Combinaties in Royal Dutch

De meeste beurzen bewegen zijwaarts: de koersen blijven op peil zonder duidelijke bewegingen naar beneden of boven. Dat is voor beleggers die willen profiteren van de volatility (beweeglijkheid) in de optiekoersen een vervelende beurs. Maar ondanks de rust over de hele linie, zijn er altijd fondsen die een eigen roerig leven leiden. Neem KLM bijvoorbeeld.

Op 25 februari stond in deze rubriek de volgende combinatie. Koop de KLM-straddle oktober 1996 (looptijd bijna vijf jaar) met uitoefenprijs 40 gulden, aandeel eveneens 40 gulden. De call 40 deed 8,90 gulden en de put 5,10, samen 14 gulden. Met deze call/put combinatie heb je jarenlang een indirect belang in KLM, maar natuurlijk zonder het recht op dividend of andere voordelen dat aandeelhouders wel hebben. Om te profiteren van hogere en lagere koersen moest de straddle aangevuld worden met een kortlopende geschreven opties: de call juli 1992 37,50 die 5,30 opleverde en de put juli 42,50 voor 3,70.

Afgelopen week zakte KLM naar 34,80 en deed de call 37,50 nog maar 1,10 gulden. Op die koersen hadden beleggers die optie met een winst van 420 gulden kunnen sluiten. Een onbelast rendement van ruim 80 procent op de investering van 500 gulden in de hiervoor beschreven combinatie, in een periode van zes weken. Zelfs na aftrek van kosten blijft er mooi rendement over. De geschreven put juli 42,50 deed bijna 8 gulden, een ongunstige stijging van 4,30; 8 minus 3,70. Een verlies op papier, zolang je die optie niet sluit.

Maandag keerde het tij na geruchten uit Londen dat KLM weer praat met British Airways. Zo blijft de koers in beweging en kan iedereen profiteren, weten verspreiders van verhalen. KLM sloot gisteren 1,30 hoger op 36,10 en de call liep 60 cent op naar 1,70 gulden. Trekt het aandeel door, dan kan de 37,50 call voor de tweede keer geschreven worden.

Zo lijkt een combinatie van een langlopende straddle met een geschreven kortlopende opties op een pruimeboom die steeds weer vruchten afwerpt. Natuurlijk moet het aandeel goed in de markt liggen en flink op een neer bewegen.

Op Koninklijke Olie kunnen ook allerlei combinaties opgezet worden. Vrijdag deed Olie nog 141 gulden, net boven de laagste koers van 138,80 in de afgelopen twaalf maanden. Maandag dreven geruchten de koers op naar 145,10 en zelfs 148,10 in de avondhandel. De call juli 140 ging van 5,00 naar 6,80 gulden. Hoe lang duurt zo'n sprong voorwaarts? En hoe zet je een straddle-combinatie als in KLM op?

Aan de koopkant lijkt de oktober 1994 (looptijd 2,5 jaar) met de uitoefenprijs 145 gulden de beste keus. De call 145 sloot gisteren op 16,80 en de put op 10,00, samen 26,80 gulden of 18,5 procent van de koers van het aandeel. Welke opties kan je op de gekochte straddle schrijven? In het algemeen zijn dat opties met een uitoefenprijs rond, onder of boven de koers van het aandeel. Drie mogelijkheden derhalve.

Ervaren beleggers zullen in-the-money opties schrijven om zo veel mogelijk te verdienen: bij voorbeeld de call oktober 1992 140 voor 8,00 gulden en de put oktober 150 voor 11,00, bij elkaar 19,00 gulden. Daarmee komt de totale investering op 780 gulden (2680 min 1900) en dat is maar 5 procent van de waarde van 100 aandelen Koninklijke Olie. Voor dat bedrag kan je tot oktober van dit jaar proberen onbelast te profiteren van de bewegingen in de Olie-koers, zonder grote risico's en zonder bijna 15 duizend te moeten investeren in 100 aandelen. Wel loopt de schrijver van de call- en put-opties, rond de ex-dividenddag het risico aandelen te moeten leveren (door de calls) of te moeten kopen, door de put-opties. Ervaren beleggers kunnen dat risico van te voren schatten en tijdig maatregelen nemen. Wie minder risico wil lopen kan de oktober call 150 en de put 140 schrijven, maar dat levert minder op aan premies.

Tot voor kort voorspelden veel analisten een saai koersverloop voor de Koninklijke. De sprong van 141,80 naar 148,10 zal mede daarom iedereen overvallen en dat kan tot gevolg hebben dat de beurs de komende dagen volledig in de kenmerkende Olie-ban zal zijn. Niemand wil de boot missen. Gevolg: de call-opties worden duurder en de put-opties goedkoper. Een goede manier om de beschreven combinatie op te bouwen is daarom de volgende. Wacht even af tot aankoop-dampen bijna zijn opgetrokken en koop dan de lange put oktober 1994 uitoefenprijs 145 op een lagere koers dan nu. Koop na de dividenduitkering de lange call 145 en schrijf daarop de call oktober 1992 140 of 145. Wacht dan op een ommekeer om de combinatie met een geschreven put aan te vullen en/of om winst te nemen op de korte geschreven call. Het lijkt ingewikkeld, maar het is volstrekt logisch.