Kritiek senator op Indonesië-beleid kabinet en Kamer

DEN HAAG, 7 APRIL. De gemeenschappelijke gedragslijn die kabinet en Kamer inzake Indonesië hebben gekozen heeft faliekant haar doel gemist. Binnenlands-politieke emotionaliteit is zelden een goede basis voor buitenlands-politieke rationaliteit.

Dat zei senator R. Zijlstra (CDA) vanmiddag tijdens de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken in de Eerste Kamer. “Onze fractie wil de politieke crisis die is ontstaan tussen ons land en Indonesië niet herleiden tot een incidentele uitglijder van een bewindsman, hoezeer deze ook escalerend heeft gewerkt. Hanteren van mensenrechten als norm voor ons buitenlands-politieke gedrag mag niet ontkoppeld worden van de inschatting en het effect; het mag niet blokkerend werken op het bereiken van buitenlands-politieke doelstellingen”, aldus Zijlstra.

Inschatten van het effect samen met bescheidenheid die “nu een keer past bij onze positie op het wereldtoneel” lijkt hem een hechtere basis voor het voeren van buitenlandse politiek. De CDA-fractie in de Eerste Kamer pleit ervoor dat de buitenlands-politieke aspecten van het kabinetsbeleid regulier en op het hoogste niveau beoordeeld worden, waarbij met name de vraag aan de orde dient te komen of de doelstellingen van de betrokken departementen voldoende in harmonie met elkaar gebracht kunnen worden. Zij wil ook dat Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken departementaal en politiek geïntegreerd worden.

Zijlstra citeerde ten slotte minister Van den Broek uit zijn eerste begroting van tien jaar geleden: “Nederland dient zich uiteraard steeds bewust te zijn van de grenzen van zijn mogelijkheden. De nadruk zal meer moeten liggen op het winnen van medestanders dan op het getuigen”.

H. Redemeijer (PvdA) vroeg later in het debat over de begroting van Ontwikkelingssamenwerking in de Eerste Kamer om “toch vooral niet overdreven angstig te worden”. “Het is niet alleen ons goede recht, het is ook onze plicht om in een volwassen relatie op te komen voor mensenrechten. Ik betreur het dat Indonesië de ontwikkelingsrelatie heeft verbroken. Natuurlijk moeten we heel voorzichtig afwegen wat onze actie moet zijn. Daarbij zal je steeds zorgvuldig moeten nagaan in een proces waarbij je alle aspecten onder ogen ziet, of maatregelen direct moeten worden genomen of dat "stille diplomatie' beter werkt. Maar overdreven angst dient de mensenrechten slecht.”