Economische shock-therapieën in Zuid-Amerika doen niets aan "softe' zaken als gezondheidszorg en onderwijs; Herstelbeleid gaat voorbij aan allerarmsten

SANTIAGO, 7 APRIL. De poging tot staatsgreep in Venezuela, twee maanden geleden, heeft meer teweeggebracht dan alleen bezorgdheid over de zogenaamde stabiliteit van de jonge en niet eens zo jonge democratieën in Latijns Amerika. In de nasleep van de gebeurtenissen in Caracas en, naar velen vrezen, met het vooruitzicht op soortgelijke opstanden in andere landen, groeit de twijfel over de juistheid van het neo-liberale medicijn dat de afgelopen jaren in overdoses is toegediend aan de zieke Latijns-Amerikaanse economieën.

Het signaal van de staatsgreeppoging in Venezuela was vermoedelijk nodig om de juichkreten over de ontwikkeling van de economie in Latijns Amerika te overstemmen. Voor het eerst in tien jaar was de regio in 1991 netto-importeur van kapitaal. De beruchte hyper-inflatielanden kampen nu met het luxe probleem dat hun valuta zijn overgewaardeerd ten opzichte van de Amerikaanse dollar. En toonaangevende investeringsadviseurs en -publicaties raden hun cliënten aan vooral te profiteren van de explosieve groei die de beurzen van onder andere Santiago, Buenos Aires en Mexico-Stad te zien geven.

Maar deze grotendeels door harde economische shock-therapieën teweeggebrachte successen gaan volledig voorbij aan de steeds wanhopiger armoede waarin meer dan de helft van de bevolking in Latijns Amerika en het Caraïbisch gebied leeft. Het neo-liberale herstelplan zoals dat in een groot aantal landen in de regio wordt toegepast, bevat geen "softe' zaken als onderwijs, huisvesting en gezondheidszorg. De verpaupering op zowel platteland als in de steden neemt toe, en dus de onvrede. Daardoor lijkt het keerpunt van de neo-liberale economische politiek te zijn bereikt.

“Het huidige herstel komt na een langdurige crisis”, zegt Carlos Massad, adjunct-uitvoerend secretaris van de Economische Commissie voor Latijns Amerika en het Caraïbisch gebied (CEPAL), een in het Chileense Santiago gevestigd onderdeel van de Verenigde Naties. “In de jaren tachtig is de per capita-produktie met 10 procent gedaald. Deze crisis heeft met name de minst beschermden, de lagere inkomens, benadeeld. In tien jaar tijd verliest een werkloze alle hoop. Maar meer dan dat ook zijn menselijk kapitaal. De overheden in Latijns Amerika moeten nu te hulp schieten om dat menselijk kapitaal te herwinnen”, aldus deze voormalige president van de Chileense Centrale Bank.

Bij CEPAL is de couppoging in Venezuela, een van de landen met het meeste succes in het overmeesteren van de schuldencrisis van de jaren tachtig, hard aangekomen. De gebeurtenissen in Caracas worden bij CEPAL gezien als een waterscheiding. “Er was hier in huis een continu debat tussen de economen en de sociologen over de effecten van een neo-liberale herstelpolitiek”, vertelt een Europese medewerker van CEPAL. “Na de couppoging in Venezuela wilde geen van de economen hierover praten.”

Zonder te willen spreken van een ingrijpende koerswijziging in het tot nu toe gepropageerde economische beleid, probeert CEPAL nu de supertanker die de herstelpolitiek is, langzaam in een andere richting te duwen. Op de komende tweejaarlijkse vergadering van de lid-staten die volgende week in Santiago wordt gehouden, zal CEPAL de dan verzamelde ministers van financiën voorhouden dat de overheden in hun landen een actievere rol moeten gaan spelen in de volkshuisvesting, de gezondheidszorg en vooral het onderwijs.

De plannen zijn op zijn minst opmerkelijk, omdat de Latijns-Amerikaanse regeringen de afgelopen jaren juist is voorgehouden dat het aandeel van de staat in het maatschappelijk leven moet verminderen en de uitgedijde bureaucratie moet worden ingekrompen. Adjunct-uitvoerend secretaris Massad: “We pleiten niet voor een verhoging van de totale overheidsuitgaven, maar voor een herbesteding. Maar in sommige landen is de belastingdruk zo laag, dat als ze inderdaad willen helpen om het menselijk kapitaal te herwinnen, zo onvermijdelijk hun uitgaven moeten verhogen”.

Het is uiteraard niet kies voor een topfunctionaris van de VN om man en paard te noemen, maar uit de eigen gegevens van CEPAL blijkt op welke landen deze uitspraak van toepassing is. Op Venezuela bij voorbeeld; een land waar het woord inkomstenbelasting als een belediging wordt opgevat. In het document van CEPAL dat ter voorbereiding van de conferentie is gemaakt, ontbreekt in een vergelijkend staatje over de belastingdruk in de verschillende lid-staten en de landen van de OESO het cijfer van Venezuela. Maar ook in Argentinië, Brazilië en Peru, waar harde schokmaatregelen tot een voorlopige economische stabiliteit hebben geleid, ligt de belastingopbrengst nog ruim onder de 20 procent van het bruto nationaal produkt.

De boodschap die CEPAL volgende week wil meegeven aan de ministers van financiën van Latijns Amerika en het Caraïbisch gebied is tweeledig. Ten eerste: het zogenoemde "trickle down effect' werkt niet. Een verbetering van de macro-economische situatie leidt niet automatisch tot een betere micro-economie. Ten tweede: economische groei blijft het uitgangspunt, maar de groei moet zijn gekoppeld aan sociale rechtvaardigheid. Maatschappelijke ongelijkheid vormt onherroepelijk een bedreiging voor diezelfde groei.

“Het is nooit te laat voor goede ideeën”, zegt Massad in antwoord op de vraag of CEPAL niet wat laat is met deze koerswijziging, die immers pas op de middellange en lange - en dus voor de meeste politici te lange - termijn vruchten zal afwerpen. “Ook op de korte termijn kan wat worden gedaan. De overheden moeten opleidingen entameren die direct leiden tot de verwerving van inkomen door de allerarmsten.”

De groeiende bezorgdheid in Latijns Amerika over de vraag of het incasseringsvermogen van de allerarmsten nu is uit geput en daarmee een onvermijdelijk einde komt aan het herstelbeleid, en aan economische en politieke stabiliteit, zal echter niet snel leiden tot ingrijpende veranderingen van koers. In het hol van de leeuw, de Venezolaanse hoofdstad Caracas, verdedigde de president van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, de Uruguayaanse ex-chef van CEPAL Enrique Iglesias, deze week de noodzaak door te gaan met de “centrale lijn”, oftewel de drastische sanering van de economie in Latijns Amerika. “De populistische praktijken uit het verleden betekenen de zwaarst mogelijke belasting voor de armen: inflatie, hyperinflatie en slecht bestuur”, zei Iglesias. “De ongelijkheid in de regio is het gevolg van decennia van economische chaos.”

Deze uitspraken vormen een steun in de rug voor de Venezolaanse president Carlos Andrés Pérez, die ondanks de voortdurende onrust in zijn land weigert af te wijken van zijn macro-economische herstelbeleid. De ontwikkelingen in Venezuela worden dan ook met argusogen gevolgd door zowel politici als economen in Latijns Amerika.