Onderuitgezakt naar het werelduurrecord

Dit najaar probeert Bram Moens op de testbaan van de rijksdienst voor het wegverkeer in Lelystad het wereld-uurrecord human powered vehicles te vestigen. Daarvoor construeerde de Middelburger een futuristisch bouwwerk van 36.000 gulden waarmee hij indrukwekkende snelheden haalt. “Daar is de snelheid van een wielrenner niets bij.”

MIDDELBURG, 7 APRIL. Het ossekopstuur, dichte wielen en vederlichte frames. Futurisme in de wielersport is niet onbekend, want de Tour de France laat jaarlijks nieuwe snufjes op het gebied van technologische ontwikkeling zien. Daarbij staat alles in het teken de luchtweerstand te beperken om de snelheid te verhogen. Het gaat er gewoon om welke renner het beste gebruik maakt van aerodynamica. Maar de grootste sprong die het internationale wielrennen kan maken is uit den boze: het voortbewegen op een ligfiets.

Aan het einde van de vorige eeuw werd de ligfiets geïntroduceerd, eigenlijk meer geboren uit luiheid. Toen in de jaren dertig bleek dat de bestaande snelheidsrecords van racefietsen werden overtroffen, deed de UCI (internationale wielrenunie) de aerodynamische ligfietsen in de ban. Ligfietsen werd een "illegale' sport en stikte daardoor langzamerhand in de anonimiteit. In het midden van de jaren tachtig keerde het stiefkindje van de tweewielers terug om opnieuw de snelheidsrecords van de "traditionele' racefiets te overtreffen. De UCI blijft desondanks volharden in het negeren van ligfietsen.

Bram Moens, voorvechter, verkoper en constructeur van ligfietsen, is daarover niet te spreken. “Ik wil vooral laten zien dat het een serieus te nemen sport is”, begint hij. “Ik toon duidelijk aan wat het meest rendabele voertuig zonder motorische aandrijvingskracht is. Ik vind dat wielrenners altijd rijden als een soort parachute die tegen de wind probeert in te gaan.”

De ligfiets biedt volgens Moens twee voordelen ten opzichte van de orthodoxe racefiets. “De onvrede met de houding verdwijnt op een ligfiets. Je gebruikt behalve de benen, de rug-, arm-, en nekspieren intensief om vooruit te komen. Dat levert te veel statisch spiergebruik op. Bovendien is het harde zadel van een racefiets vervelend. Op een ligfiets heb je nooit zadelpijn. Eigenlijk fiets je zoals je tijdens het tv-kijken op de bank hangt. Onderuitgezakt.”

De resultaten van de ligfietsers spreken voor zich. Het werelduurrecord van de Italiaan Francesco Moser is namelijk niets vergeleken met de afstand die een handvol anonieme - maar getrainde - ligfietsers al aflegden. Zo heeft Moens in het verleden eens zestig kilometer in een uur gereden. Het huidige werelduurrecord - uiteraard niet officieel erkend door de UCI - staat op naam van de Brit Pat Kinch die een afstand van 75,76 kilometer in het uur aflegde. Ter vergelijking, Moser kwam in 1984 in Mexico tot 51,151 kilometer.

De internationale wielerunie peinst er echter niet over human powered vehicles tot het officiële circuit toe te laten. Inderdaad, het ding heeft trappers, een zadel en een stuur, maar daarmee houdt elke vergelijking met een fiets op. De afstand tussen de trapas en de bodem moet namelijk ten minste 24 centimeter en ten hoogste 30 centimeter bedragen. Bovendien schrijft het reglement van de UCI een minimale en maximale afstand voor tussen de loodlijnen neergelaten door de trapas en voor- en achterwielas. Omdat de trapas bij een ligfiets voor het voorwiel is gemonteerd voldoet de tweewieler niet aan die eisen. Hein Verbruggen verwoordt als voorzitter het standpunt van de overkoepelende wielrennersbond UCI. “Het toelaten van ligfietsen gaat ten koste van de heroïek van de renner. De fiets komt dan op de voorgrond, zodat iemand zonder noemenswaardige training harder gaat dan bijvoorbeeld Greg LeMond. Dat betekent de ondergang van de wielersport. Het liefst zie ik de wielrenners op een ouderwetse Gazelle de Tour rijden.”

“Het gaat mij ook helemaal niet om de snelheid”, zegt Verbruggen. “Wie vergelijkt nu de tijd die Kelly in Milaan-Sanremo nodig had met de tijd van Bugno twee jaar eerder? Niemand toch? Dat is toch niet belangrijk. De renner verkoopt de wielersport. Niet de fiets en vooral niet zoiets als een ligfiets. Als het aan de wielerunie ligt verschijnen ligfietsen daarom de eerste honderd jaar niet in het profpeloton.”

Moens is dan ook veroordeeld een marginale sport te bedrijven. Een sport die hij uiterst serieus neemt en die gestalte moet krijgen in een werelduurrecord. “Ik begin, nu het weer het toelaat, binnenkort met trainen. Waarschijnlijk zal ik dan begin september de poging wagen. Maar dat ligt aan de omstandigheden. Die moeten natuurlijk ideaal zijn. Windstil is het best, maar dat is ook het grote probleem in Nederland. Het waait altijd.”

Moens waagt zijn poging met een "verzet' van 77 tandjes op het trapastandwiel en 11 op het achterwiel, waardoor het wiel 80 tot 90 omwentelingen per minuut kan maken. Om de luchtweerstand te verlagen, heeft Moens met zijn partner, de voormalige plankzeiler Derk Thijs een overkapte ligfiets - een soort sigaar - ontworpen. De human powered vehicle, opgebouwd uit een zes kilo lichte kap van honderd procent koolstofvezel met een halve milimeter dik venster van polycarbonaat en een tien kilo wegend balsahout-frame met koolstofvezel als omhulsel, is daardoor uiterst kwetsbaar. Zijwind veroorzaakt bij een dicht oppervlak namelijk dronken rijgedrag. Andere gunstige omstandigheden noemt de 35-jarige Moens een lage luchtdruk en een temperatuur van 20 tot 25 graden. “Maar je moet ook mentaal fit zijn. Ik moet in feite een uur lang het verstand op nul zetten en maar rondjes draaien.”

Moens tracht het werelduurrecord niet alleen op een overkapte, maar ook op een minder geavanceerde ligfiets te vestigen. Met de kale fiets is een record verzekerd, omdat het een eerste recordpoging betreft. De dichte ligfiets dient voor een grotere uitdaging. “Ik probeer dat record aan te vallen, maar ik ga niet roepen dat ik een wereldrecord rijd. Dat het harder kan dan Kinch is gewoon een feit. En ik ben ook maar een gewone jongen. De snelheden die tot nu toe gerealiseerd zijn, werden trouwens allemaal door gewone jongens van de straat gereden. Die winnen op een ligfiets toch ook gewoon de Tour?”