Illusies over pensioen

In de "Top elf Arbeid en Arbeidsmarkt' van het Nationaal Economie Debat (NRC Handelsblad, 28 maart) worden voorstellen gedaan over voorkoming van pensioenbreuk en flexibele pensionering.

Het eerste luidt: "Individualiseer alle pensioenvoorzieningen ter voorkoming van pensioenbreuk. Bij verandering van werkkring verhuist de eigen pensioenregeling mee naar de volgende werkgever'. Pensioenbreuk is echter niet relevant, maar wel pensioenverlies, dat door pensioenbreuk kan worden veroorzaakt doordat het bij de eerste werkgever opgebouwde pensioen niet meer tegen de inflatie wordt beschermd.

Er zijn verschillende methoden waarop pensioenverlies kan worden bestreden, zoals de verplichte indexering van alle pensioenaanspraken of het beschikbare premiestelsel. Het is een illusie dat het probleem van het pensioenverlies op te lossen zou zijn door een simpele individualisering.

Het tweede luidt: "Introduceer, in plaats van de starre grens van 65 jaar een individuele, variabele pensioenleeftijd tussen 60 en 75 jaar'. Dat klinkt aanlokkelijk, wie op zijn zestigste met pensioen wil, mag dat, wie denkt tot zijn vijfenzeventigste te kunnen doorgaan, mag dat ook. Velen willen vroeger met pensioen, maar men realiseert zich zelden de kosten daarvan. Bij gelijkblijvende pensioenkosten daalt het pensioen per jaar vervroeging met zo'n tien tot vijftien procent, namelijk met drie à vier procent omdat er een jaar korter voor wordt gespaard, met zes à acht procent omdat er een jaar korter rente wordt "gekweekt' en met twee à drie procent omdat er een jaar langer pensioen wordt genoten. En dan laten we de AOW nog buiten beschouwing.