De balzaal en de Tweede Kamer

Op 9 april 1806 stierf in Duitsland prins Willem V van Oranje, nadat hij ruim elf jaren in ballingschap had doorgebracht. Hij heeft in zijn leven geen grote daden verricht. Wel liet hij ons een bescheiden paleis na, niet meer dan een zijvleugel aan het oude Binnenhof. Op de hoofdverdieping lag een balzaal. De ontstaansgeschiedenis is een tragisch verhaal, dat parallel loopt aan de ondergang van het stadhouderschap.

In deze zaal wordt morgen voor de laatste maal een vergadering van de Tweede Kamer gehouden.

Het moet wel toeval zijn dat het morgen de sterfdag van Prins Willem V is. Hij bewaarde weinig plezierige herinneringen aan de balzaal. Toen in 1747 het stadhouderschap werd hersteld en Willem IV op het Binnenhof arriveerde, trof hij daar een reeks bouwvallige vertrekken aan. De prins gaf architect Pieter de Swart opdracht een ontwerp te maken voor een nieuwe vleugel.

Deze in Parijs geschoolde architect ontwierp een indrukwekkend paleis, dat in omvang en allure niet onderdeed voor vorstelijke verblijven in het buitenland. Wel moesten alle gebouwen aan de kant van het Buitenhof worden platgegooid en een deel van de Hofvijver gedempt. Zelfs Willem IV vond de uitvoering van het plan wat kostbaar. Het tweede, wat eenvoudiger ontwerp werd nooit uitgevoerd omdat de prins al in 1751 overleed. Zijn opvolger Willem V was een 3-jarige kleuter die voorlopig liever met blokken speelde. Pas na zijn huwelijk met Wilhelmina van Pruisen kwam het plan voor de uitbreiding van het stadhouderlijk kwartier weer ter sprake. Voor het prinselijk gezin met z'n drie kinderen en een omvangrijke hofhouding was de behuizing te krap. De zuinige Staten stelden nu 400.000 gulden ter beschikking voor de verbouwing.

Willem V haalde de afgekeurde plannen van Pieter de Swart weer tevoorschijn. Een leerling van deze architect, Friedrich Gunckel, kreeg opdracht voor een aangepast ontwerp. Ook zijn opzet bleek te duur, maar in 1777 werd toch eindelijk begonnen met de werkzaamheden. Door de aanbouw van een nieuwe vleugel aan de zuidzijde, werd de gothische Grote Zaal aan drie kanten omarmd en kreeg het Binnenhof zijn besloten karakter. Gunckel gebruikte grijze stenen voor het in sobere, late barokstijl opgetrokken gebouw. Het sloot niet mooi aan bij de donkere bakstenen van het vroegere stadhouderlijk kwartier. Maar het ritme van de oude arcaden werd in het nieuwe deel overgenomen, zodat er toch een zekere harmonie ontstond. Op de grote balzaal leefde Gunckel zich uit. De ruimte zou helemaal tot de kap reiken en rondom versierd worden met balkons voor muzikanten en gasten.

De bouw begon. Maar al gauw zorgde de oorlog met Engeland voor stagnatie. Daarna waren het de botsingen tussen patriotten en prinsgezinden die de bouwwerkzaamheden lamlegden. Eerst verbluft en daarna angstig zag Willem V toe, hoe zijn gezag afbrokkelde. Toen hij met zijn gezin Den Haag was ontvlucht, legden de arbeiders hun werk weer stil. Pas nadat het Pruisisch leger de patriotten had verjaagd en de orde in het land leek hersteld, durfde de prins op het Binnenhof terug te keren. Om de bevelhebber van het Pruisisch leger te belonen, beloofde hij diens zoon de erfprins Van Brunswijk Wolffenbüttel de hand van zijn enige dochter prinses Louise. Gunckel moest de bouw van de paleisvleugel nu snel afmaken. Omdat het onmogelijk bleek het totale bouwplan voor de trouwdatum af te ronden, concentreerde hij zich op de voltooiïng van de balzaal.

Op 14 oktober 1790 was alles gereed voor het grote feest; het bruidspaar kon het bal openen op de gloednieuwe dansvloer, die door enorme kaarsenkronen werd verlicht. Nadat Louise met haar bruidegom naar Brunswijk was vertrokken verliep de neergang van het stadhouderschap in versneld tempo. Bezield door de idealen van de Franse revolutie riepen de patriotten op tot de vernietiging van de Oranjemacht. Op buitenlandse hulp hoefde Willem V niet meer te rekenen. Zijn leger verkeerde in erbarmelijke staat. Prinses Wilhelmina en zijn beide energieke zoons bestookten hem thuis met verwijten. Als verlamd zag hij de gevaren op zich afkomen.

Nog eenmaal zou het Oranjehof in alle luister herleven. Dat was in 1791 toen de in Berlijn getrouwde erfprins Willem Frederik en zijn bruid een feestelijke intocht in Den Haag hielden. 's Avonds was er in de balzaal een "cercle'. De vertrekken aan de zijde van de Hofvijver werden door honderden vetpotjes geïllumineerd. Na het feest gingen de bouwwerkzaamheden gewoon door. In 1793 was alles helemaal klaar. Maar de Oranjes zouden er geen plezier meer aan beleven. Tijdens de strenge winter van 1794 marcheerden de Franse troepen over de bevroren rivieren naar het noorden. Ze werden als bevrijders door de patriotten ingehaald.

Op 18 januari 1795 's morgens vroeg betrad Willem V met zijn beide zonen de balzaal op het Binnenhof. De leden van de Staten hadden zich er zwijgend verzameld. De afscheidsbrief die Willem V had willen voorlezen was te lang, al na de eerste woorden drupten de tranen over zijn wangen. Hevig aangedaan stapte hij in zijn koets en reed voor de laatste maal onder de stadhouderspoort door. Op het strand van Scheveningen lag een visserspink klaar die hem met zijn zonen in de ijzige kou naar Engeland bracht. Wilhelmina was met haar schoondochter en 4-jarige kleinzoon drie dagen eerder gevlucht.

De prins heeft zijn vaderland nooit teruggezien. In 1796 werd in zijn balzaal op het Binnenhof de eerste Nationale Vergadering gehouden en op de voormalige dansvloer waren banken geplaatst voor de leden van het Bataafsche parlement. Hun maatregelen griefden de prins diep: al zijn ambten werden afgeschaft, zijn bezittingen - inclusief de paleizen - geconfisqueerd. Het prinselijk paar raakte in financiële moeilijkheden. Willem V gedroeg zich voor het eerst bewonderenswaardig. Nooit zeurde hij over het verlies van zijn spullen: “Ik moet mijn teering na mijn neering doen en misschien is dat wel goed voor mij”, schreef hij.

In december 1801 vertrok hij naar Duitsland waar hij aan een beroerte stierf. Na de ineenstorting van de Bataafsche Republiek en het ontslag van Lodewijk Napoleon, zou Willem Frederik worden uitgenodigd om naar Den Haag te komen. Er werd een hoge troon ontworpen met een fluwelen baldakijn en een kroon er bovenop. Hij paste mooi in de voormalige balzaal van stadhouder Willem V. In oktober 1815 opende zijn zoon daar als koning Willem I de eerste vergadering van de Staten Generaal.