Obligatiemarkten merendeels onrustig

UTRECHT, 6 APRIL. Bij een op de internationale obligatiemarkten merendeels onrustig beeld, bleven de Nederlandse rentetarieven nagenoeg onveranderd liggen rond een niveau van 8,40 procent.

De markt reageerde voornamelijk op de opiniepeilingen in het Verenigd Koninkrijk, waardoor de Britse rente verder opliep, en op het aftreden van de Franse premier, dat juist leidde tot hogere obligatiekoersen. De Japanse discontoverlaging had daarentegen geen invloed op de Europese rente-ontwikkelingen. Vooralsnog bleef derhalve de terughoudende opstelling van de laatste tijd overheersen. De markt lijkt zich erbij te hebben neergelegd dat voorlopig niet hoeft te worden gerekend op een discontoverlaging van de Bundesbank. Hierdoor zijn de andere EMS-landen, waaronder Nederland, niet in staat om hun rentes te verlagen, waartoe - gezien de forse groeivertraging die zich in de meeste Europese laden voordoet - alle aanleiding is. Wel bestaat bij de meeste marktpartijen een redelijk optimistisch beeld voor de lange termijn: op den duur wordt toch rekening gehouden met een renteverlaging in Duitsland terwijl het langzame herstel van de Amerikaanse economie geen inflatiegevaar zal opleveren. Vooralsnog zal de renteontwikkeling bepaald worden door de politieke ontwikkelingen, waarbij ook de toegenomen valutaire onzekerheden een rol van betekenis zullen spelen. Zo is verrassenderwijs de Portugese escudo dit weekeinde toegetreden tot het Europese wisselkoersstelsel, overigens met een brede fluctuatiemarge van 6 procent. Vooral het Britse pond staat door de politieke onzekerheid bij voortduring onder druk. De mark, gulden, en Belgische frank blijven daarentegen door het krap geld beleid van Duitsland onveranderd hoog liggen in het wisselkoers stelsel.

Internationale obligatiemarkten

Ondanks de overstelpende hoeveelheid economische cijfers die de Amerikaanse obligatiemarkt de afgelopen week overspoelde, kon tot vrijdag geen van deze publikaties de koersen verleiden tot al te grote bewegingen. Reden hiervoor was de bekendmaking van de werkgelegenheidscijfers over de maand maart, afgelopen vrijdag. Uit deze cijfers werd de conclusie getrokken dat de Amerikaanse economische groei weliswaar niet negatief is, maar dat van een fors aantrekkende conjunctuur evenmin sprake kan zijn. Bij een gelijkblijvend werkloosheidspercentage steeg de niet-agrarische werkgelegenheid met 19.000 arbeidsplaatsen, hetgeen minder was dan werd verwacht. De treasuries reageerden met (bescheiden) rentedalingen. Per saldo daalde de Amerikaanse 10-jaars rente de afgelopen week met 11 basispunten tot een niveau van 7,41 procent.

De overige toonaangevende internationale obligatiemarkten gingen gebukt onder ontwikkelingen van politieke en monetaire aard. In Japan verlaagde de Japanse Centrale Bank het disconto met 0,75 procent tot een niveau van 3,75 procent.Met deze monetaire verruiming was al enige tijd rekening gehouden. Toch daalden de geldmarktrentes nog met bijna 25 basispunten, nadat de Japanse centrale bank steeds duidelijker signalen gaf dat de rentedaling er nu echt aan zat te komen. Op de obligatiemarkt leidde de discontoverlaging juist tot een tegenovergestelde reactie. Met de aandelen- en de valutamarkt als katalysatoren was er op de Japanse vastrentende markt zelfs sprake van paniekverkopen. Het effectieve rendement op de 10-jaars staatslening liep per saldo 34 basispunten op tot 5,76 procent.

De Franse obligatiemarkt liet een zeer onrustig verloop zien door de speculaties voorafgaande aan het aftreden van premier Cresson. Het nieuws dat Cresson werd opgevolgd door oud-minister van Financiën Bérégovoy deed de markten weliswaar kalmeren; van een juich-stemming was evenwel geen sprake. Wel werd enige moed geput uit de aanstelling van de nieuwe minister van Financiën, Michel Sapin, een onbekende voor de financiële markten. Hierdoor werd duidelijk dat de controle over de strakke monetaire teugels in handen van Bérégovoy zal blijven. Per saldo daalde de Franse lange rente met 6 basispunten tot een niveau van 8,72 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.