EG erkent Bosnië, maar stelt besluit over Macedonië uit

LUXEMBURG, 7 APRIL. De twaalf EG-lidstaten hebben vandaag de voormalige Joegoslavische deelrepubliek Bosnië-Herzegovina als zelfstandige staat erkend. De Gemeenschap hoopt zo escalatie van het geweld in Bosnië te kunnen voorkomen.

Tegelijk besloten de EG-ministers van buitenlandse zaken gisteren in Luxemburg om Macedonië nog niet te erkennen en om de strafmaatregelen tegen Servië op te heffen, mits het land aan een aantal voorwaarden voldoet.

Het geschil met Griekenland over de erkenning van Macedonië is nog niet opgelost. Maar de lidstaten verwachten wel dat de bemiddelingspoging van EG-voorzitter Portugal nog voor het einde van april succes zal hebben.

De beslissing om Bosnië te erkennen werd mede genomen op advies van Lord Carrington, voorzitter van de Joegoslavië-vredesconferentie. Volgens hem is er van verder uitstel van erkenning door de EG geen voordeel meer te behalen. Erkenning nu zou juist kunnen bijdragen aan de stabiliteit van het land. EG-diplomaten zeiden gisteren in Luxemburg de indruk te hebben dat het recente geweld in Bosnië is uitgelokt door de Serviërs en juist was bedoeld om een EG-beslissing te verhinderen. Ook wordt er een poging in gezien om te elfder ure nog terreinwinst te boeken voordat mogelijk VN-optreden dat kan verhinderen. Maar tegelijk werd erkend dat een erkenningsbeslissing nu “niet zonder risico's” is.

De Gemeenschap hief ook de strafmaatregelen tegen Servië op, maar verbond op aandrang van de Bondsrepubliek daaraan wel een aantal voorwaarden. Zo moet Servië de uitgangspunten van de vredesconferentie over Joegoslavië onder Lord Carrington uitdrukkelijk aanvaarden. Servië moet de bestaande grenzen erkennen en de rechten van de minderheden beschermen. Het land moet bovendien recente wetten weer intrekken waarin de Servische rechtsorde van toepassing wordt verklaard op Servische enclaves in Kroatië: Krajina, Oost- en West-Slavonië. Daarnaast verlangt de Gemeenschap van Servië dat het luchtverkeer van andere republieken over Servisch grondgebied mogelijk maakt. Op Servië wordt ook een beroep gedaan om de Serviërs in Bosnië “positief te beïnvloeden”. Dezen hebben zich tot nu toe furieus verzet tegen de onafhankelijkheid van Bosnië. Het is nu aan Lord Carrington en EG-voorzitter Portugal om de komende weken in overleg met Servië over deze punten overeenstemming te bereiken, alvorens de boycot wordt opgeheven.

Minister Van den Broek sprak gisteren echter van de nadrukkelijke behoefte bij de EG om een "positief signaal' aan Servië te zenden. Volgens hem is het de bedoeling Servië uit het isolement te halen en tegelijkertijd “zeer dringend” te vragen om medewerking aan het vredesproces. EG-voorzitter Portugal liet bij monde van minister Pinheiro weten dat er “geen reden meer is om nog verder te treuzelen” met de opheffing van de strafmaatregelen.

De Raad wilde gisteren liefst ook Macedonië erkennen - Brussel meent net als de Macedonische regering dat erkenning verdere destabilisering van het gebied kan voorkomen. Volgens minister Van den Broek begint “de tijd te dringen” voor een EG-besluit. De Grieken houden echter staande dat een Slavische republiek die zich Macedonië wenst te noemen daardoor aanspraken doet op Grieks grondgebied. De Grieken menen enig erfgenaam te zijn van het begrip "Macedonië'. Volgens een diplomatieke bron is het conflict met Athene een prestigekwestie geworden en “nog geen millimeter” dichter bij een oplossing. In de officiële verklaring heet het echter dat de Gemeenschap optimistisch is over een spoedige oplossing.