Gedeputeerde Brabant legt zijn functie neer

DEN BOSCH, 8 APRIL. De Brabantse gedeputeerde dr.ir. M. Jellema (VVD) heeft gisteren besloten met onmiddellijke ingang zijn functie neer te leggen. Hij nam zijn besluit naar aanleiding van de discussie die in Provinciale Staten was ontstaan over zijn bijbanen.

Jellema kwam in opspraak nadat bleek dat hij Provinciale Staten onvoldoende had geïnformeerd over zijn bijbanen die verband houden met zijn adviseurschap van de Vereniging voor de particuliere zuivelindustrie in Den Haag. Vrijdag zou hij daarover in een commissievergadering aan de tand worden gevoeld.

Pogingen van Jellema om vooruitlopend op de vergadering meer duidelijkheid te verschaffen riepen bij het CDA en de PvdA, de coalitiepartners van de VVD in het College van GS, echter meer vragen op dan er werden beantwoord. Jellema zegt nu dat er voor hem onvoldoende politieke basis is om aan te blijven als lid van Gedeputeerde Staten.

Jellema, die in 1984 aantrad als gedeputeerde, bekleedde diverse functies in de zuivelindustrie. Aanvankelijk meldde hij die aan als een enkel adviseurschap. Provinciale Staten nemen hem ook kwalijk dat hij de inkomsten die hij met zijn bijbanen verwierf via een juridische constructie reserveerde voor zijn oudedagsvoorziening.

Bij de vorming van het Brabantse College van GS is afgesproken dat een gedeputeerde alles wat hij meer bijverdient dan dertig procent van zijn provinciale inkomen in de provinciekas stort. Volgens de Socialistische Partij zijn in de vorige zittingsperiode Jellema's inkomsten uit bijbanen opgelopen tot een half miljoen gulden. De gedeputeerde heeft steeds verklaard dat hij door een fout bij de Kamer van Koophandel ten onrechte te boek staat als directeur van de zuivelorganisatie.