Jan Pronk en de wereld

Doctorandus Jan P. Pronk, minister zonder portefeuille, belast met ontwikkelingssamenwerking:

“Ik wil wel zeggen dat k niet zal kiezen voor het ondergeschikt maken van de democratische besluitvorming aan de beleidsdoelstellingen. (...) Maar in een aantal ontwikkelingslanden, waar de problemen van een gans andere orde zijn, zul je de keuze voor die andere weg (dan de democratische - red.) wèl kunnen respecteren en begrijpen, en in een enkele situatie zelfs toejuichen.”(Haagse Post, 22 september 1973)

“De Nederlandse staat is geen imperialistische staat. Zeker onder de regering-Den Uyl, waar ik lid van ben, niet. Dat neemt niet weg dat Nederland lid is van internationale organisaties, zoals de EEG en NATO, waarvan ik van mening ben dat zij nog steeds stukken beleid voeren, die ik als imperialistisch ervaar.” (De Groene Amsterdammer, 8 mei 1974)

“Dat serieus overkomen heb ik altijd al gehad. Als kind al, zeiden ze vroeger. Ik kon altijd moeilijk overschakelen. Ik was altijd met iets bezig en bleef erdoor geobsedeerd, totdat het af was.” (De Tijd, 7 maart 1975)

“Kijk eens, de stopzetting van de hulp aan Indonesië, die de PvdA wil, ik geloof niet in schone-handenpolitiek. We moeten gebruik maken van onze hulp om invloed uit te oefenen.” (Vrij Nederland, 20 augustus 1977)

“Je zou het geven van steun los moeten koppelen van de politieke kleur van een regime. Dat principe, dus van nationale souvereiniteit van elk land, is trouwens internationaal aanvaard.”(Het Vrije Volk, 31 december 1984)

“Wij hebben Indonesië een beetje verwend. We hebben het veel meer hulp gegeven dan andere landen.” (Tweede-Kamerdebat, 2 april 1992)