Weense Burgtheater speelt Thomas Bernhard met brille en intelligentie; Menuet van eenzaamheid en wrok

Nog twee dagen is in De Singel in Antwerpen Ritter, Dene, Voss te zien, gespeeld door het Burgtheater uit Wenen in de regie van Claus Peymann. Thomas Bernhard schreef het stuk voor de drie intelligente acteurs uit de titel.

Ritter, Dene, Voss. De Singel, Antwerpen, 6 en 7/4. Aanvang 19.00u. Tel: 03/248.38.00.

Mathematische precisie en acteren lijken elkaar uit te sluiten. De toneelkunst - zeker in Nederland - gedijt immers dank zij het toevallige en de improvisatie. Deze laatste opvatting over het acteren moet regisseur Claus Peymann van het Wiener Burgtheater een doorn in het oog zijn. Met drie van de meest superieure toneelkunstenaars van zijn ensemble, Ilse Ritter, Kirsten Dene en Gert Voss, brengt hij zes jaar na de première Ritter, Dene, Voss uit in De Singel in Antwerpen.

Thomas Bernhard schreef het stuk voor deze drie "intelligente" acteurs. Twee zusters (Ritter en Dene) wachten thuis op hun broer, de geniale Ludwig (Gert Voss) die in een inrichting verblijft. Voordat Ludwig zijn entree maakt, betwisten de beide zusters het alleenrecht op hem. Is hij eenmaal binnen, dan omringt de oudere zuster Kirsten Dene hem met verstikkende zorgzaamheid. Dit eenvoudige, doeltreffende stramien draagt een ijzingwekkend gespeelde voorstelling.

Het decor van Karl-Ernst Herrmann toont een ovaal, dat een eetkamer voorstelt in Wenen. Schel licht valt in de duistere ruimte naar binnen. Hier durft niemand adem te halen: de entourage van gecapitonneerde wanden met schilderijen van ouders drukt zwaar op de schouders. De toeschouwers blikken door de zijkant als vierde wand naar binnen. Zij zijn getuigen van een huiskamerdrama op de vierkante centimeter. In het Nederlandse taalgebied is het vooral regisseur Karst Woudstra geweest die met zijn gezelschap De Korre de monomane precisie van stuk en acteurs wist te evenaren. Ik herinner me de oudere zuster die met eindjes touw de plaats van de etensborden op tafel vaststelde.

Een muziekstuk van taal en acteren is deze Ritter, Dene, Voss. In golfbewegingen komen de woedeuitbarstingen op, om vervolgens te vervloeien. Kirsten Dene bemoedert zich, uit liefde voor Ludwig, een ongeluk en oogst niets dan zijn hoon. Ilse Ritter beweegt zich gracieus en stijlvol over de Bühne, alsof haar voeten het zware tapijt niet raken. Zij is een etherische, erotische verschijning, als bewegend licht in de donkere kamer.

De hekelende monologen (op het theater, schilderkunst, de middelmatigheid van de mens) van Gert Voss zijn veel minder bruusk-vernietigend dan Thomas Bernhard hier altijd wordt gespeeld. Elk woord van hem is een roep om aandacht en liefde.

Een voorstelling als deze doet pijn. Ze is onontkoombaar omdat de drie acteurs elkaars gelijke zijn in dit menuet van verbittering, eenzaamheid en wrok. Met alle middelen van het theater spelen de acteurs; zij laten zien dat hun acteren een mengeling is van intelligentie en brille. Het is daarom des te verbijsterender dat een maatgevende Bernhard-vertoning als deze alleen in Antwerpen te zien is. Wat dat betreft laten de Nederlandse schouwburgen het pijnlijk afweten.