Knulligheden bij de controle funest voor Duitse atletiekbond

De schorsing van drie recordloopsters uit de voormalige DDR heeft voor de Deutscher Leichtathletik Verband als een boemerang gewerkt. Het trio Krabbe, Breuer en Möller werd gistermiddag "niet schuldig' verklaard aan dopingfraude. Tegelijkertijd belandden de Duitse atletiekbond en dopingpaus prof.dr. Manfred Donike in de beklaagdenbank.

Günter Emig, voorzitter van de DLV-beroepscommissie, had het heel pijnlijk gevonden om zijn eigen bond zo ongenadig in het hemd te zetten. Maar hij had er niet omheen gekund. Want, zei hij in zijn slotwoord, als een vereniging van haar leden eist dat ze zich aan de regels houden, mogen die leden verwachten dat hun vereniging bij controle van de naleving eenzelfde zorgvuldigheid betracht. Zeker als het gaat om dopingcontroles, waarbij sportieve carrière, beroepsuitoefening en miljoenen aan inkomen op het spel kunnen staan.

Dat was het afgelopen weekeinde nog het meest ontluisterende tijdens de zitting van de beroepscommissie: de laksheid, de onkunde, het amateurisme waarmee de Duitse atletiekbond een anti-dopingbeleid meent te kunnen voeren. Op basis waarvan achteloos drie atleten werden geschorst voor het leven. Daar komt de schorsing van vier jaar voor sprinters op neer. De Duitse atletiekbond probeerde de beroepscommissie tevergeefs uit te leggen dat je aan verenigingsrecht nu eenmaal andere eisen moet stellen dan aan burgerlijk recht. Verenigingen zijn praktisch, niet formalistisch. Bij verenigingen komen de regels niet zo nauw. Daarom had het niet zoveel uitgemaakt dat de Zuidafrikaanse dopingcontrole misschien niet helemaal volgens de Duitse regels was verlopen. Het kon nooit veel hebben gescheeld.

Trouwens die Duitse regels die volledig overeenkwamen met de reglementen van de Internationale Amateur Atletiek Federatie, ook al was er bij de vertaling soms iets misgegaan, moesten vooral niet te dogmatisch worden opgevat. Het waren maar aanbevelingen, suggesties. In die regels mocht dan wel staan dat flesjes met urinemonsters moeten worden verzegeld. Het verzegelen van de speciale verpakking was ook goed genoeg.

En dat volgens het reglement alleen de anti-dopingcommissie opdracht tot een controle kon geven, terwijl die commissie allang was opgeheven? Foutje. Nog zo'n onbetekenend slordigheidje: de atletiekbond had verzuimd te publiceren dat de maximum schorsing bij dopinggebruik intussen van twee tot vier jaar was verhoogd. Wat de voorzitter van de beroepscommissie spontaan deed verzuchten: “We hebben het wel over de rechtszekerheid van topatleten.”

Een overmaat aan zulke futiliteiten is de atletiekbond uiteindelijk noodlottig geworden. Dat alleen de atletes met de urine konden hebben geknoeid, werd onhoudbaar toen bleek dat de enige beveiliging van de urinemonsters, de verzegelde Envopak-verpakking, niet fraude-bestendig was geweest. Het gebruikte type Envopak was volgens de moederfabriek ongeschikt voor dopingcontroles. Daarbij hadden de codezegels kunnen worden verbroken zonder dat het bij aankomst in het laboratorium gemerkt was. De verdediging presenteerde twee setjes zegels met exact dezelfde nummers als op de verpakkingen van de atletes. Om te bewijzen dat de plastic code-waarmerken toch minder eenmalig zijn dan de firma Envopak wil doen geloven.

Excelleerde de Duitse atletiekbond in knulligheid, prof.dr. Manfred Donike, 's werelds bekendste dopingexpert, schitterde door vooringenomenheid. Zijn wetenschappelijke conclusies spraken elkaar in brieven aan de Duitse atletiekbond weliswaar tegen, maar in zijn veroordeling van de atletes bleef hij consequent. In één brief schreef hij dat de aangetroffen eenheidsurine afkomstig kon zijn van één van de atletes “voor een anabolica-kuur”. In een andere brief rapporteerde hij dat de urine niet van de atletes kon stammen, maar moest zijn geleverd door een vrouw “in de omgeving van de trainingsgroep” en niet kon zijn meegenomen uit “een depot in Neubrandenburg”. Op niets gebaseerde verdachtmakingen, zei de voorzitter van de beroepscommissie, die niet passen bij “een wetenschapper die droog en nuchter verslag doet”, zoals Donike zichzelf omschreef.

Vertegenwoordigers van de atletiekbond klaagden na afloop dat de beroepscommissie onmogelijk hoge eisen aan de kwaliteit van de dopingcontroles heeft gesteld en dat daarmee het hele dopingbeleid ondermijnd wordt. Terwijl de beroepscommissie alleen heeft bepaald dat de bond zich aan zijn eigen regels moet houden. Ter bescherming van de atleten en zichzelf. De DLV is niet de enige sportbond die daartoe niet bereid of niet bij machte is. Dopingcontroles zouden daarom beter aan onafhankelijke, professionele organisaties kunnen worden overgelaten.

Dan zouden Krabbe, Breuer en Möller misschien allang terecht zijn gepakt. Of nooit vals zijn beschuldigd. Nu blijft er altijd de twijfel: de oogst van grenzeloze onzorgvuldigheid.