Daggeldrente tijdelijk onder druk

AMSTERDAM, 8 APRIL. Mede als gevolg van het vrijvallen van de kasreserve van 13,5 miljard gulden, zakte de daggeldrente gedurende de laatste dag van vorige maand tot ver onder de acht procent. Opmerkelijk was dat de daggeldrente gisteren wederom fors daalde (tot 8 procent), ondanks het feit dat het gezamenlijke bankwezen sinds 1 april (tot 22 april) een bedrag van 9,7 miljard bij De Nederlandsche Bank in kas dient aan te houden in het kader van de kasreserveregeling.

Waarschijnlijk vloeide de sterke daling van de callrente gisteren voort uit de scheve verdeling van het geldmarkttekort over de diverse marktpartijen. Afgezien van beide genoemde dagen, bewoog het kortste geldmarkttarief de afgelopen week tussen de 9 en 9,5 procent, duidend op rustige tot ruime geldmarktverhoudingen. Dit blijkt ook uit de weekstaat. Mede dankzij de gebruikelijke einde maandsbelastingbetalingen, verminderde de roodstand van het Rijk met 2,9 miljard gulden. Deze verkrapping werd ruimschoots gecompenseerd door de vermindering van de kasreserveverplichting (met tussentijds een reserveloze dag) met 3,7 miljard gulden.

Daar De Nederlandsche Bank de banken tevens speciale geldmarktsteun van 2,4 miljard gulden verstrekte, konden de banken bijna 3 miljard gulden aflossen op hun contingent, ofwel een besparing van een procentpunt op het contingent realiseren. Terwijl thans 81 procent van de contingentsperiode voorbij is, hebben de banken 77 procent van het toelaatbare beroep verbruikt.

De langere geldmarkttarieven kwamen in de verslagweek nauwelijks van hun plaats. Enige stimulans werd aan het einde van de verslagperiode ontvangen door de ontspanning op de obligatiemarkt. Voor driemaands interbancaire deposito's moest maandag 9,60 procent worden betaald, tegen 9,62 procent in de week daarvoor. Vanaf vandaag gaat een nieuwe zevendaagse speciale belening in tegen de onveranderde rentevergoeding van 9,3 procent. De Bundesbank verleent de Duitse banken bijzondere geldmarktsteun tegen 9,55 procent. Ondanks het feit dat er voor een unilaterale wijziging van de officiële tarieven geen ruimte is, slaagt De Nederlandsche Bank erin de geldmarkttarieven ruim onder die van Duitsland te houden. Hierbij is de gulden/mark-koers niet in gevaar gekomen. Integendeel, sinds medio maart is sprake van een stabiele koers van ongeveer 112,60 gulden, ruim onder de spilkoers (112,67 gulden).

De Nederlandsche Bank grijpt de beperkte ruimte die het thans heeft om de markttarieven beneden die in Duitsland te houden met beide handen aan. Bron: NMB Postbank Groep