Een dijk voor de kop (2)

Het is merkwaardig met die dijkverhogingen langs de Waal, de Maas en de IJssel. Het is een geloof. Iedereen die er iets van af weet is Helemaal Tegen of Vierkant Vóór. De anderen zijn gek. Hemel en aarde liggen vlak tegen elkaar in deze met water en mensen gevulde Rijn-Maas-delta.

Wie niet in het rivierengebied woont en het drama niet heeft gevolgd weet niet hoe essentieel Nederlands de dijkenstrijd is. Dijkverzwaring gaat over mensenlevens en schade aan huizen en bedrijven. Het trauma van 1953, toen het maar één inventieve schipper, die zijn schuit bij Capelle in de dijk prikte, scheelde of Holland was tot Schiphol onder water gelopen.

Wat bij de zee niet meer mocht gebeuren, gold ook landinwaarts. Maar de prijs is hoger dan vijf miljoen per kilometer versterkte dijk: opheffing van de Betuwe, systematisering van zeldzaam geworden cultuurlandschappen. Heel bizar, een ramp-nu ter voorkoming van een ramp-over-duizend-jaar.

Daarover gaan vóór en tegen, zonder brug er tussen. Iedereen die hoopt dat Nederland meer blijft dan een verkeersplein, heeft een belang. Het land is van iedereen, en de democratie ziet er uit als een bevroren rivierlandschap.

Ingenieurs kunnen feilloos uitleggen dat het moet, dat de zeebodem omhoog komt en het klimaat warmer wordt, dat op de waterbodem in het Delta-gebied andere ribbelgaten en een verhoogde ruwheid ontstaan, waardoor de afstroming van de rivieren vertraagt. Kortom: haast u de rivierdijken te versterken, misschien zijn we op tijd.

En dan ga je naar het Kil van Hurweenen, op het eerste gezicht een ongerept binnendijks natuurgebied aan de zuidkant van de Waal, en je ziet wat de veiligheidslogica daar al heeft aangericht. Kijkend naar het Westen, richting Zaltbommel, is de dijk een volstrekt levenloze betonworst die nergens bij hoort en zich amper buigend uitstrekt tot in het verdwijnpunt. Verboden voor auto's en bomen, fijn om te fietsen, maar niet om aan te zien.

Draai 180 graden en besef de schizofrenie van het debat die hier op één punt is gevangen. Want volg je de Waaldijk in oostelijke richting dan meandert zij zoals water en mensenhanden in de loop van eeuwen hebben afgesproken. De Bommelerwaard leeft. Huisjes vleien zich als poezen op de schoot van de dijk, een moestuintje behaaglijk in de rug. Hier is de vooruitgang nog niet geweest.

De verbittering is wederzijds en begrijpelijk. De dijkverzwaarders menen een opdracht van de Tweede Kamer te hebben. Onder regie van Rijkswaterstaat zetten waterschappen, polderbesturen en provinciale bestuurders de schouders onder de klus. De Kamer ziet toe en vraagt de minister van verkeer en waterstaat de vaart er in te houden.

Dijkbewoners, natuurbeschermers en kunstenaars met een meer dan gemiddeld ontwikkeld oog voor de unieke eigenschappen van het rivierengebied slaan alarm. De dijken worden in kleine stukken tegelijk aangepakt, net klein genoeg om niet onder de verplichting tot "milieu-effect rapportage' te vallen. Waar de bulldozer voor de deur staat laait het verzet op. Ex-stadsmensen hebben daarbij soms het hoogste woord.

Ingenieurs en bestuurders vinden dat verdacht. Dat is kortzichtig. Niemand kan actie voeren voor de hele wereld. De dreigende ondergang van het eigen stukje dijk is het meest levende bewijs dat het hele plan rampzalig is. Wie de stad kent en misschien wat meer van de wereld heeft gezien, beseft acuter wat er op het spel staat. Daar is niets verdachts of ongeldigs aan.

Ingenieurs zijn beter in rekenen en studeren, dan in verantwoording afleggen. Dat is maar goed ook, want bruggen en dijken moeten het houden lang nadat de inspraakavond voorbij is. Maar het risico van isolement is groot. Bovendien nemen zij voor de zekerheid altijd een bout van een maatje sterker dan strikt nodig, voor het geval dat. Ook dat is begrijpelijk.

Formeel gezien hoeven ingenieurs zich niet te verantwoorden. Daar zijn politici voor. Maar in dit dijkendrama, want dat is het, is die redenering te simpel. De cirkel is te rond: ingenieurs doen wat de politiek zegt, en de politiek neemt aan wat de ingenieurs voorrekenen, ook als de veronderstellingen en de rekenmethode in de loop der jaren veranderen. Zo is heel Nederland weer van zijn verantwoordelijkheid af.

Daarom is het tijd dat verstandige mensen, met of zonder lagere school, hardop conclusies durven trekken uit wat nu bekend is. De brede steun in de Tweede Kamer voor de dijkverzwaringen, "97 procent van de dijkversterkingen moet in 2004 klaar zijn', duidt op stevig beargumenteerde besluitvorming, maar dat waag ik te betwijfelen. Het is voor politici het makkelijkst om voor het meest direct aansprekende sentiment op te komen. Wie maar een neef in de watersnood van 1953 heeft gehad, laat niet na het "Dat nooit meer'-vaandel te hijsen.

Het is veel moeilijker op te komen voor de verdwijnende schoonheid van het land. Zijn daar mensenlevens van afhankelijk? Wat is nou een cultuurlandschap? Al die knotwilgen en zompige veldjes. De armoe die is geleden in die bekrompen dijkhuisjes, idealiseert u dat niet? Ach ja, de Noordoostpolder is veel netter ingericht. We leggen nette stadswijken aan voor wie moet verhuizen. Wilt u een bos erbij? Leggen we aan. Natuurinrichting kan alles. “Rijkswaterstaat gaat tegenwoordig groen gekleed”.

De motie-Eversdijk van vorig jaar, die aandrong op bekwame spoed, werd ook gesteund door Groen Links en D66 omdat er ook in stond dat “natuur en landschap zo veel mogelijk ontzien” zouden worden. Daar zit de sleutel.

Zo veel mogelijk is in de praktijk bedroevend weinig, hier en daar een extra bocht om een pittoresk stadhuisje heen, terwijl honderden huizen met honden en mensen zijn ausradiert. De namaak-natuur die er voor in de plaats wordt aangeboden is even echt als de Floriade. Het braille van onze gemeenschappelijke geschiedenis wordt vervangen door schuurpapier. Watervast, dat is zeker.

Eén man heeft zijn eigen oplossing voor het dijkdilemma gevonden. De heer Hendricus Santen (82), staat voor zijn buitendijks huis en erf nabij Opijnen. Hij straalt: “Heb je het gehoord? Het gaat niet door. Maij heeft het zelf gezegd, ik heb het gehoord in een hele late radio-uitzending. Ik hoef niet weg.” Hij is geen stadsmens, zijn vader is hier al geboren. Hij heeft buitengesloten wat hij niet aan kan. Maar in de democratie moeten we een andere oplossing vinden.