EG; Het Europese kaartenhuis

Sinds vorige maand duidelijk werd dat de ratificatie van de verdragen van Maastricht niet probleemloos zou verlopen, zijn enkele reddingsoperaties op gang gekomen. Maar de uitkomst is nog steeds ongewis. Nu het Europese parlement schoorvoetend akkoord gaat en Ierland tracht abortus weer van Europa te scheiden, is Denemarken het volgende obstakel.

Het is inmiddels bekend: om verschillende redenen groeit in verschillende landen de onvrede over de verdragen en zodra één van de twaalf lidstaten ratificatie afwijst, gaan de monetaire en politieke unie niet door.

De meeste aandacht ging de afgelopen maand uit naar de verslechterende stemming in Duitsland. De sociaal-democratische oppositie wil dat de Bondsdag in 1996 alsnog kan stemmen over het opgaan van de D-mark in een Europese munt. De deelstaten eisen in EG-zaken die hen aangaan een vetorecht, of ten minste een grotere stem. Hoewel in Bonn het laatste woord nog lang niet is gesproken, lijkt onder aanvoering van een vastbesloten kanselier Kohl de ratificatie vooralsnog te zullen doorgaan. Al was het maar omdat Duitsland bij Europese eenwording zo'n economisch belang heeft.

Dan klonk er dreigende taal uit Spanje. Staatssecretaris Westendorp wil bankbiljetten uit het noorden om eventuele parlementaire opposanten te smoren. Maar premier Gonzalez kan de zo geschapen politieke ruimte benutten om als staatsman op te merken dat het land bij het afketsen van de ratificatie veel te verliezen heeft.

Onvoorspelbaarder was de ratificatie per referendum in Ierland en Denemarken. Het katholieke Ierland leek van de volksstemming in juni er één over zwangerschapsonderbreking te maken. Aanvankelijk had Dublin zelf gevraagd om het gewraakte protocol, waarin het vast liet leggen dat Europees recht het Ierse verbod op abortus onverlet laat. Maar de regering kreeg bittere spijt toen bleek dat hierdoor het hele verdrag dreigde te worden afgestemd. Het geval van het 14-jarige verkrachtingsslachtoffer dat niet voor een abortus naar Engeland mocht reizen, had de gemoederen danig verhit.

Eergisteren werd het Ierse verzoek om het protocol alsnog te wijzigen, door de EG-ministers van buitenlandse zaken afgewezen. Natuurlijk maakten ook zij zich zorgen over het Ierse probleem, maar zij moesten kiezen uit twee kwaden. Het bijeenroepen van een intergouvernementele conferentie om iets aan de verdragen te veranderen zou, zo vreesden zij, een doos van Pandora openen: rechts in Frankrijk wil het stemrecht voor buitenlandse EG-burgers schrappen, links in Duitsland wil de D-mark redden en voor je het weet heeft iedereen wel wat te heronderhandelen. Daarmee zou al het bereikte in gevaar komen. Het is geen visie die van zelfvertrouwen getuigt, al zal het wel realistisch zijn - de Europese Unie als kaartenhuis.

Verzin een list, was dus het advies dat de Ierse minister Andrews van zijn Europese collega's kreeg. Andrews zei uitstel van het referendum te overwegen. Een dag later had hij iets beters: eerst een apart referendum organiseren over abortus.

Nu de Denen nog. Zoals het er nu uitziet, stemmen zij bij hun volksraadpleging op 2 juni tegen. Nu heeft Denemarken nooit veel Euro-enthousiasme kunnen opbrengen (zo moeten ministers voor elke reis naar Brussel ruggespraak houden met het parlement) maar de uitslag van de laatste twee opiniepeilingen valt toch ook de regering in Kopenhagen rauw op de maag. De meerderheid van de bevolking voelt niets voor de Europese Unie.

De regering probeert de Denen nu warm te krijgen. Er is een plan voor vijf avondvullende televisieuitzendingen over Europa, al hebben tegenstanders van ratificatie zich al bij de Ombudsman gemeld om te eisen dat de uitzendingen strikt onpartijdig blijven.

Een eerdere poging werkte alleen maar averechts. De 300.000 exemplaren van de Unie-tekst, die via de postkantoren werden weggegeven, vonden weliswaar gretig aftrek. Maar na het doorworstelen van de verdragsartikelen was het eensluidende oordeel van de Denen: dit is onbegrijpelijk, dus niets voor ons. Een begeleidende tekst had ontbroken.