Onderzoek embryo's niet per se immoreel

Het is opvallend hoe in de discussies over voortplantingstechnieken vooral wordt geredeneerd vanuit religieus-ethische en quasi-mythische vooronderstellingen, zonder dat men zich veel gelegen laat liggen aan wat er op wetenschappelijk gebied de laatste jaren bekend is geworden. Daaruit blijkt dat men niet veel interesse heeft voor de vraag hoe de natuur werkt, terwijl dat juist het kader is waarbinnen het fertiliteitsonderzoek zich kan afspelen.

Een fundamenteel principe in de natuur is dat uit een aanvankelijke overmaat slechts een klein deel wordt geselecteerd. Dit gebeurt op het niveau van cellen, individuen en populaties. Behalve selectie speelt ook het toeval een rol.

Heel duidelijk is dit te zien aan het enorme aantal van een half miljoen eicellen, waarmee elke vrouw wordt geboren en de miljarden zaadcellen die elke man tijdens zijn leven maakt. Slechts enkele daarvan komen ergens in de tijd samen om onder de juiste omstandigheden een nieuw individu te vormen.

Maar het overgrote deel van de ei- en zaadcellen is voorbestemd om te gronde te gaan. Ook na bevruchting gaat het merendeel van de eicellen verloren, slechts twintig procent van de concepties bij de mens leidt tot zwangerschap.

Dat mag in onze ogen verspilling lijken, de natuur werkt nu eenmaal zo. Het is daarom niet reëel om in elke eicel, bevrucht of niet, een potentieel mens te zien.

In elke cyclus begint een groot aantal eicellen te rijpen, maar deze degenereren alle, op één na. De natuur selecteert uiteindelijk één eicel per maand.

Tijdens de IVF-behandeling worden door hormooninjecties ook de overige eicellen "gered' van het degeneratieproces, zodat er een groot aantal beschikbaar is om te worden bevrucht. Hieruit kiest de embryoloog later de eicellen die worden teruggeplaatst. De selectie is als het ware naar een later tijdstip verschoven. Alles wat men tijdens een IVF-behandeling doet, is niets anders dan op een verstandige manier inspelen op het selectieproces dat ons door de natuur wordt aangereikt. Met als doel de kans op zwangerschap te vergroten.

Bevruchting is onmisbaar, maar het wordt te vaak als de grote, bijna mythische gebeurtenis beschouwd, die de eicel transformeert tot potentieel mens. In feite is het maar één in een reeks van stappen in die richting. Voordat er ook maar iets ontstaat dat op het begin van een mens lijkt, moet er nog een aantal kritische stadia worden doorlopen. Een groot deel van de bevruchte eicellen blijft in deze fase steken en gaat verloren. De gevoeligste doorgangsfase is het zogeheten gastrula stadium. In dit stadium worden de toekomstige weefsels globaal vastgelegd. In latere ontwikkelingsstadia heeft in de weefsels differentiatie plaats en worden geleidelijk de organen gevormd. Pas als de organen hun werking gaan uitoefenen en op elkaar raken afgestemd, is er sprake van een individu. Een scherpe grens tussen wel of geen individu is niet te trekken, de natuur kent geen scherpe grenzen.

De voortplantingstechnieken kunnen slechts worden verbeterd, als we de embryonale processen nog beter gaan doorgronden. Veel van de huidige kennis is ontleend aan studies van dierlijke embryo's, maar dat is niet altijd voldoende om menselijke embryo's te begrijpen. Daarvoor zijn experimenten met menselijke embryo's noodzakelijk. Het is niet immoreel een klein deel van het enorme overschot aan eicellen uit de natuur te gebruiken voor zinvol onderzoek. Het doel van dit onderzoek dient altijd op de voorgrond te staan in de discussie over experimenten met menselijke embryo's. Niet dat elk doel alle middelen heiligt, maar het getuigt van onverschilligheid, zo niet schijnheiligheid als men de wetenschappelijke feiten niet serieus betrekt bij de oordeelsvorming en in plaats daarvan voornamelijk vasthoudt aan begrippenkaders, die hun oorsprong vinden in intermenselijke relaties en Quasi-mythische opvattingen.

Juist waardering en respect voor hoe de natuur werkelijk in elkaar zit en hoe de wetenschapper daar op een verantwoorde manier op in kan spelen, dient bij te dragen aan het morele besef van ethici, juristen en beleidsmakers. Als dit niet gebeurt, dreigt het gevaar van een houding, die misschien op het eerste gezicht wel goed en menselijk lijkt, maar in wezen niets met de werkelijkheid te maken heeft en daardoor kan leiden tot de vestiging van een nieuw soort immoraliteit.