Lega Nord wint verkiezingen waarin Italië zijn onvrede uit; Andreotti lijdt nederlaag

ROME, 7 APRIL. De vierpartijencoalitie in Italië heeft een gevoelige nederlaag geleden bij de parlementsverkiezingen zondag en maandag. Zij behield een minimale zetelmeerderheid, maar heeft zo zwaar aan prestige ingeboet dat een voortzetting van de coalitie onwaarschijnlijk is.

De christen-democraten, de spil van de coalitie, hebben in de 45 jaar dat zij de Italiaanse politiek domineren nog nooit zo'n slecht resultaat geboekt. Zij zakten onder de dertig procent. Partijsecretaris Arnaldo Forlani heeft zijn ontslag aangeboden.

De uitslag wordt algemeen uitgelegd als een teken van onvrede bij de kiezer over het functioneren van de politiek. Verschillende kranten spraken vanmorgen van "een politieke aardbeving'. Ter linkerzijde wordt gejuicht over "het einde van een regime'. Maar bij de oppositie is geen duidelijk alternatief zichtbaar. Daarom worden grote problemen verwacht bij de vorming van een nieuw kabinet.

De grote winnaar van de verkiezingen is Umberto Bossi, leider van de protestpartij Lega Nord. Dit is een nieuwe partij die vijf jaar terug niet verder kwam dan één senator en één Kamerlid, maar nu op landelijk niveau tegen de negen procent van de stemmen kreeg, goed voor 25 senatoren en 55 van de 630 Kamerleden. Zijn aanhang zit vrijwel uitsluitend in het rijke noorden.

Bossi heeft een felle campagne gevoerd tegen de traditionele partijen, die hij vereenzelvigt met corruptie, mafia en inefficiëntie. Hij wees gisteren deelname aan een kabinet vooralsnog af. “Om ons in de regering te krijgen moeten de partijen zelfmoord plegen”,zei hij.

Bovendien gaat geen van de andere partijen akkoord met zijn belangrijkste programmapunt: verdeling van Italië in drie deelrepublieken, zodat het noorden zijn eigen belastingen kan uitgeven.

De verliezers zijn de twee grootste partijen, de christen-democraten (DC) en de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS). De PDS kreeg 16,1 procent in de Kamer en 17 procent in de Senaat. Vijf jaar terug, toen zij nog de communistische partij heette, had zij 26,6 procent in de Kamer en 28 procent in de Senaat.

De nieuwe communistische partij Communistische Heroprichting, gevormd door tegenstanders van de naamsverandering in PDS, boekte een opvallend succes: 6,5 procent in de Senaat, 5,6 procent in de Kamer.

Pag 5: Coalitie zakt onder de 50 procent

De vier coalitiepartijen (christen-democraten, socialisten, liberalen en sociaal-democraten) zakten in percentages onder de vijftig procent. Door de manier waarop restzetels worden toegewezen kregen zij in de Senaat de kleinst mogelijke meerderheid. In de 630 zetels tellende Kamer heeft de coalitie 16 zetels meer dan nodig voor een meerderheid.

In de coalitie verloren ook de socialisten van Bettino Craxi iets terrein. Het is voor het eerst sinds Craxi de partijleiding overnam, in 1976, dat de partij niet groeit. Een teleurgestelde Craxi, die had gehoopt premier te worden van een stabiele regering, legde de uitslag uit als een stem tegen voortzetting van de huidige coalitie, al zou dat mathematisch mogelijk zijn.

Een volledige lijst van de nieuwe parlementariërs was rond het middaguur nog niet beschikbaar. Waarschijnlijk is al wel dat Alessandra Mussolini, de kleindochter van dictator Mussolini, voor de neo-fascistische Italiaanse Sociale Beweging MSI in de Senaat komt.

Een aantal vooraanstaande politici is niet herkozen. Onder hen is Guido Carli, de 77-jarige minister van Schatkist die als geen ander heeft aangedrongen op sanering van het begrotingstekort, en de christen-democratische senator en ex-minister Beniamino Andreatta, die Carli steunde. Angela Casella, de vrouw die vorig jaar in Calabrië rondtrok om haar ontvoerde zoon vrij te krijgen en daar nu kandidaat was voor de DC, is evenmin gekozen. Ook Luciano Benetton, president van het gelijknamige kledingbedrijf en kandidaat voor de Republikeinse partij, moet zijn politieke ambities opschorten.