DNB bezorgd over machtsconcentratie financiële wereld

ROTTERDAM, 7 APRIL. De Nederlandsche Bank maakt zich in toenemende mate zorgen over de invloed van de financiële instellingen op het Nederlandse bedrijfsleven. Dat blijkt uit een toespraak die prof. dr. A.H.E.M. Wellink, directeur van de bank, vanmorgen heeft gehouden op de Erasmus Universiteit.

Volgens Wellink kan zelfs bij een relatief restrictief beleid van DNB de zeggenschap van de grote financiële conglomeraten op de ondernemingen zeer omvangrijk worden. “Het zou niet verbazingwekkend zijn als dit in de toekomst nog eens een heet hangijzer wordt”, zei de directeur van de Nederlandsche Bank vanmorgen. Wellink pleitte daarom voor een verscherping van het toezicht dat de centrale bank en de Verzekeringskamer op de banken en verzekeringsmaatschappijen uitgeoefenen.

De Nederlandsche Bank beperkt op dit moment de invloed van de banken op het bedrijfsleven. Op grond van dit struktuurbeleid zijn deelnemingen van banken in niet-financiële instellingen beperkt tot tijdelijke minderheidsdeelnemingen van maximaal 5 procent van de aandelen in een onderneming of maximaal 20 procent van het eigen vermogen van de desbetreffende bank. Grotere participaties zijn alleen toegestaan, wanneer daarvoor bij de Nederlandsche Bank een verklaring van geen bezwaar is verkregen.

Door de recente fusiegolf onder de banken en verzekeraars constateert Wellink niettemin “een verdere toeneming van de toch al hoge concentratiegraad in het Nederlandse bankwezen.” De drie grootste banken, NMB Postbank, Rabobank en ABN Amro, hebben in de kredietverlening aan het Nederlandse bedrijfsleven momenteel een marktaandeel van ruim 80 procent. Dat vindt Welling internationaal gezien hoog, en hij waarschuwde vanmorgen voor een gebrek aan concurrentie en een verschraling op de Nederlandse financiële markt. Deze effecten kunnen volgens Wellink in de toekomst nog sterker worden, en leiden tot machtsconcentratie.

Wellink ziet voor de centrale bank nog geen aanleiding om in te grijpen. Voor die terughoudendheid is het voornaamste motief de totstandkoming van de Europese markt. Juist met het oog op het ontstaan van de grote Europese markt hebben veel financiële instellingen toenadering tot elkaar gezocht. In EG-verband wordt op dit moment zelfs gesproken over een verruiming van de regelgeving op het gebied van concentraties in de financiële wereld en deelnemingen van banken in het bedrijfsleven. Wellink verwacht dat het beleid van DNB restrictief blijft.