"Politie laks bij aangifte discriminatie'

UTRECHT, 7 APRIL. De politie gaat te lichtvaardig om met klachten inzake discriminatie. Ondanks een richtlijn van de minister van justitie uit 1985 wordt ongeveer twintig procent van de aangiften niet opgenomen. Van de resterende klachten wordt naar schatting een derde niet naar de officier van justitie doorgestuurd.

Dit blijkt uit een onderzoek van de wetenschapswinkel van de Utrechtse rechtenfaculteit bij 23 van de 46 bureaus en meldpunten die zich in ons land met discriminatie bezighouden. Uit een enquête bij negen arrondissementsrechtbanken blijkt voorts dat van alle aangiften die het Openbaar Ministerie bereiken, ongeveer de helft eindigt in niet-vervolging.

Volgens een instructie van de minister van justitie uit 1985 moet iedere aangifte wegens discriminatie aan het Openbaar Ministerie worden voorgelegd. Blijkens het onderzoek hanteren agenten in de praktijk allerlei argumenten om aangiften niet op te tekenen of om deze te seponeren. Zo worden aangevers niet ontvankelijk verklaard, is er te weinig bewijs, ontbreekt een getuige of is de verdachte onbekend. Volgens onderzoekster M. Holthuizen zou een klacht alleen nog geweigerd mogen worden, als er absoluut geen strafbaar feit is te construeren.