Concentratie in financiële wereld vergt meer toezicht

ROTTERDAM, 8 APRIL. Het gebeurt niet vaak dat De Nederlandsche Bank zich in het openbaar kritisch uitlaat over de Nederlandse financiële sector. Daarom wegen de woorden die directielid prof. dr. A. Wellink gisteren sprak over de concentratiegolf onder de banken in Nederland zwaar. Naast de zorg voor het monetaire beleid in Nederland is het de taak van de centrale bank om toezicht uit te oefenen op het bank- en krediet- en beleggingswezen in Nederland. En juist die rol, zei Wellink, wordt voor de centrale bank steeds moeilijker.

Wellink gaf gisteren toe dat de concentratiegolf in Nederland onontkoombaar was. In de internationale financiële wereld van vandaag tellen alleen omvangrijke spelers mee. Wat echter internationaal gezien een middelgroot concern is, is in Nederlandse verhoudingen al snel een grootmacht. Het resultaat is dat de Nederlandse markt voor bedrijfskredieten op dit moment voor tachtig procent in handen is van de grote drie, Rabo/Interpolis, ING en ABN Amro. De laatste bank is zelf goed voor meer dan een derde van het balanstotaal van alle Nederlandse banken. De handel op de effectenbeurs is voor meer dan helft in handen van de grote drie. De concentratie in het Nederlandse bank- en verzekeringswezen heeft daarmee een internationaal gezien ongekende omvang bereikt.

De Nederlandse regelgeving voor het bank- en verzekeringswezen neemt internationaal gezien een tussenpositie in. In de Angelsaksische landen weerhouden strenge wetten de banken en verzekeraars van monopolisering en machtsmisbruik. In continentaal Europa is het beleid juist milder. In België, en Frankrijk zijn banques d'affaires niet zelden het middelpunt van een industrieel conglomeraat. De Deutsche Bank is zelf een van de machtigste aandeelhouders van het Duitse bedrijfsleven.

Wellink gaf in zijn toespraak te kennen dat de Nederlandse financiële wereld zich met de fusies tussen banken en verzekeraars en het aandeelhoudersschap van deze conglomeraten in niet-financiële ondernemingen meer en meer in de richting van continentaal Europa begeeft. Dat is tegen de zin van de Nederlandsche Bank, want het wettelijk toezicht van de centrale bank en de Verzekeringskamer houdt op dit moment geen gelijke tred met de gevolgen van de concentratiegolf voor het functioneren van de Nederlandse financiële markt.

Twee voorbeelden onderstrepen daar de mogelijke gevaren van. ABN Amro was samen met haar dochterondernemingen, vorig jaar verantwoordelijk voor ruim een derde van de handel in aandelen op de Amsterdamse Effectenbeurs. Nader onderzoek in de laatst beschikbare gegevens leert dat ABN Amro bankdiensten verzorgt voor tweederde van alle beursgenoteerde ondernemingen. Dat betekent in principe dat de bank op de hoogte kan zijn van investeringsvoornemens of financiële problemen bij een onderneming, en daar op de beurs voordeel mee kan doen.

Internationale Nederlanden Groep is als bankier minder zwaar vertegenwoordigd onder de beursgenoteerde ondernemingen, en de bankverzekeraar zorgt voor een negende van de beursomzet op het Damrak. Daar tegenover staat dat ING de grootste aandeelhouder van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven is. ING verleent krediet aan de beursgenoteerde onderneming, en handelt en belegt in de aandelen van diezelfde onderneming. Vorig jaar rezen er in dit opzicht vragen over de rol van de betrokken banken bij de financiële aftakeling van onder andere HCS Technology, het faillissement van Air Holland en Infotheek en de schuldsanering van Medicopharma en DAF.

Natuurlijk betreft het hier verschillende afdelingen van de banken, of zelfs verschillende dochterondernemingen, die strikt gezien weinig met elkaar te maken hebben. Bovendien geldt voor de banken de zogenaamde "Chinese Walls'-richtlijn. In deze vrijwillige gedragscode van de Nederlandse Vereniging van Banken, beloven de banken de informatie van beleggings- en effectenafdelingen enerzijds en de kredietafdelingen anderzijds strikt gescheiden te houden.

Wellink zei gisteren dat het toezicht van de Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer juist is verouderd omdat dat zich concentreert op werkmaatschappijen, terwijl volgens hem de belangenvermenging juist in de houdstermaatschappij kan optreden. Ook al zal de leiding van de bank er naar beste kunnen alles aan doen om gevoelige informatie af te schermen, bij zo'n prominente aanwezigheid van de "grote drie' in de kredietverlening, aandelenbezit en effectenhandel volstaan regelingen op basis van vrijwilligheid niet langer. Zoals bankiers ook zelf een contract prefereren boven een handdruk, zo vergt de concentratietendens in Nederland een wettelijk toezicht dat aan de veranderde omstandigheden is aangepast. De Nederlandsche Bank deed gisteren bij monde van Wellink geen concrete voorstellen op dit punt. Maar zijn opmerking dat de kwestie “een heet hangijzer” kan worden , sprak boekdelen.