NS ziet ruimte voor privatisering

UTRECHT, 7 APRIL. De Nederlandse Spoorwegen worden mogelijk geprivatiseerd. De directie van de NS houdt er ernstig rekening mee dat het bedrijf, nu nog in handen van de Nederlandse staat, op termijn interessant wordt voor private financiers.

“Als u mij een aantal jaren geleden had gevraagd of de NS moet worden geprivatiseerd, had ik u uitgelachen. Ik sluit nu niet langer uit dat we daar wel naar toe groeien. Maar dan heb je nog wel een jaar of tien nodig,” vertelt president-directeur drs. L.F. Ploeger van de NS. “Privatisering van de NS zou schitterend zijn.”

Volgens Ploeger vindt minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) privatisering ook “een leuke gedachte”. Voorwaarde is wel dat de NS concurrerend vervoer kan aanbieden. Daartoe moeten of de prijzen van het autovervoer omhoog, of moeten er goede financiële contracten met de overheid komen om ook onrendabele lijnen rendabel te maken voor private financiers, aldus Ploeger.

In het statige Hoofdgebouw III van de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht is het vandaag rustig. Het aanpalende Centraal Station is uitgestorven. De treinen staan voor de tweede achterenvolgende dag stil. Er zit geen enkele beweging in het arbeidsconflict tussen de NS-directie en de vakbonden over de komende CAO.

Aan dit uit de hand gelopen conflict liggen onder meer maatregelen ten grondslag die in EG-verband zijn genomen. Samen met NS-hoofddirecteur drs. A.M. Messing, neemt Ploeger deze ochtend ruim de tijd om uit te wijden over de consequenties van EG-afspraken voor de Nederlandse Spoorwegen. Terwijl NS-personeel zich opmaakt voor een demonstratie voor het hoofdkantoor, dompelen Ploeger en Messing onder in de EG en de onvermijdelijke toekomst van de NS.

“De speciale monopoliepositie van de NS gaat verdwijnen, dat heeft consequenties voor onze manieren van opereren. Daar heeft de doorsnee Nederlander en het personeel ook maar weinig notie van (....) We zijn er tot nog toe onvoldoende in geslaagd om deze boodschap over te brengen.

De EG heeft al een aantal maatregelen genomen. Zo vervalt deze zomer de bestaande regeling tussen de staat en de spoorwegen die er in voorziet dat de overheid moet opdraaien voor de verliezen die de spoorwegen lijden op de door diezelfde overheid gewenste onredabele activiteiten. “Er moeten meer zakelijke verhoudingen komen op basis van contracten”, aldus Ploeger.

En zo wil de EG ook toe naar een bestuurlijke scheiding tussen enerzijds de infrastructuur (de spoorlijnen zelf) en anderzijds de exploitatie van die infrastructuur (het vervoer over die spoorlijnen). Daarbij geldt dat niet langer uitsluitend de NS van die lijnen gebruik mogen maken, maar ook andere bedrijven.

Ploeger verwacht dat binnen één à twee jaar meer ondernemingen van de spoorlijnen gebruik maken dan nu - sporadisch - het geval is, niet alleen bij het goederenvervoer, maar ook bij het passagiersvervoer.

En dan zijn er natuurlijk nog de verordeningen van het EG-directoraat-generaal Mededinging, de door monopolisten zo gevreesde afdeling van de Eurepse Commissie die waakt over eerlijke concurrentie. “We zijn in de toekomst niet meer vrij in ons aanschaffingsbeleid, in ons samenwerkingsbeleid met andere bedrijven.” Een actueel voorbeeld vormt de Dienst Infrabeheer, de afdeling die zich met het onderhoud van de spoorlijnen bezighoudt. De NS is straks gebonden om ook andere, buitenlandse diensten te laten meedingen naar onderhoudsopdrachten voor haar infrastructuur. Dat betekent concurrentie voor de Dienst Infrabeheer. Om die concurrentie aan te kunnen moet personeel flexibeler ingezet kunnen worden, meent de directie. En dat geldt niet alleen voor de Dienst Infrabeheer, maar ook bij voorbeeld voor Elektrorail, de dochterondeneming van de NS die onder meer de elektromotoren onderhoudt en repareert, aldus Ploeger. Er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen, maar Ploeger en Messing laten het liever bij deze twee. “Dat heeft in het huidige conflict alleen maar een averechtse werking op het personeel”, meent Messing.

“De voorstellen die we hebben gedaan met de flexibilisering van de Dienst Infrabeheer vormen slechts een hele kleine stap op de weg die we nog moeten gaan”, stelt de hoofddirecteur die dezer dagen de spil vormt in het arbeidsconflict met de bonden. Messing verwacht dan ook in de komende jaren, wanneer de NS haar toekomstplannen voortzet, meer sociale onrust.

Het toekomstbeeld dat Messing en Ploeger oproepen is er een van een NS die organisatorisch geheel is opgedeeld in meer zelfstandige eenheden: in een Dienst Reizigersvervoer, een Dienst Goederenvervoer en een Dienst Infrastructuur en een Dienst Rollend Materieel. Zelfstandige diensten, helder en inzichtelijk, zodat de schijn van kruissubsidies zoveel mogelijk wordt vermeden.

Ploeger benadrukt wel dat de diensten onder een gemeenschappelijke noemer moeten blijven vallen, de NS. Het zou immers een puinhoop worden op de rails als de diensten geheel verzelfstandigd en los van elkaar gaan opereren. De NS-directie bezigt dan ook liever niet de term “verzelfstandiging”, want dat suggereert volgens Ploeger dat de diensten aparte BV's worden, “en dat hoeft niet per se het geval te zijn”. De NS-top gebruikt bij voorkeur de aanduiding “verbijzondering”.

Een concreet voorbeeld. De uitvoering van het NS-goederenvevoer wordt nu nog geregeld door de algmene Dienst Exploitatie van de NS, die tegelijkertijd ook het passagiersvervoer bedient. Dat kan niet langer meer het geval zijn, meent Ploeger. Het goederenvervoer moet zelfstandig gaan opereren. Het moet ook gaan concurreren met andere partijen die als gevolg van Europese regelgeving in toemenende mate de spoorwegen in Nederland zullen gaan gebruiken. “De verbijzonderde diensten moeten geheel onder de tucht van de markt gebracht worden.”

Probleem wordt natuurlijk hoe al die verschillende concurrerende diensten uit binnen- en buitenland gebruik kunnen gaan maken van een en hetzelfde spoorwegnet. Het is immers geen oude snelweg, waar iedereen naar eigen goeddunken gebruik van kan maken en waar op zijn hoogst files ontstaan. Dit probleem is het probleem van het capaciteitsmanagement. Ook hier denkt Ploeger aan een afzonderlijk bedrijfsonderdeel. Er gaan in Europa stemmen op die zeggen dat we deze dienst moeten verzelfstandigen, erkent Ploeger. Maar daar voelt de NS niets voor. “Het is onze kerntaak.”