Niet apert onredelijk

Bij het woord spoorwegstaking nog altijd in de eerste plaats denkend aan 1903 en 1944, kan ik er opnieuw niet aan wennen dat zo'n gebeurtenis moet worden gelijk gesteld met een staking in een koekfabriek.

"Heel het raderwerk staat stil als uw machtige arm dat wil', betekent vandaag niet dat het volk twee dagen van ontbijtkoek verstoken is en evenmin dat we getuige zijn van een heldendaad ten behoeve van de zich emanciperende arbeidersklasse of tegen een bezetter. Het gaat om een gewoon conflict, deze keer over een loonsverhoging van 3,5 of 4,9 procent, "flexibele werktijden' en de kwaliteit van het gereedschap dat de dienst "Infrabeheer' ten dienste staat om tussen twee treinen door een kapotte toestand langs de lijn te repareren.

Over deze percentages, de "dreigende afbraak van verworvenheden' en het inzicht van de directie in "de ontwikkelingen in de jaren negentig' is het publiek redelijk geïnformeerd. Ook weten we ongeveer wat ons, nadat het "kleine wonder is uitgebleven' te wachten staat, namelijk "de ongemakken' die door de politie te Driebergen zoveel mogelijk het hoofd zullen worden geboden. Als het in de gemeenplaatsen van de dag wordt beschreven, begint het zich al de bleke allure van de routine te verwerven.

De interventie van Rover, de vereniging van treinreizigers, heeft duidelijk gemaakt dat het geen gemiddeld conflict is. In een kort geding werd geëist dat de onderhandelingen zouden worden hervat, maar de rechter heeft geoordeeld dat er zorgvuldig is onderhandeld. “Beide partijen wensen aan hun diametraal tegengestelde standpunten vast te houden. Niet gezegd kan worden dat één van hen daarmee apert onredelijk handelt.” De staking is dus niet onrechtmatig. Maar als in een conflict geen van beide partijen "apert onredelijk' is, betekent dat nog niet dat het resultaat van de door de rechter gesignaleerde patstelling ook die kwaliteit van "aperte onredelijkheid' ontbeert. Erkenning van de merites in de tegengestelde standpunten wil niet zeggen dat daarmee het onmiddellijk een voorbeeld van redelijkheid is. Jammer dat het vonnis niet zo'n voetnoot bevat.

Als van een dienstverlenend bedrijf per dag driekwart miljoen mensen van wie verreweg de meesten niet voor hun plezier (of laten we hopen: dat ook) maar voor hun broodwinning afhankelijk zijn, betekent dit dat van alle partijen binnen dat bedrijf een grote zorgvuldigheid wordt geëist, of ze nu met elkaar in conflict zijn of niet. Er is een derde belang in het spel, zo omvangrijk dat we het als de derde macht binnen deze context kunnen beschouwen. De reikwijdte van die macht valt moeilijk te definiëren; er bestaan geen erkende methoden of kanalen waardoor ze haar invloed kan uitoefenen. Maar dat die macht er is, en dat er een groot collectief belang door wordt vertegenwoordigd: daaraan zal geen rechter en niemand kunnen twijfelen. Het zal duidelijker worden als straks de tarieven weer worden verhoogd en de autofiles langer.

Dat in een bedrijf als de Spoorwegen een vereniging tot behartiging van de belangen der reizigers is ontstaan, wijst erop dat er langdurig iets aan de dienstverlening van dit bedrijf ontbreekt. Dit is in principe bijna even ernstig als een toestand waarin de waterleidingbedrijven in die mate tekort zouden schieten dat de consumenten zich gedwongen zouden zien een vereniging van waterdrinkers op te richten. Openbaar vervoer weegt minder zwaar dan volksgezondheid, maar beide horen tot het openbaar nut. Als de klanten van deze nutsbedrijven voortdurend slecht worden bediend komt het in hun kringen onherroepelijk tot machtsvorming.

Het personeel en de directie van de NS zijn "niet apert onredelijk' met elkaar omgesprongen. Het resultaat daarvan is dat ze voor het ogenblik onderling zijn uitgepraat. Dit verleent geen alibi tot het apert onredelijk omspringen met hun gemeenschappelijke klandizie. Het belang van die klandizie is zo groot dat het een algemeen belang overlapt. Dat hoort door overheid en politiek in ruimere zin te worden bewaakt. Ook uit die kringen is niets van doorslaggevende invloed ondernomen.

Het betekent feitelijk dat de vereniging van treinreizigers via de rechter een poging heeft gedaan een machtsvacuüm te vullen. In dat opzicht is Rover niet de enige organisatie, maar een van de vele die als een ontkiemende, particuliere vorm van corporatisme optreedt om belangen te behartigen die door de traditioneel daarvoor aangewezen instellingen worden verwaarloosd. Particuliere veiligheidsdiensten, burgerwachten in oprichting, ook die zijn organisaties tot behartiging van een algemeen belang op het terrein waar de overheid geleidelijk is teruggetreden; een onvermijdelijk gevolg dat privatisering doet ontstaan waar de rechtsstaat en het algemeen nutsbedrijf het monopolie zouden moeten hebben.

Als woensdag de treinen weer rijden mag men daaruit misschien afleiden dat ons algemeen belang weer "niet apert onredelijk' wordt behartigd maar dat is wel apert onvoldoende.