Olie-export van GOS: bijna-catastrofe

PARIJS, 6 APRIL. De produktie en export van olie door het Gemenebest van Onafhankelijke Staten zullen tot het jaar 2000 drastisch dalen als er niet snel Westerse investeringen komen. Wat de olie-export betreft, is zelfs sprake van een "bijna catastrofale situatie'. Het GOS zal dit jaar mogelijk brandstoffen moeten importeren.

Dit heeft de Russische energie-expert professor Alexander Sheindlin gezegd op een conferentie in Parijs. Sheindlin verwacht dat de olieproduktie in de GOS-landen dit jaar 460 tot 480 miljoen ton en mogelijk zelfs maar 410 miljoen ton zal bedragen, terwijl de binnenlandse vraag in de republieken 450 miljoen ton beloopt. Vorig jaar exporteerde Rusland, de belangrijkste olieproducent van de GOS-staten, nog 75 miljoen ton olie en brandstoffen. Ook de kolenexport zal volgens Sheindlin fors teruglopen, maar de export van aardgas blijft op peil en wordt niet benadeeld door de politieke onzekerheid over de toekomst van de GOS-republieken.

Internationale samenwerking en Westerse investeringen zijn dringend nodig, zei Sheindlin, om de energiecrisis in het GOS te overwinnen. Daarbij is ook het beveiligen van de kerncentrales van groot belang. Een andere Russische energie-expert, professor Aleksej Jablokov, adviseur van president Jeltsin, zei daarentegen zaterdag in een interview met het dagblad Trouw dat zijn land een verkeerde beslissing heeft genomen door het Energie-Handvest (plan-Lubbers) te tekenen. Het Westen zou Rusland, in plaats van geld te steken in verbetering van de kerncentrales, moeten leren hoe het land zonder kerncentrales in zijn energiebehoefte kan voorzien.

Mr. Charles Rutten, voorzitter van de conferentie voor het Energiehandvest (Plan-Lubbers) maakte vrijdag bekend dat het werk aan een internationaal verdrag voor hulp aan Oost-Europa - de basisovereenkomst van het handvest - is vertraagd. Oorzaak is dat de GOS-landen moeilijkheden hebben bij het formuleren van hun buitenlandse betrekkingen en in het actief meedoen aan de onderhandelingen, zei Rutten.

Het Energie-Handvest beoogt gunstige voorwaarden te scheppen voor Westerse investeringen in Midden- en Oost-Europa, in ruil voor lange-termijncontracten voor de levering van olie, gas en kolen. Door verbetering van de energiewinning en versnelling van de export kunnen de GOS-landen sneller aan deviezen komen om hun economieën te versterken en te hervormen in de richting van een vrije marktmodel. Ook wil het handvest de milieubescherming en de veiligheid van kerncentrales in Oost-Europa verbeteren.

Rutten onderstreepte het belang van de politieke overeenstemming over het Plan-Lubbers, bereikt bij de ondertekening van het handvest door 45 landen in december. Streefdatum om de basisovereenkomst, het internationale verdrag dat het handvest moet dragen, te voltooien is eind juni, aldus Rutten.

De eis van de internationale milieubeweging dat eerst de bestaande vervuiling in Oost-Europa moet worden opgeruimd voordat Westerse maatschappijen er nieuwe activiteiten ontplooien, acht hij niet verstandig. Investeringen in energiebesparing en milieubescherming zouden daardoor worden vertraagd. Ook verzette Rutten zich tegen de bezwaren van grote oliemaatschappijen die denken dat het Energiehandvest zal leiden tot te veel voorschriften en bureaucratie.

Met het internationale verdrag, de basisovereenkomst voor het Energie-Handvest, wordt volgens Rutten het noodzakelijke juridische raamwerk vastgelegd om investeringen in Oost-Europa mogelijk te maken. Ook regelt de overeenkomst arbitrage bij eventuele conflicten en dat is in het belang van de Westerse oliemaatschappijen.