Juridisch staan de VS niet sterk tegenover Libië; Als Libië bij het Internationale Hof wint, dreigt er nog geen constitutionele crisis in de Verenigde Naties; Sommigen hebben heimwee naar de tijd dat Veiligheidsraad nog aangenaam verlamd werd door he...

Er bestaat geen algemene volkenrechtelijke verplichting tot uitlevering van personen die van strafbare feiten worden verdacht. Staten mogen wel uitleveren, maar zijn daartoe alleen verplicht als er uitleveringsverdragen bestaan.

De Veiligheidsraad heeft op 31 maart besloten dat de lidstaten van de Verenigde Naties economische sancties tegen Libië moeten treffen als dat land niet vóór 15 april twee van zijn van terrorisme verdachte onderdanen aan Groot-Brittannië en de Verenigde Staten uitlevert. Enkele weken eerder had Libië aan het Internationaal Gerechtshof gevraagd Groot-Brittannië en de Verenigde Staten te bevelen geen dwang uit te oefenen op Libië om deze twee personen uit te leveren. Als Libië de zaak voor het Internationaal Gerechtshof zou winnen, dreigt er dan een conflict tussen het Internationaal Gerechtshof en de Veiligheidsraad, een soort constitutionele crisis in de Verenigde Naties?

Hoewel Groot-Brittannië en de Verenigde Staten dit probleem hebben trachten te omzeilen door aan te dringen op surrender in plaats van extradition van de twee verdachten, heeft Libië de eis terecht gekwalificeerd als een verzoek om uitlevering.

Het verdrag dat op deze situatie van toepassing is, en waarbij alle drie betrokken staten partij zijn, is het Verdrag van Montreal over bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart (1971). Dit verdrag berust op het beginsel aut dedere aut judicare (hetzij uitleveren, hetzij berechten) en betekent dat een staat een persoon die wordt verdacht van de in het verdrag omschreven delicten, slechts behoeft uit te leveren als hij zelf geen vervolging instelt.

Libië heeft zich blijkens een communiqué van 28 november 1991 bereid verklaard de nodige stappen te nemen die tot vervolging kunnen leiden. Het heeft de VS, Engeland en Frankrijk gevraagd om hierbij de nodige assistentie te verlenen. Het lijkt er dus op of Libië daarmee conform zijn internationale verplichtingen handelt.

Vermoedelijk staat het Hof niet te popelen om dit met zoveel woorden vast te stellen. In 1986 werden de VS tot hun grote woede door het Hof veroordeeld wegens hun militaire inmenging in Nicaragua. Het is niet moeilijk te voorspellen wat het effect op de Amerikaanse publieke opinie zou zijn van een nieuwe nederlaag voor het Internationaal Gerechtshof, ditmaal tegen een andere volksvijand.

Het Hof heeft een scala van mogelijkheden tot zijn beschikking om zich op procedurele gronden te onttrekken aan het doen van een inhoudelijke uitspraak. Het Verdrag van Montreal bepaalt bijvoorbeeld dat geschillen over de interpretatie van het Verdrag pas aan het Hof kunnen worden voorgelegd nadat het gedurende zes maanden onmogelijk is gebleken via arbitrage tot een oplossing te komen. Deze periode is nog niet verstreken, hoewel Groot-Brittannië en de Verenigde Staten een desbetreffend aanbod van Libië reeds hebben afgewezen.

Maar ook als het Hof geen inhoudelijke uitspraak wil doen, dan nog blijft het feit dat Libië door niet uit te leveren maar zelf te vervolgen, geen internationale verplichting schendt. Kan de Veiligheidsraad sancties treffen tegen een staat die zich keurig aan zijn internationale juridische verplichtingen houdt?

Dan kan inderdaad. Volgens artikel 39 van het Handvest van de VN is de Veiligheidsraad als enige bevoegd, zelfs verplicht vast te stellen of er sprake is van een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid die het treffen van sancties noodzakelijk maken. Zo'n bedreiging bestaat dus als dit in het politieke oordeel van de Veiligheidsraad het geval is.

De opstellers van het Handvest hebben zich uiteraard gerealiseerd dat hiermee zeer vèrstrekkende bevoegdheden werden verleend aan de Veiligheidsraad. Zij hebben echter bewust willen voorkomen dat de Veiligheidsraad niet in actie zou kunnen komen wegens juridische verschillen van mening over de vraag of de staat waartegen sancties worden getroffen zich werkelijk onrechtmatig heeft gedragen.

Er dreigt dus geen constitutionele crisis in de Verenigde Naties. Zelfs als het Hof zou vaststellen dat Libië niet onrechtmatig heeft gehandeld, dan nog mogen de sancties gewoon doorgaan. Het Hof is niet bevoegd Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op te dragen geen uitvoering te geven aan door de Veiligheidsraad (aan)bevolen sancties.

Dat de Veiligheidsraad deze verstrekkende bevoegdheden heeft, was uiteraard reeds lang bekend. Door benutting van het vetorecht door zijn vijf permanente leden heeft de Veiligheidsraad hiervan echter nog maar weinig gebruik kunnen maken. De Lockerbie-affaire illustreert treffend de nieuwe periode waarin we nu verkeren. Door hun economische afhankelijkheid van de VS kunnen Rusland en China zich niet langer veroorloven hun veto uit te spreken in gevallen waarin dat niet strookt met de wensen en belangen van de Verenigde Staten - en verbonden Westerse mogendheden.

De nieuwe Amerikaanse macht blijkt ook uit de verdere eisen die aan Libië worden gesteld. Blijkens resolutie 748 van de Veiligheidsraad wordt niet alleen uitlevering van de twee verdachten verlangd, maar moet Libië zich ook verplichten alle vormen van terroristische actie en alle steun aan terroristische groeperingen af te zweren. De eis is zo ruim geformuleerd dat het de bedoeling lijkt Libië koste wat het kost met sancties te treffen.

De door president Bush geproclameerde nieuwe internationale orde blijkt dus neer te komen op een Pax Americana, waarin de VS bepalen wanneer zich een bedreiging van de internationale veiligheid voordoet waar de wereldgemeenschap met sancties op moet reageren. Of dit een goede zaak is, hangt ervan af wat men denkt van de Amerikaanse militaire interventies in Grenada, Libië en Panama de afgelopen jaren. Dit soort acties zullen voortaan dus onder de paraplu van de Verenigde Naties uitgevoerd kunnen worden. Misschien dat sommigen onder ons nog eens met weemoed zullen terugdenken aan de tijden waarin de Veiligheidsraad aangenaam werd verlamd door het vetorecht.