Dwangsom om lozen zoutzuur bij Hoogovens

IJMUIDEN, 7 APRIL. Het staalconcern Hoogovens in IJmuiden heeft van de provincie Noord-Holland een dwangsom van 25.000 gulden opgelegd gekregen voor elke keer dat de uitstoot van zoutzuur te hoog is. In een brief aan de directie schrijft de provincie dat bij de koudwalserijen "hoge tot zeer hoge' overschrijdingen van de toegestane zoutzuuruitstoot zijn gemeten.

Bij metingen in april, november en december 1991 en februari en april 1992 werd de maximaal toelaatbare uitstoot van zoutzuur met meer dan 100 procent overschreden. Gedeputeerde Staten (GS) van Noord-Holland verwijt Hoogovens niet te hebben voldaan aan de opdracht om voor 1 december 1991 afdoende maatregelen tegen de overschrijdingen te nemen.

Hoogovens krijgt nog een maand de gelegenheid de zoutzuuruitstoot aan te pakken. Daarna is Hoogovens bij elke nieuwe overtreding de dwangsom verschuldigd tot een maximum van in totaal 250.000 gulden. Zoutzuur is bij een bepaalde dichtheid giftig, kan bij chemische reactie giftige gassen vormen en is een actieve stof bij de verzuring van het milieu.

Hoogovens-woordvoerder M. van der Vlis zegt dat het staalbedrijf met de eigen detectie-apparatuur geen overschrijdingen van de zoutzuur-uitstoot heeft vastgesteld. Hoogovens heeft daarom het keuringsinstituut Kema in Arnhem verzocht de meetmethode en de apparatuur te controleren. “Het gaat om een complexe meetmethode, waarover volgens deskundigen discussie mogelijk is. Wij zullen over dit verschil van mening contact opnemen met de provincie”, aldus de woordvoerder.