Meer geld voor basisonderwijs zuidelijk Afrika

DEN HAAG, 6 APRIL. Nederland wil voor het basisonderwijs in ontwikkelingslanden drie keer zo veel geld uitgeven en stelt daarvoor een jaarlijks extra bedrag van 100 miljoen gulden ter beschikking. Nederland zal samenwerken met andere donoren, omdat er over basisonderwijs in ontwikkelingslanden niet voldoende kennis aanwezig is.

In het totaal geeft Nederland nu 630 miljoen gulden aan onderwijs in ontwikkelingslanden uit. Het merendeel van deze hulp gaat naar Afrika ten zuiden van de Sahara.

Dat kondigde minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) vanochtend aan bij de presentatie van het rapport "Ontwikkelingssamenwerking en onderwijs in de jaren negentig'. Met de ruimere subsidies aan het basisonderwijs in de derde wereld moeten vooral meisjes, vrouwen, vluchtelingen en ontheemden worden geholpen. Pronk wees erop dat ook de ontvangende landen in hun eigen begrotingen meer geld moeten vrijmaken voor basisonderwijs. Het bedrijfsleven en niet gouvernementele organisaties (NGO's) zullen ook worden ingeschakeld.

960 Miljoen mensen van 15 jaar en ouder zijn analfabeet, een derde van de bevolking in de ontwikkelingslanden. In de jaren tachtig zijn in een aantal landen minder kinderen naar school gegaan terwijl de bevolkingsgroei sterk toenam. Onveiligheid, burgeroorlogen, politieke strubbelingen en een gebrek aan geld zijn daarvan de voornaamste oorzaken.

Pronk wil dat universitaire studenten meer in de eigen regio, dan in de noordelijke landen een opleiding krijgen. Op die manier kan er beter rekening worden gehouden met de vraag uit arme landen en minder met het aanbod uit de rijke landen. Er komt een nieuw Medefinancieringsprogramma voor Hoger Onderwijs Samenwerking. Daarmee kunnen Nederlandse universiteiten en hogescholen langlopende overeenkomsten aangaan met instituten in ontwikkelingslanden. De helft van die activiteiten zou zich moeten concentreren op Afrika.

Daarnaast wil Pronk een aantal cursussen die nu in Nederland worden gehouden kritisch bekijken. De opleidingen zouden de speerpunten van zijn beleid: armoedebestrijding, vrouwen, milieu en plattelandsontwikkeling ten goede moeten komen. Het beschikbare geld (62 miljoen gulden) wil hij in 1993 met een derde verminderen en daarna op hetzelfde peil houden. Het geld dat vrijkomt gaat naar opleidingen in ontwikkelingslanden zelf.