Salamander

Deze ochtenden - als de wind niets dan het geluid van wind laat horen.

Als de nacht nog navriest in het grijs beslagen gras op schaduwplekken.

Als je gezicht al warm wordt van de zon, een zon die fonkelnieuw te voorschijn komt aan de hemel, een hemel die brandschoon ter beschikking staat.

Als het groen omhoogschiet in de bomen, kleine vogels bijna barsten van het zingen.

Als je je jas kunt openritsen, het lopen gaat alsof je wordt gedragen.

Als vier, vijf, zes, zwart-witte scholeksters over het weiland jakkeren met rode snavels en woedend gepiet; en grutto's natuurlijk, kievit, tureluur, één tapuit op een hek, acht kemphaantjes op een kluitje.

Als een jongen en een meisje met één hand aan het stuur naar de kerk fietsen.

Als een voor dood op het asfalt aangetroffen salamandertje ontdooit in de palm van je hand en met beweginkjes van poten en staart begint te jeuken, wat dan ook het enige is wat het leven lijkt te zijn: een beetje jeuk, ten teken dat je hem nu gerust weer weg kunt zetten.

Zulke ochtenden.