Bonden verdeeld na nacht vol schorsingen

UTRECHT, 8 APRIL. “Je hebt gewoon een poen-CAO verkocht.” Gisteren werd voorzitter J. Kruse van de spoorwegvakbond FSV nog enthousiast begroet met “Jopie, Jopie”. Nu moet hij in de kantine van Utrecht Centraal Station het hoofd bieden aan de kritiek van het stakende personeel.

Het is zes uur in de ochtend en Kruse deelt de boze actievoerders de inhoud mee van het principe-akkoord dat hij met de NS-directie is overeengekomen. Een half uur eerder is FNV-onderhandelaar W. Korteweg in zijn eentje de kantine binnengekomen. “Ik sta hier alleen en dat is niet voor niets.” De FNV is weggelopen uit de onderhandelingen, omdat de NS-directie vasthoudt aan de mogelijkheid om aan bepaalde diensten afwijkende arbeidsvoorwaarden te verbinden. Toch stelt Korteweg voor de staking op te schorten. De zaal is het er niet mee eens. “Jullie hebben je dus toch uit elkaar laten spelen door de NS.”

Om dinsdagavond half negen beginnen de onderhandelingen tussen de bonden en de NS-directie. Wat een kort overleg moet worden, loopt uit op een dramatische uitputtingsslag. Vanaf het begin van de avond volgt schorsing op schorsing. Eerst vragen de vakbonden bedenktijd, als de harde opstelling van de NS hen afschrikt. Vervolgens is het de beurt aan de NS, die willen nadenken over verdere voorstellen. De derde schorsing komt weer voor rekening van de bonden, nadat de NS een "nieuw totaalbod' hebben gedaan. De Spoorwegen zorgen voor de vierde, lange schorsing. Daarna raakt menigeen de tel kwijt.

Tijdens de tweede schorsing blijkt dat de bonden uit elkaar drijven. CNV en FSV willen eerst het rapport van de commissie Wijffels afwachten. Deze commissie moet binnenkort adviseren over de toekomstige verhouding tussen overheid en Spoorwegen. Daarin speelt de rail-infrastructuur, en dus ook het onderhoud, een belangrijke rol. De flexibeler werktijden, die de NS voor ogen staan, betreffen vooralsnog met name het onderhoudspersoneel. De FNV eist een onafhankelijk onderzoek naar de concurrentiepositie van dit NS-onderdeel, alvorens over aanpassing van arbeids- en rusttijden te onderhandelen.

Om vier uur spreken de roodomrande ogen van de onderhandelaars boekdelen. Het overleg verloopt moeizaam. Van de CNV-onderhandelaar mag de NS-directie wel met een eindbod komen. “Dan nemen we dat maar mee naar onze leden.” Maar vijf minuten later trekt hij zijn opmerking weer in. “Een eindbod verhardt de zaak en zaait verdeeldheid op de werkvloer.”

Als FNV-onderhandelaar Korteweg ten slotte om half zes met hangende schouders de personeelkantine binnenloopt, richt de woede van de stakers zich vooral op Kruse (FSV), die op dat moment nog bij de NS-directie zit. “Als Joop komt, kun je lachen hoor.” Een CNV-lid stelt voor om collectief over te lopen naar de FNV. “Zeg dat nou nog niet”, waarschuwt een ander, “straks komen ze terug met een zak vol centen.”

De stakers willen van geen wijken weten. “We zijn nu gemotiveerd, nú moeten we doorgaan.” Volgende week maandag opnieuw staken, dat zien ze niet zitten. In het gedeelte van de kantine waar de werkwilligen verzameld zijn, schudt een conducteur het hoofd. Als de NS de flexibilisering van de werktijden van de Dienst Infrabeheer nu van tafel heeft gehaald, waarom dan nog verder staken? Het FSV-kaderlid wijst naar de met pamfletten beplakte muur. Er zijn nog veel meer eisen, zoals “één extra uitlooptrede in alle loonschalen”.

Onder gefluit arriveren Kruse en J. van de Kamp van de CNV. Kruse leest voor wat zijn bond in het principe-akkoord bereikt heeft. Het gaat over primair loon, over SAV-gelden, over eenmalige uitkeringen. Bedragen van 40 gulden, 25 gulden en 12 gulden en 50 cent. “Toe maar”, klinkt het uit de zaal, en: “We staken hier niet voor de centen”.

“Ik ben besteld om te zorgen dat Infra niet in deze CAO zou komen”, zegt Kruse, “en dat is gelukt”. Hij bedankt zijn leden en zegt dat ze hun diensten weer kunnen oppakken. Maar dat was niet de afspraak. “Eerst overleggen”. De leden eisen een garantie dat hun dienst- en rusttijden niet flexibel worden, het uiteindelijke doel van de NS-directie, zo vrezen ze. “Onze vrije dagen zijn niet te koop.”

“We moeten niet bang zijn voor de toekomst”, meent Kruse. “Ik hoor Messing”, is het antwoord. Ook J. van de Kamp van de Vervoersbond CNV kan de zaal niet bedaren. De afdeling Utrecht van de drie bonden trekt zich even gezamenlijk terug en stelt daarna voor de staking op te schorten. Het voorstel wordt afgestemd door de zaal. “We zitten hier niet twee dagen voor Jan Joker.”

Uiteindelijk vergadert elke bond toch maar apart. De FSV-leden staan wantrouwig tegenover het voorstel van hun onderhandelaars. “We hebben zoveel geld gekregen van de directie en dat is niet voor niks.” Leggen ze zich niet nu al vast op differentiatie tussen de verschillende diensten en een flexibilisering van arbeidstijden, willen de leden weten. Kort overleg met een jurist op het hoofdkantoor leert dat dat wel meevalt.

De stemming is dan allang omgeslagen. “Laten we nu gaan rijden, jongens.” Een lekkere trein “met tien of twaalf bakken”, daar heeft een machinist wel zin in. Dat wordt bevestigd wanneer de stemmen geteld worden. “De afdeling Utrecht van de FSV hervat het werk.” Een zaaltje verderop is de sfeer meer bedrukt. FNV-leden uit Utrecht gaan mopperend akkoord met het voorstel van hun bestuur om de staking op te schorten en sloffen naar de stationshal. “We moeten wel”, denkt een conducteur. Hij voelt zich in de steek gelaten door de andere bonden. Het afdelingshoofd spoort de FNV-ers aan om het de andere bondsleden niet kwalijk te nemen. “Samen de schouders er onder.”