JERRY BROWN; Fenomeen uit de jaren zeventig

In de Amerikaanse deelstaat New York worden vandaag voorverkiezingen gehouden. Voor de Democratische kandidaat Jerry Brown, grote rivaal van koploper Bill Clinton, wordt het erop of eronder. “Brown is de enige progressieve kandidaat. Waarom laten we het hem niet eens voor vier jaar proberen?”

NEW YORK, 7 APRIL. De menigte wacht al twee uur in de gure wind op het New-Yorkse Washington Square en er is nog geen spoor van de presidentskandidaat, ex-gouverneur Jerry Brown. Hij is, zoals altijd, veel te laat. Organisatie is niet het sterkste punt van deze ex-gouverneur van Californië. Onder het publiek zijn jongens met paardestaarten en mannen met baarden en legerfietsjes. Een in Amerikaanse vlag gehulde vrouw huppelt rond met een kartonnen doosje om campagnegiften te verzamelen. Dit is de oude progressieve coalitie van de jaren zestig en zeventig, vlakbij New York University. Deze mensen zullen bij de voorverkiezingen in New York vandaag op Brown stemmen.

Het is een coalitie die in deze tijd aan kracht wint. Zondag waren deze jonge mensen en veteranen van de jaren zestig ook te vinden in Washington, bij de demonstratie voor abortusvrijheid. De zorgen van deze progressieve groep zijn ook steeds meer de zorgen van veel Amerikanen. Een dergelijke voorhoede, maar dan ter rechterzijde, hielp in 1981 Ronald Reagan aan de macht.

Nu heeft de tot man van het volk gereïncarneerde Brown zich aan het hoofd van de linkse coalitie gesteld, slechts tijdelijk, want niemand verwacht dat hij wint. De gebruinde Californiër is echter onvermoeibaar en geeft opwekkende preken over de verdorven politici in Washington. “Twintig jaar lang hebben ze New York laten doodgaan. Terwijl de Congresleden voor eigen loonsverhogingen stemden en rood stonden op de bank.” “De Amerikaanse regering heeft zeven miljard aan leningen aan Egypte kwijtgescholden. Maar ze kunnen nog niet eens de miljarden aan leningen die studenten hier met zich meetorsen kwijtschelden.” “We geven miljarden om Duitsland te verdedigen tegen de Russen, die worden betaald door diezelfde Duitsers. Laten we het geld liever hier investeren.”

De menigte op Washington Square juicht voor dergelijke toespraken. “Brown is de enige progressieve kandidaat. Waarom laten we het hem niet eens voor vier jaar proberen? Als het dan niet lukt, dan kunnen we altijd weer terugvallen op een conventionele kandidaat”, zegt een student laconiek.

Toch is Brown niet de meest vanzelfsprekende vertegenwoordiger van de progressieve minderheid in Amerika. Hij maakte lange tijd deel uit van het systeem, waartegen hij nu protesteert. De kranten hebben bijvoorbeeld onthuld dat hij tijdens zijn gouverneurschap van Californië belangrijke financiers van zijn verkiezingscampagne tot rechter had benoemd. Maar dergelijke kleinigheden wuift hij weg met de opmerking “Dat was het verleden. Dat wil ik nu juist veranderen”. Over Clintons pekelzonden is hij wel onverbiddelijk.

Brown is de grote stoorzender voor de Democratische koploper Bill Clinton. In de staat Connecticut haalde hij zelfs één procent meer. Brown is een protestkandidaat, evenals de Republikein Pat Buchanan en de miljardair Ross Perot, die de kandidatuur voor een onafhankelijke partij overweegt. Meestal branden dergelijke protestkandidaten snel af door hun eigen tegenstrijdigheden. En Browns score zou wel eens lager dan verwacht kunnen uitvallen, omdat Paul Tsongas in absentia meedoet. Hoewel die de campagne heeft verlaten, zei hij zondag dat hij misschien weer kandidaat wordt als Clinton slechte resultaten behaalt. Officieel staat Tsongas nog steeds op de lijst en zijn aanhangers adverteren in New York voor hem op de televisie.

Ondanks zijn geringe vooruitzichten op het presidentschap is Brown een interessant fenomeen, dat het vrijblijvende, vrijdenkende en trendy Californië uit de jaren zeventig vertegenwoordigt. Hij was geschapen voor die tijd. Hij trapte niet alleen tegen het systeem maar ook tegen zijn vader, Pat Brown, gouverneur van Californië in de jaren zestig. Hij heeft gezegd dat zijn vader hem alleen het advies had gegeven om te trouwen als hij de politiek in wilde gaan. Hij heeft de raad niet opgevolgd maar had als gouverneur enkele jaren een verhouding met popzangeres Linda Ronstadt. Ooit was hij priesterstudent bij de jezuïeten, later bedacht hij zich en ging hij naar Yale om rechten te studeren. Toch bleef hij altijd geïnteresseerd in spirituele zaken.

In 1974 dreef hij mee op de zuiveringsgolf van Watergate en werd hij als 37-jarige de jongste gouverneur die Californië ooit had gehad. Hij trok niet in het gouverneurshuis maar bezette een appartement waar hij een matras op de vloer had liggen. Zijn beleid was progressief en hij kreeg steun en advies van voormalige Flower Children. Hij zwoer bij Small is Beautiful van Schumacher, steunde strenge milieuwetgeving, hielp arme landbouwwerkers en benoemde aanvankelijk veel vrouwen en mensen uit minderheidsgroepen in overheidsfuncties. Hij kon nachtenlang discussiëren met intellectuelen maar hij verveelde zich gauw bij de uitvoering van de ideeën. Hij benoemde een niet juridisch geschoolde vrouw tot voorzitter van het Californische hooggerechtshof. In 1982 werd hij verslagen. Ondertussen had hij tevergeefs aan de presidentsverkiezingen van 1976 en 1980 meegedaan, waarbij hij in 1976 in zijn eigen staat van Carter won.

Na zijn afscheid van het gouverneurschap ging hij mediteren in Japan en hielp hij bij het armenwerk van Moeder Theresa in India. Dit jaar vaart hij op de formule van opiniepeiler Pat Caddell. Caddell heeft een fictieve kandidaat, die tegen het establishment ingaat, gefabriceerd, senator Smith. Net zoals Brown begint Smith met de woorden “Wij het volk” en maakt hij gebruik van de afkeer van politiek. Brown slaapt ook niet in hotels maar bij campagnevrijwilligers thuis. Volgens Caddell maakt een kandidaat die uithaalt naar de bestaande machten in het huidige klimaat grote kans.