Prof. Vinken: limieten van de winst zijn niet bereikt; Eigen groei winstaanjager Elsevier

AMSTERDAM, 7 APRIL. Op de beurs staat een onderneming die in tien jaar tijd in waarde is verdrieëndertigvoudigd. De naam: Uitgeversmaatschappij Elsevier. Dit jaar zal de stijging van het bedrijfsresultaat opnieuw die van het voorgaande jaar (plus 15 procent tot 437 miljoen gulden) overtreffen .

“Wij zien geen reden te twijfelen aan de voortduring van de waardestijging van de onderneming”, schrijft de voorzitter van de raad van bestuur, prof. dr. P.J. Vinken, in het verslag over '91. Vanochtend ging Vinken bij de presentatie van het jaarverslag in op vragen hoe lang een bedrijf zo snel kan blijven groeien. Vinken gaf toe dat wetenschappelijk gezien ook de winst van Elsevier eens zal afnemen.

Voor de paradox tussen zijn passage in het jaarverslag en die wetenschap heeft Vinken een simpele verklaring: “Men kan de omvang van de winstcurve niet van te voren vaststellen, kijk naar de permanente stijgingen bij Unilever en Shell.”

Vinken schreef in Elseviers jaarverslag over 1986: “Verdere groei van de winst door het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande winstbronnen heeft echter, na jaren van sanering en optimalisering, langzamerhand zijn limiet bereikt.” Elseviers bestuursvoorzitter leidde daaruit toen af dat toekomstige groei vooral moest komen uit acquisities met een hoger rendement dan het gemiddelde van de activiteiten van Elsevier. Vinken: “We wilden toen laten zien dat wij ook de zorg over onze winstontwikkeling van de buitenwereld deelden. Ik doe het niet weer. Dergelijke masochistische uitingen hebben geen zin.”

Nu blijkt dat in 1986 de limieten niet waren bereikt. De stijging van Elseviers exploitatieresultaat is vooral te danken geweest aan de autonome groei van de bedrijven die tien jaar geleden ook al tot het concern behoorden. Pas sinds 1989 telt het saldo van acquisities minus de desinvesteringen flink mee (resp. 50, 60 en 125 miljoen gulden, maar ook in de afgelopen jaren is autonome groei de winstaanjager geweest. De autonome winstgroei was in die jaren resp. 184, 227, en 241 miljoen gulden.

Vinken onderschrijft dat de limieten van de winst niet zijn bereikt. “Ik heb een lijn van tien jaar terug genomen. Ik had ook een lijn van twintig jaar terug kunnen nemen: de autonome groeipercentages blijven dezelfde weg omhoog gaan.”

De permanente waardestijging van Elsevier is volgens Vinken te danken aan stringente strategie. Steeds is gekozen voor produkten met vooruitontvangen abonnementsgelden, die geen of nauwelijks vermogensbeslag vereisen. Steeds is ook gezocht naar wetenschappelijke en professionele delen in plaats van activiteiten voor het grote publiek. Een voorwaarde voor winst is volgens Vinken investeren in een welvarend land. In Elseviers filosofie past geen Oostblok. “Er wonen wel mensen, maar er is geen geld. Uitgeven is iets voor welvarende landen. Uitgevers die naar het Oostblok gaan, moeten mij hun winstcijfers maar eens tonen”, aldus Vinken.

De strategie van het terugdringen van het vermogensbeslag lijkt haaks te staan op investeringen in kapitaals-intensieve drukpersen. Toch kondigt dochter Dagbladunie (uitgever van Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad) zo'n investering aan. Vinken: “Wat je hebt moet je goed onderhouden. Handelsdrukkerijen passen niet in onze strategie, maar dagbladen wel. De abonnees betalen vooruit en ook de advertenties worden snel betaald zodat het werkkapitaal per saldo ongeveer nul is. De kranten hebben één nadeel: dure drukpersen in speciaal daarvoor gemaakte gebouwen. Per saldo zitten de dagbladen in het midden van onze pyramide. Ze liggen niet onderaan waar wij willen snijden, maar de rentabiliteit is ook niet de hoogste van de groep. De Dagbladunie presteert in tijden van recessie, zoals in het afgelopen en in lopende jaar, constant. Dat betekent dat wanneer de markt aantrekt voor Elsevier belangrijke groeicapaciteit zit in de Dagbladunie. Daarom is zo'n investering in drukpersen verantwoord.”

Vinken ziet de eerste jaren geen mogelijkheden voor het nemen van belangen op televisie-gebied. Het concern verkocht onlangs met 54 miljoen gulden boekwinst een belang in RTL4. “Wij hadden een belang van 19 procent en konden niet uitbreiden. RTL kan dan wel winstgevend zijn, maar wat ziet Elsevier van de winst, wanneer de directie besluit de winst binnen het bedrijf te houden? Het probleem in Nederland is dat wij als uitgever niet het omroepbestel kunnen openbreken en in het buitenland zijn wij ook aan bepalingen gebonden. Daarmee houdt het op.”

Om aan de groeidoelstellingen te voldoen moet Elsevier jaarlijks 200 tot 400 miljoen gulden aan bedrijven acquireren. De eerste jaren hoeft Elsevier niet meer te acquireren om aan die doelstelling te voldoen, omdat de ruim 1,5 miljard gulden kostende wetenschappelijke uitgever Pergamon van de overleden magnaat Maxwell is overgenomen. Vinken is blij met de overneming. “We zijn door het oog van de naald gekropen.” Nu het Maxwell-imperium uit elkaar valt wil hij geen onderdelen kopen, omdat garanties dan ontbreken. Elsevier heeft bij Pergamon zijn garantie uitgebuit: Maxwell was gedwongen een bedrag van 150 miljoen gulden te betalen en heeft nog keurig aan zijn verplichtingen voldaan.

“Groei waar je niet voor betaald hebt”, dat is Vinkens strategie. Hij begrijpt achteraf pas waarom Maxwell zo snel zijn gouden kip Pergamon wilde slachten. Hij wil niet ingaan op nieuwe acquisitie-mogelijkheden: “Dat is het thema van de voorspelbaarheid van de geschiedenis. Ik had ook altijd aangenomen dat Pergamon niet te koop was”. De kansen lijken echter toe te nemen. Uitgeversgiganten als Time Warner, Murdochs News Corporation en het Franse Hachette lijken maar één ding aan hun hoofd te hebben: het verminderen van de schuldenlast. Daarbij zouden ze wel eens onderdelen kunnen afstoten. Vraag is alleen: past het bij Elsevier?

Beleggers beperken Elseviers acquisitiedrang. Vinken wil in normale omstandigheden niet meer betalen dan de beleggers zelf voor zijn aandeel over hebben: nu is dat ongeveer 19 maal de jaarwinst. “In onze strategie zit de wil tot groei. Wanneer een ander bedrijf dezelfde strategie heeft is het als twee gelijke sprinters: ze lopen gezamenlijk niet harder.”

Zijn financiële collega C.B. Alberti zei vanochtend dat hij de koers/winstverhouding nauwelijks relevant vindt voor een overneming. Hij kijkt vooral naar de toekomstige waardestijging.

Een hoge koers-winstverhouding vindt Elsevier de beste remedie tegen overvallers. Dat het bestuur kennelijk weinig hecht aan beschermingsconstructies blijkt uit de agenda voor de komende aandeelhoudersvergadering. Normaliter prijkt daar steevast als agendapunt de machtiging aan het bestuur om vijf jaar lang beschermingsmaatregelen te treffen zonder eerst een aandeelhoudersvergadering bijeen te hoeven roepen. Dat punt ontbreekt dit jaar voor het eerst.