Trans-Dnjestrië

Dank zij de oorlogen in de Balkan en de voormalige Sovjet-Unie ben ik me bewust geworden van mijn ernstige gebrek aan geografische kennis. Zo dacht ik bij voorbeeld dat Trans-Dnjestrië een uitvinding was van de bedenker van Kuifje, maar het Trans-Dnjestrische koppensnellen heeft de voorpagina's gehaald en me erop gewezen dat ik een aardrijkskundig onbenul ben.

Trans-Dnjestrië schijnt een strook land te zijn in Moldova. Ook van Moldova had ik nooit gehoord. Ik heb inmiddels begrepen dat Moldova en Moldavië ongeveer hetzelfde zijn, ergens ten oosten van Roemenië, maar ik geef toe dat ook de naam Moldavië slechts appelleert aan de tekeningen van Hergé. Als ik iets lees over het moorden in Moldavië/Moldova, dan denk ik slechts bezorgd: “Ik hoop dat Bobbie en Kapitein Haddock niets is overkomen.”

Een paar dagen geleden zag ik in Het Parool een foto van een Moldovische politieman. Hij droeg een leren hoofdkapje met dikke bobbels ter hoogte van de oren, zoiets als een pilotenkap uit WO II, een stoer, onwerkelijk hoofddeksel van heldhaftige mannen die spreken in ballonnetjes met woorden als oef!! en hebbes!! Ter verduidelijking stond onder de foto: “Een Moldovische politieman bespiedt stellingen van Russische separatisten langs de rivier de Dnjestr.”

Die vent bespiedt de vijand! Bespieden vindt toch alleen plaats bij Winnetou, Pim Pandoer en Kuifje, maar niet in een echte oorlog? Ook de rivier de Dnjestr roept kleurrijke plaatjes op van ongeschoren kerels wier ingeboren slechtheid zichtbaar is geworden in een laag voorhoofd en te dicht bij elkaar gelegen ogen. Het stripverhaal-achtige karakter van de namen die ik bij die talloze oorlogen aantref, voorkomt dat ik bij de berichten meer voel dan de brandende behoefte aan de come-back van Bianca Castafiore.

Ook op de Balkan ben ik de kluts inmiddels volkomen kwijt. Er zijn Kroatische minderheden die soms om onnavolgbare redenen meerderheden zijn, en dit gaat op voor elke partij, waarvan er inmiddels naar mijn gevoel een slordige honderdduizend zijn. De afgelopen zaterdag las ik in de Volkskrant het volgende: “Het gaat om radicale Serviërs die zeggen te worden geleid door Zeljko Raznjatovic, alias Arkan, en de radicaal-nationalistische Servische parlementariër Vojislav Seselj.”

Ook in deze weergaloze zin zie je die vervreemdende wendingen: die zeggen te worden geleid, en: alias Arkan. Waarom heeft die Raznjatovic een alias, en waarom worden de beweringen van die radicalen over hun leider zo verdacht gemaakt? Die oorlogen zijn een bron van vermaak voor de geografische leek met aandacht voor mysterieuze verslaggeving.

Het hoogtepunt van de beoefenaren van Blut und Boden mythologieën vind ik de Griekse slogan Macedonië is Grieks. Het toeval wil dat ik zaterdagmiddag in Den Haag in een Griekse demonstratie over deze affaire belandde en daardoor alle tijd kreeg deze nobele Griekse kwestie te overdenken. Als het aan mij ligt krijgen de Grieken hun zin en blijft Macedonië Grieks, en als dat niet genoeg is mogen de Grieken heel Europa en het nabije oosten hebben, zolang de winkels hier maar vol liggen, de kinderen naar school kunnen en de vrijheid om mijn gedachten te uiten niet aan banden wordt gelegd.

Terwijl ik bezig was met Trans-Dnjestrië, legden de vakbonden uit dat de flexibele werktijden die de NS willen invoeren, een verstoring zijn van het sociale leven van de werknemers van de dienst Infrabeheer. Ik heb hierover nagedacht en ik moet zeggen, dat ben ik met ze eens. Volgens mij is alles wat de dienst Infrabeheer van zijn werknemers eist een verstoring van hun sociale leven. Ik ben er voor dat de werknemers van de dienst Infrabeheer volstrekt worden vrijgesteld van alles dat hun sociale leven kan verstoren. Ze moeten thuis blijven en hun sociale leven ongestoord leiden.

De Amerikaan Fukuyama heeft een opzienbarend boek geschreven over het einde van het intermenselijke conflict. Geloof me: hij heeft Kuifje nooit gelezen.