Shackleton

Zondagmiddag doolde ik als een blinde door het huis. De BBC was namelijk zo driest geweest twee halve finales van de FA-Cup onmiddellijk na elkaar uit te zenden. Er zat ook nog een verlenging bij en toen ik de ogen een moment sloot na het allerlaatste fluitsignaal van de dag, vlogen de ballen als gekken door mijn geest. Tegen de lat, tegen de paal, tegen de keeper, de tribune in.... Het enige dat mij bijstond toen ik bij mijn positieven kwam, was de kleur van het shirt van Sunderland: rood wit, net als bij ons Sparta. Wie had ik ooit in dat shirt opmerkelijk zien voetballen? Na enig hersengekraak schoot het me te binnen: Len Shackleton.

Shackleton was een genie qua balbehandeling. Hij werd geboren in 1922 en zal derhalve op 3 mei a.s. zijn zeventigste verjaardag vieren. Hij acteerde niet meer dan vijf maal in het nationale elftal. De eerste keer in 1948 tegen Denemarken, de laatste keer in december '54 tegen wereldkampioen West-Duitsland. Hij maakte een fraai doelpunt in die wedstrijd, was 32 jaar oud en werd nooit meer gevraagd. Dat laatste had minder met zijn leeftijd te maken dan met zijn speelwijze en vooral met zijn gedrag tegen velen die functies in de voetballerij bekleedden zonder veel van de geheimen van het spel te kunnen doorgronden. Aan die laatste categorie had Shackleton een bloedhekel. In het slecht-leesbare boekje dat hij over zijn belevenissen schreef moest een pagina onbeschreven blijven. Erboven stond: “Wat het gemiddelde bestuurslid van voetbal af weet.”

Tja, op zo'n manier kun je een glanzende interlandcarrière wel vergeten, al is dat voor voetbal als kijkspel storend geweest, want "Shack' liet, mits in de juiste stemming, vaak grandioze staaltjes balkunstenaarschap zien. Toen een journalist een keuzecommissieheer destijds vroeg, waarom Shackleton nooit meer een kans kreeg, was het antwoord: “Omdat de interlands niet in een variététheater worden gespeeld, maar op Wembley.” Het zal een eeuwige strijd blijven, of er plaats moet zijn voor een schitterende technicus die niet hard werkt en zich niet in de eerste plaats teamspeler voelt. Als Shackleton de bal kreeg (hij bemachtigde hem nooit maar kreeg hem in de voeten aangespeeld) dan ging hij op avontuur uit. Zocht een tegenstander op, passeerde hem en keek om zich heen in wat voor situaties hij vervolgens trek had. Hij was onvoorspelbaar. Maar wat ik ooit op een donkere woensdagmiddag in Hull van hem heb gezien, tijdens Nederland A-Engeland B grensde aan het ongelofelijke. Midden in een Engelse aanval bediende Shackleton zijn linksbuiten. Hij deed daarbij alsof hij de bal met links wilde spelen, maar stapte over de bal heen en passte met zijn rechter been achter het linker langs. Ik hoop, dat u het zich kunt voorstellen. Zeker is dat de beweging stukken mooier was dan de beschrijving ervan. Dat komt trouwens vaker voor, want pure kunst staat vaak op voet van oorlog met het logge woord.

In het elftal van Sunderland à la 1992 heb ik vergeefs gezocht naar een nieuwe Shackleton. Alleen de nummer 10, Byrne, had iets van hem weg, maar niet veel. Het is trouwens zeer de vraag of Shackleton onder de huidige omstandigheden, met altijd een tegenstander in de rug en ook nog een van opzij, zijn grappen, grollen en kunststukjes had kunnen uithalen. Hij zou het zeker geprobeerd hebben, maar wellicht, na van alle kanten in de tang te zijn genomen, hoofdschuddend een vrediger sport hebben opgezocht. Want in cricket was hij eveneens een uitblinker.