Ziektekosten

Het plan-Boorsma (NRC Handelsblad, 31 maart) wil door opsplitsing van de ziektekosten het risico van onbeheersbare allesomvattende premies kortsluiten. De drie groepen zijn: a) Directe zorg: huisarts en medicijnen - particulier vergoed. b) grote risico's: ziekenhuis en specialist - collectief, inkomensafhankelijk en verplicht vergoed. c) Zwakzinnigen, chronisch zieken, bejaarden - door provincie en gemeente uitgevoerd en betaald.

Als zodanig is risicospreiding door opsplitsing toe te juichen. Bij enig nadenken is het geen oplossing, maar de zoveelste verschuiving in het inkomensoverzicht, dat op zichzelf al ver van de werkelijkheid afstaat. Verder betekent het voor de burger tenminste twee, zo niet drie bronnen waarop hij zijn ziektekosten kan verhalen. Tenslotte zijn de apparaat- en uitvoeringskosten niet minder, wellicht zelfs meer, nu provincie en gemeente actief bij de zorg zijn betrokken en daarvoor hun betaling zullen opeisen.

Is het niet eenvoudiger over te stapen op een hoge belastingvrije som voor iedereen - de meeste uitkeringen worden dan netto-uitkeringen - en de uitbetaling van loon en uitkering te koppelen aan het bezit van een particuliere ziektekostenpolis? Voor onverzekerbare risico's of onbetaalbare premies kan op aanvraag de gemeentelijke sociale dienst inspringen en vervolgens verrekenen met de schatkist via het sofi-nummer. Voor het gros betekent het grote mogelijkheden voor collectieve contracten waarvan de premiehoogte door zelfregulering laag blijft. De verhoging van de belastingvrije som kan budgettair in een aanvaardbare variant gehandhaafd blijven.