Het signaal

Sommige vragen worden beantwoord. Zelfs op vragen die een heel leven lijken mee te gaan, kun je antwoord krijgen. Zo is me nu door iemand uit de doeken gedaan waarom op stationsklokken de zestigste seconde altijd zo lang aanhoudt.

De secondewijzer, begrijp ik, hoeft maar een grove aanduiding voor het verstrijken van de minuut te geven. Hij maakt zijn rondje in 58 seconden en gaat dan op de twaalf staan wachten tot hij wordt "ontgrendeld' door de "minuutimpuls', een speciale toon die via het eigen telefoonnet van de spoorwegen wordt afgegeven door een stuk of twintig over het land verspreide "moederklokken'. Deze klokken zijn al buitengewoon stipt van zichzelf en worden bovendien gecontroleerd door een radiosignaal, dat wordt betrokken van een radiosignaalgever in de buurt van Frankfurt. De zestigste seconde dient kortom voor het wegwerken van verschillen, voor het gelijklopen.

Dit verklaart veel. Technisch gesproken misschien zelfs alles. Maar het verklaart gelukkig niet waarom je bij een stationsklok aan hinkelen moet denken, waarom die struikelende voortgang van de tijd zo'n passende indruk maakt.

De mooiste stationsklok van de wereld hangt bij mijn weten in "Geweldige Jaren' van Reiner Kunze. Dit boekje is een jaar of vijftien geleden verschenen en beschrijft de verhoudingen in de DDR. Kunze: “De wijzer van de grote stationsklok wipte als een gummiknuppel op de één.”