijfers, was de facto ook de leidraad voor het beleid van het kabinet Lubbers-II, toen het CDA met de VVD regeerde. Dank zij lastenverlichtingen kon indertijd de koopkracht stijgen. Maar dat ging wèl ten koste van het overheidstekort.

Het CPB constateerde in het gisteren gepubliceerde Centraal Economisch Plan dat tussen 1986 en 1990 “van een serieuze tekortreductie geen sprake is geweest”. Rekening houdend met incidentele vertekeningen (kasschuiven en wat niet al) steeg het tekort in die periode zelfs van 5,25 naar 6,25 procent van het nationale inkomen, een stijging met één procentpunt.

PvdA-minister Kok van Financiën heeft sindsdien korte metten gemaakt met de boekhoudtrucs van zijn CDA-voorganger Ruding. Dat betekent dat de tekortreductie, gecorrigeerd voor zulke incidentele vertekeningen, nu in feite nog groter was dan uit de officiële cijfers blijkt. Het CPB schat dat het overheidstekort tussen 1990 en 1993 met drie procentpunten zal dalen, wat aanzienlijk meer is dan de norm van het Regeerakkoord, dat tussen 1990 en 1994 een daling van het officiële tekortcijfer met twee procentpunt voorschrijft.

Natuurlijk is de schatkistbewaarder Kok niet blij met de jongste interventie van Lubbers. Zodra je de budgetdiscipline loslaat, dreigt niet alleen het hek van de dam te gaan, maar lopen ook de rentelasten op. Toch spreken de cijfers harde taal. Tussen 1985 en 1990 bedroeg de bijdrage van de collectieve lasten aan de koopkracht van de modale werknemer jaarlijks plus 1,5 procent. Tussen 1991 en 1993 valt die bijdrage net als in de jaren zeventig negatief uit: min 0,75 procent.

Lastenverzwaringen hebben het kabinet Lubbers/Kok aanzienlijk geholpen bij de tekortreductie. Maar diezelfde lastenverzwaringen (huren, aardgas, gezondheidszorg, benzine- en tabaksaccijns, etc.) dragen dit jaar voor 1,9 procent bij aan de consumptieprijsstijging van 3,4 procent. Ook volgend jaar is die bijdrage 2 procent bij een inflatie van 4,25 procent (de stijging van de inflatie heeft vooral te maken met hogere invoerprijzen).

Volgens de VVD, in een reactie van voormalig minister De Korte op het Centraal Econisch Plan, komt Nederland “dank zij dit kabinetsbeleid (lastenverzwaringen) terug in de greep van de fnuikende prijs-/loonspiraal van de zeventiger jaren”. Daarbij past echter de kanttekening - ook door het CPB verwoord - dat een deel van de lastenverzwaringen van het kabinet conjunctureel weliswaar ongunstig uitpakt, maar structureel dringend gewenst is. Denk bij voorbeeld aan het verminderen van de subsidies aan de sociale woningsector, een maatregel die de VVD wel voorstond maar nimmer heeft aangedurfd.

Directeur prof. G. Zalm van het Centraal Planbureau, weliswaar niet geheel onafhankelijk van het kabinet maar toch fungerend als het “economisch geweten”, schaarde zich gisteren bij de presentatie van de jongste CPB-prognoses achter Kok. Lastenverlichting zou volgens Zalm nu een goede zaak zijn, maar daar moeten dan wel bezuinigingen tegenover staan. Lastenverlichting zou des te meer gewenst zijn omdat de lasten dit jaar als gevolg van accijnsverhogingen en de WABM-milieuheffing met twee miljard gulden stijgen.

Voor Zalm staat anno 1992 de inflatiebestrijding voorop. Niet alleen omdat op die manier de lonen kunnen worden gematigd en de bedrijfswinsten kunnen worden opgekrikt (de arbeidsinkomensquote - het aandeel van de loonsom in het nationaal inkomen - die tussen 1981 en 1990 daalde van 92 naar 79 procent, steeg daarna weer tot 81 procent in 1992). Ook leidde de plotselinge verhoging van de Nederlandse inflatie in 1991 tot een schrikreactie op de internationale kapitaalmarkten, waardoor de Nederlandse rente steeg.

Met de werkgeversorganisaties en minister Andriessen van Economische Zaken kiest Zalm voor een verlaging van de BTW. Hij rekende gisteren voor dat een verlaging van de BTW met 2 miljard gulden de inflatie met een half procent omlaag drukt. Een verhoging met hetzelfde bedrag van de belastingvrije som voor werkenden, de optie die door minister De Vries van Sociale Zaken wordt verdedigd omdat werken daardoor voor uitkeringsgerechtigden aantrekkelijk wordt, zou de inflatie slechts met 0,1 procent drukken. De werkgelegenheidseffecten van beide opties ontlopen elkaar volgens Zalm niet veel.

Rest de vraag hoe een de lastenverlaging moet worden gefinancierd. Alle voorstanders, van De Vries tot Andriessen tot Zalm, blijven daarover tot dusver opmerkelijk vaag. Ook Kok, die de kat de bel aanbond met een pleidooi voor lastenverlichting gekoppeld aan loonmatiging, laat het volk daarover tot dusver in het ongewisse. Hij wil in ieder geval niet dat een eventuele ontkoppeling van lonen en uitkeringen de koopkracht van de laagste inkomens nog meer onder druk zet dan het CPB voor 1993 - daarbij nog uitgaande van koppeling - berekent. Lubbers kiest nu de gemakkelijkste weg: dan maar een wat hoger tekort. Na jaren aanbodeconomie wordt Keynes weer populair in het Catshuis.

Eerder deed ik boodschappen met mijn gastvrouw. Het assortiment van buurtwinkels ontstijgt het schraalhans-aanbod in steden als Sofia en Boekarest: diverse groente- en fruitsoorten, verse kruiden, melkprodukten. Slechts de vitrines van slagers bieden een vrijwel kale aanblik. De wet bant privéhandel uit - het begrip vrije markt is in Noord-Korea een sociale vloek die beelden oproept van uitbuiting en Verelendung. Bijna alle etenswaren zijn gerantsoeneerd. Ook voor de aanschaf van schoeisel en kleding moet So San Nyo bonnen overleggen. Hoe dan ook, denk ik in een plaatselijke Bijenkorf waar de rekken met levensmiddelen en consumptiegoederen net zo uitpuilen als het drukbezochte gebouw zelf: de meeste Moskovieten zouden Pyongyang waarschijnlijk likkebaardend verkennen.