Meerderheid raad steunt burgemeester Alphen

ALPHEN A/D RIJN, 7 APRIL. Burgemeester M. Paats van Alphen aan den Rijn mag van een ruime meerderheid in de gemeenteraad aanblijven. De stemming over een CDAmotie, waarin stond dat de conclusies van de commissie-Engwirda het vertrek van de burgemeester niet rechtvaardigen, kreeg rond half drie vannacht de steun van een onverwacht grote meerderheid: 22 tegen 9.

De VVD (acht van de drieëndertig zetels) wijzigde in de loop van de avond het eerder deze week ingenomen standpunt dat de burgemeester zich “ernstig op zijn positie” diende te beraden. Achtergrond van die omwenteling bleek een mislukte poging van de fracties van PvdA, D66 en VVD een nieuw college te vormen, waarin geen plaats was ingeruimd voor het CDA, met elf zetels de grootste fractie in de raad.

De drie partijen kwamen eerder deze week overeen dat zij de positie van burgemeester Paats bij de commissaris van de koningin in Zuid-Holland ter discussie zouden stellen. Volgens de anti-CDA-coalitie zouden de christen-democraten een bagatelliserende houding hebben aangenomen tegenover de beschuldigingen aan het adres van hun partijgenoten burgemeester Paats en oud-wethouder D. van Leeuwen. De geheime afspraken tussen D66, VVD en PvdA - hun nieuwe college was al rond - werden echter op het laatste moment doorkruist door twee wethouders van VVD en PvdA. Zij stemden tegen het plan en spraken hun vertrouwen uit in burgemeester Paats.

De raadsvergadering was belegd om de conclusies te bespreken uit het rapport van de commissie-Engwirda, die onderzoek deed naar de rol van het gemeentebestuur in de gifzaak op de stortplaats in de Coupépolder (1977-1982). In het rapport "De onderste steen' maakte de onderzoekscommissie het toenmalige college een aantal harde verwijten over zijn opstelling in de gifzaak.

Met de steun die de huidige wethouders en de burgemeester uiteindelijk van de raad kregen, lijkt voorlopig een einde te zijn gekomen aan de affaire-Coupépolder. Toch was burgemeester Paats de eerste die voorspelde dat het onderlinge vertrouwen tussen de partijen de komende maanden zwaar op de proef zal worden gesteld. Hij zei verder dat hij serieus heeft overwogen het veld te ruimen naar aanleiding van de kritiek in het rapport-Engwirda. “Mijn persoonlijk belang was meer gediend bij mijn vertrek dan bij mijn blijven”, zei Paats. “Er zullen nog veel moeilijke momenten komen. Maar ik vind dat je er niet bent om de gemakkelijkste weg te kiezen.” Hij liet het oordeel over zijn functioneren nadrukkelijk aan de raad, die een eventueel gebrek aan vertrouwen aan de minister van binnenlandse zaken zou kunnen voorleggen.

Paats kon zich moeilijk verenigen met de harde eindconclusies in het rapport-Engwirda, al aanvaardde hij de inhoud ten slotte wel. Hij verwierp echter het verwijt dat het gemeentebestuur verantwoordelijk is geweest voor “een klimaat waarin omkooppraktijken konden plaatsvinden”.

De politieke ruzies die zich gisteravond in het Alphense stadskantoor openbaarden en het uitblijven van sancties op falend bestuur betekenen volgens oppositiepartij D66 het “failliet van de lokale democratie”. “De onderlinge verhoudingen zijn verziekt”, zei fractievoorzitter A. van Geest, die tijdens het debat verscheidene keren aandrong op een “reconstructie” van het college, om de geloofwaardigheid in de plaatselijke politiek te herstellen en het vertrouwen van de burgers terug te winnen. Toen bleek dat de geheime afspraken over een nieuw college niet waren nagekomen, diende de D66-fractie op de valreep nog twee moties van wantrouwen in tegen de in haar ogen “dissidente” wethouders De Jong (PvdA) en Van As (VVD). De moties werden door geen enkele andere fractie gesteund.