Historie staat centraal in portret van de Antillen

Antilliaans Verhaal, vanaf 7 april, acht weken lang elke dinsdag op Nederland 3 van 19.25 uur tot 19.55 uur.

Had Pieter Stuyvesant nu precies 300 jaar geleden als directeur van de West-Indische Compagnie op Curaçao zijn zin gekregen, dan waren er nooit Nederlandse Antillen geweest en hadden de Hollandse avonturen in het Caraïbisch gebied nauwelijks de geschiedenisboekjes gehaald.

Stuyvesant, in 1642 op Curaçao gearriveerd, achtte de kolonie niet lucratief genoeg en stelde voor het steunpunt van de WIC naar Nieuw Amsterdam te verplaatsen. Maar de Staten-Generaal in Den Haag staken daar een stokje voor. Ze gaven hem opdracht niet alleen Curaçao te behouden, maar ook St. Maarten op de Spanjaarden te heroveren. Bijna was dat Stuyvesant gelukt, maar toen hij zijn vaandel op het eiland wilde planten, verloor hij door een Spaans kanonschot zijn rechterbeen. Hij vervloekte zijn vijanden voor eeuwig en het duurde nog tot de Vrede van Münster in 1648 eer St. Maarten weer in Nederlandse handen kwam.

Dinsdagavond brengt de NOS het eerste deel van de prachtige televisiedocumentaire Antilliaans Verhaal, een herhaling, maar aangevuld en geactualiseerd. Vijf jaar geleden werd de eerste versie gemaakt door Antilliaanse en Nederlandse omroepmensen. Qua inhoud is de serie geheel een Antilliaans produkt. In het eerste deel daalt de kijker af in de 200 meter diepe krater van de vulkaan op St. Eustatius, waar nu een tropisch oerwoud floreert, met ijzerbomen van twaalf meter omtrek. In de grotten op Bonaire trekken raadselachtige muurtekeningen voorbij van de indianen die eeuwenlang een rustig bestaan leidden op deze eilanden, die Columbus in 1492 en 1493 als eerste had ontdekt. Hij doopte ze Ante Islas en vermoedde dat daarachter Indië zou liggen.

In Antilliaans Verhaal staat de historie centraal. De serie biedt een rijk geschakeerd portret van de samenleving op de vijf overgebleven Antillen en van Aruba, dat sinds 1986 een autonome positie binnen het Koninkrijk der Nederlanden heeft. Na de Tweede Wereldoorlog verhevigde zich de politieke strijd om de macht tussen Willemstad, Aruba en St. Maarten. Het Koninkrijksstatuut van 1954 bracht de toenmalige rijksdelen meer autonomie, maar de centrale rol die Curaçao werd toebedeeld, het grootste en toen ook economisch sterkste eiland, waar de landsregering zetelt, bleek een bron van ongenoegen voor Aruba en St. Maarten.

Die machtspositie wordt nu door de Antillen zelf, met medewerking van Curaçao, onttakeld. De politici kijken jaloers naar de Status Aparte van Aruba die meer vrijheid van handelen biedt. Meer en meer kijken ze naar hun eigen belang en dat leidt tot een toenemende fragmentatie. Nederland stuurde vijftien jaar lang aan op onafhankelijkheid van de Antillen, maar heeft nu een radicale ommezwaai gemaakt: de eilanden mogen deel van het Koninkrijk blijven uitmaken zo lang ze willen. Dat betekent een lastige opgave, want Den Haag blijft mede verantwoordelijk voor een behoorlijk bestuur op alle eilanden.