Zo erg origineel is Fukuyama niet

Toekomstvoorspellingen zijn altijd riskant. De vreedzame Fukuyama-these wordt nu al onder druk gezet door de actualiteit: de blijvende onrust in het Midden-Oosten, met de dreigende taal van Turkije als nieuwste variant, de slepende onlusten in Joegoslavië "twee uur van Maastricht' en de voortdurende instabiliteit in de vroegere Sovjet-Unie. De scherpste kritiek op het liberaal-democratische toekomstmodel van Francis Fukuyama (beleidsadviseur van Buitenlandse Zaken in Washington) kwam van zijn Franse collega Pierre Lellouche in The Times, die ook beleidsadviseur is voor Buitenlandse Zaken, maar dan van de Franse oppositieleider Jacques Chirac.

Lellouche wijst bijvoorbeeld op China, “het perfecte voorbeeld van een conservatief communistisch systeem”. Verder zegt hij dat niet iedere natie die een liberale economie invoert, automatisch ook "democratisch' wordt en verwijst dan naar de zogenaamde democratische stelsels in Taiwan, Korea en Japan. In de toekomst ziet hij een wereld “waar een grootschalige herverdeling van de macht zal moeten worden doorgevoerd zowel tussen rijke landen onderling als tussen Noord en Zuid. In dat zuiden zie ik alleen destabiliserende factoren als een explosieve bevolkingsgroei, armoede en versnelde militarisering”.

Fukuyama was niet helemaal origineel want al in 1976 publiceerde zijn landgenoot, de godsdienstsocioloog Robert Bellah een bundel, The New Religious Consciousness over een onderzoek onder jongeren die met culturele alternatieven experimenteerden. “The place to read the future, we reasoned, is where it is beginning.” Die toekomst begon dus volgens de auteur bij de "counterculture'-bewegingen in Californië, waarbij de factor religie een grote rol speelde. Bellah liet zich aan het slot van de verzamelstudie, die hij samen met Charles Glock samenstelde, verleiden tot een toekomstvisie, waarin hij eerder dan Fukuyama aandacht besteedde aan de liberale variant, lang voordat het einde van de Koude Oorlog in zicht was. Hij was toen wel zo realistisch om aan het liberale scenario voor de toekomst nog een zogenaamd autoritair en en een revolutionair scenario toe te voegen. Het is de moeite waard om na te gaan of in dit trio van scenario's niet veel meer werkelijkheidszin aan de dag wordt gelegd dan in de wat vreedzame voorspelling van Fukuyama die eerder filosofeert dan empirisch onderzoekt.

Het eerste scenario van Bellah is net als dat van Fukuyama liberalistisch. Futurologen zeiden toen al dat er niet veel zou veranderen, maar dat het wel steeds "liberaler' zou worden. Men zou gericht blijven op de opeenhoping van rijkdom en macht. De bijbelse godsdienst en moraal zouden verder worden uitgehold. Individueel winstbejag zou de dominante ideologie blijven. De economische vorm ervan is het kapitalisme, de politieke vorm de bureaucratie en de ideologische vorm het sciëntisme. De grote instituties in de samenleving zouden niet meer worden gelegitimeerd door idealen, waarnaar de mensen zouden luisteren. In de toekomst worden steeds meer mensen tot berusting gebracht door een combinatie van dwang en materiële beloning. Bij die dwang spelen de onzichtbare invloeden van reclame en propaganda een grote rol. Door spirituele trainingen worden de mensen "cool' gehouden zonder het heersende systeem zelf te bedreigen. In alle nog voortlevende "bewustzijnsbewegingen' zit volgens Bellah het egoïsme verscholen, waardoor het liberale scenario meer kansen krijgt. Aan die maatschappij-kritische factoren werd in twee recente televisie-documentaires over de Kosmos in Amsterdam en het centrum voor transcendente meditatie in Lelystad , waar dit type spirituele trainingen wordt beoefend, echter geen enkele aandacht besteed.

Zijn tweede scenario noemt Bellah autoritair. Hij wijst erop, dat de toenemende milieuvervuiling, de problematiek van arme en rijke landen en de verdergaande proliferatie van de atoombewapening zonder een bepaalde vorm van autoritair gezag niet zijn op te lossen. Hij zei er toen bij: we gaan op weg naar een "drastic breakdown'. De subjectiviteit, het aan de mensen zelf overlaten, hen laten meepraten en beslissen wordt vervangen door een gemanipueerde objectiviteit van "zo is het en niet anders'. De historisch gebonden vormen van traditionele gezagsuitoefening, die Fukuyama nu als verleden tijd beschouwt, behoorden volgens Bellah in 1976 nog steeds tot de mogelijkheden.

Hij voorspelde toen al voorschriften voor een nieuwe orthodoxie. Vroeger, schrijft Bellah, had de katholieke kerk daarvoor heel goed model kunnen staan, maar hij vond dit na de verwarring, die het tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) had veroorzaakt, toen onmogelijk. Onder de Poolse paus Wojtyla is zijn voorspelling over de nieuwe orthodoxie overigens perfect bewaarheid. In dit autoritaire scenario overheerst religieus en moreel absolutisme en het neo-traditionele autoritaire regime straft non-conformisme op elke gebied af.

Als derde alternatief noemt Bellah het revolutionaire scenario. Het wordt geen bloedige opstand, zo liberaal is men intussen wel geworden, maar er zullen fundamentele structurele veranderingen komen. Als dit onwaarschijnlijke zou gaan gebeuren, dan zouden de nieuwe bewustzijnsgroeperingen, die Bellah bestudeerde, stellig meedoen. De levensstijl zou eenvoudiger worden, er komen echte prioriteiten, de vrijheid van meningsuiting blijft, ook de wetenschap, maar niet als idool. Hier laat Bellah vooral de godsdienst als nieuwe creatieve kracht een rol spelen, zonder daarvan mogelijke afwijkingen in de richting van fundamentalisme en fanatisme te sterk te benadrukken, wat Fukuyama wel doet. Als de godsdiensten zich zouden ontdoen van het gemakkelijke bondgenootschap met het individualistisch winstbejag, zoals bijvoorbeeld bij de in Amerika wijd verbreide elektronische kerken, zich op eigen religieuze wortels zouden bezinnen en open zouden staan voor de noden van de moderne tijd, dan zou de massa een basis kunnen vinden om het revolutionaire alternatief tot werkelijkheid te maken. Een dergelijke omkering zou in Amerika moeten leiden tot een herleving van de revolutionaire geest van de jonge republiek om politiek effectief te zijn, zodat Amerika weer hoop en liefde van zijn burgers zou kunnen opwekken. Bellah vond dit vijftien jaar geleden al utopisch. Maar, zei hij, misschien is het toch alleen de vervulling van een utopische visie, van een totale zingeving, die subjectiviteit en objectiviteit verbindt en die het in de eenentwintigste eeuw de moeite waard maakt om als mens te leven.

Een boeiend drietal scenario's. Toch wel realistischer dan de idylle van het alleenzaligmakende liberale scenario van Francis Fukuyama, die in ieder geval de verdienste heeft om aan het eind van deze eeuw het toekomstdenken weer wat perspectief te hebben gegeven.