Frisse wind waait op Chinees Volkscongres; Herboren hervormers boeken eerste successen

PEKING, 7 APRIL. Naar de heersende politieke gedragsnormen in China is de vrijdag afgelopen vijfde en laatste zitting van het zevende Nationale Volkscongres een buitengewone gebeurtenis geweest.

De politieke stijl van stabiliteit, consensus en geheimzinnigheid heeft onverwachts plaatsgemaakt voor open debatten, felle kritiek op premier Li Peng en een recordaantal tegenstemmers in belangrijke kwesties zoals de controversiële stuwdam in de rivier de Yangtse.

Toch was het congres geen doorbraak, hooguit de eerste succesvolle zet van de herboren hervormingsgezinde vleugel van de Communistische Partij om het orthodox-marxistische blok uit te rangeren. In feite was het de opening van een "verkiezingscampagne' Chinese stijl voor een nieuw centraal partijcomité tijdens het veertiende partijcongres, komend najaar, en een nieuw achtste Nationaal Volkscongres, volgend voorjaar.

Het verloop van het net afgesloten congres is een goede indicatie in welke richting het getij gaat, maar het is nog lang geen uitgemaakte zaak, want daarvoor is de situatie in China veel te complex geworden. “Het is mooi dat Li Peng een klap heeft gekregen, want hij is de onsympathiekste man van China, maar wat moet het gewone volk met Deng Xiaopings oproep tot nieuwe radicale hervormingen? Dat betekent prijsverhogingen en inflatie”, zei een kapper.

De centrale media, zoals het Volksdagblad, hebben zaterdag in hun hoofdredactionele commentaren geen melding gemaakt van de antilinkse clausule die Deng Xiaoping (87) in het geamendeerde regeringsrapport van Li Peng opgenomen wenste te zien. Ook laat de officiële bevestiging van het ontslag van hoofdredacteur Gao Di en andere orthodoxe ideologen zoals waarnemend minister van cultuur He Jing Zhi nog steeds op zich wachten. Gao Di heeft zelfs verzekerd dat hij tot het bittere einde voor zijn ultra-linkse principes zal vechten. Daartegenover staat dat de stokoude heer Peng Zhen (90), een van China's belangrijkste “acht onsterfelijken” en vaandeldrager van de conservatieven, zaterdagavond op de televisie verscheen om steun aan het nieuwe hervormingsinitiatief van de drie jaar jongere Deng te betuigen. Slechts twee anderen van de acht, namelijk president Yang Shangkun (84) en Bo Yibo (83), hebben dat ook gedaan.

De "bekering' van Peng Zhen heeft op het eerste gezicht de machtsverhoudingen van China's hoogste heersende kliek ten gunste van Deng Xiaoping gewijzigd, maar het praktische politieke nut daarvan hangt ervan af hoe dicht de andere vier bij de dood zijn. De politieke strijd wordt ook op jongere en lagere niveaus mede beslist en wijd en zijd heerst de praktijk van “geveinsde meegaandheid” ("ja' met de mond en "neen' in het hart), een tactisch openlijk "ja' voor meer hervormingen vandaag is een heimelijk strategisch "neen' morgen, naarmate de vrees voor verlies van persoonlijke macht toeneemt.

De hervormingsgezinde en conservatieve facties hebben één doel gemeen: hoe de macht van de Communistische Partij te handhaven. Voor de hervormers is de partij echter een instrument voor het bereiken van het historische hoofddoel: een rijk en machtig China. Voor de conservatieven is de partij een doel in zichzelf. Stabiliteit is voor de hervormers een levensvoorwaarde om modernisering en economische groei te bereiken. Voor de conservatieven betekent het stabilisering en consolidatie van hun persoonlijke oligarchische machtsposities.

Deng Xiaoping heeft onder invloed van de weergaloze schokken in de communistische wereld de afgelopen jaren zijn strategie voor het tot stand brengen van een rijk en machtig China als volgt opnieuw geformuleerd. Het bloedbad op 4 juni 1989 in Peking was een paniekmaatregel, bedoeld om het machtsmonopolie van de partij te handhaven. Door de crisis volgend op de ineenstorting van de regimes in Oost-Europa konden de conservatieven een hele tijd roepen dat als China het vuur niet had geopend, het dezelfde weg was opgegaan, waarop Deng niets had af te dingen. De terminale crisis van de Sovjet-Unie en de afgang van Gorbatsjov bracht Deng echter tot het inzicht dat de ondergang daar niet te wijten was aan de inherente ondeugdelijkheid van het communisme, maar aan het economisch falen van Gorbatsjov.

In China kan men nog steeds niet spreken van economische mislukking, maar het succes is ook pas half. Niet het minst wegens de obstructie van conservatieve partijbonzen wier prioriteiten liggen in het behoud van staats- en partijdominatie over economie en samenleving.

De essentie van Deng Xiaopings nieuwe offensief is dat de beste garantie voor machtsbehoud van het communistische regime hypersnelle groei door middel van mobilisatie van het privé-initiatief is. Alle economische methoden die de nationale en individuele welvaart dienen zijn geoorloofd, waarbij staat en partij nog slechts als “neo-autoritaire handhaver van orde en stabiliteit” en (beperkte) regulator optreden. Omdat zich in Peking met name sinds 1989 linkse geestverwanten van premier Li Peng op sleutelposities, vooral in de media, verschanst hebben, had Deng daar geen podium om zijn denkbeelden te propageren. Daarom reisde hij naar Shanghai en het diepe zuiden om er een nieuwe reformistische machtsbasis te vormen.

In Shanghai zei Deng dat het zijn grote fout was dat hij die stad begin jaren tachtig ook niet tot speciale economische zone had verklaard. De aan Hongkong grenzende provincie Guang Dong instrueerde hij om in 20 jaar de "vier kapitalistische draken' van Oost-Azië in te halen.

De reis van Deng Xiaoping is door vrijwel alle provinciale regeringen als een nieuw “keizerlijk imprimatur” begroet en de berooide centrale regering van Li Peng, die het grootste deel van haar budget nodig heeft voor subsidies aan noodlijdende staatsbedrijven, heeft geen positieve middelen om daartegen in te gaan. Niettemin zal de strijd om de macht tussen hervormers in Peking, bijgestaan door de provincies, tegen de linkse bolwerken in de hoofdstad gecompliceerd zijn en de uitslag tijdens het 14de partijcongres dit najaar blijft onzeker. Maar zelfs als Deng Xiaoping er in de hem resterende dagen niet in slaagt Peking te "heroveren', dan zal de economische macht van het zuiden plus Shanghai, met na 1997 Hongkong erbij, dat werk waarschijnlijk voltooien.