Basisinkomen

Eén van de stellingen rondom het thema "Overheid en Politiek' van het Nationaal Economie Debat beveelt een basisinkomen aan alle ingezetenen aan. Enerzijds om schrijnende armoede te voorkomen, maar anderzijds zodanig laag dat werken voor het minimumloon aantrekkelijk blijft.

Wanneer nu in dit basisinkomen alle huidige subsidies en andere steunmaatregelen zijn verwerkt dan zijn in één klap alle instellingen met bijbehorende (semi)ambtenaren plus hun advies- en overlegcolleges overbodig; hetgeen een geweldige besparing kan opleveren en mooi aansluit op het artikel van prof. B. Kroonenberg: "Straks heeft iedere burger zijn eigen ambtenaar' (NRC Handelsblad, 28 maart). De vraag is dan of de betrokkenen ergens anders zinvol inzetbaar zijn, of dat de werkloosheid hierdoor aanzienlijk zal toenemen. En wie zijn "alle ingezetenen' en wat is de leeftijdsgrens? Vervalt daarmee bijvoorbeeld de kinderbijslagregeling of de studiefinanciering?

Conseqent doordenkend, concludeer ik dat dit "basisinkomen voor iedereen' dient te omvatten: het dekken van de primaire levensbehoeften plus het verschaffen van de mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling. Wat men in de praktijk ermee doet, moet men zelf weten. Dat behoort tot de eigen verantwoordelijkheid. Daartoe is de (morele) opvoeding thuis en op school uiterst belangrijk. Maar welke instantie stelt de hoogte van het basisinkomen vast en hoe komt die instantie tot stand, en tenslotte: hoe zal dit geheel worden gefinancieerd?

Het oude adagium van "Loon naar werken' wordt hiermee verlaten. Een interessante ontwikkeling naar de verlossing van de mens als loonslaaf. Daar staat tegenover dat die mens dan wel een zware morele verantwoordelijkheid draagt tegenover de medemensen, want de aanwezige middelen zijn beperkt. Een ieder dient dus daarvan minimaal gebruik te maken. Dat is een totaal andere mentaliteit dan momenteel in ruime mate heerst. In de werkelijkheid werkt men veelal niet voor zichzelf, maar direct of indirect steeds voor anderen. Een kwestie van bewustzijn.