"Herstel openbare orde Antillen geen groot karwei'

DEN HAAG, 6 APRIL. Maandagavond een week geleden kondigde minister Ter Beek van defensie tijdens een lezing over aanpassingen in de Defensienota aan dat de Nederlandse krijgsmacht nooit meer zelfstandig zou optreden. Hij maakte een uitzondering voor de Nederlandse Antillen en Aruba, waar Nederland bijstandsverplichtingen is aangegaan. Vrijdagavond vroeg gouverneur J. M. Saleh van de Antillen aan de Koninkrijksregering in Den Haag om militaire bijstand. Zijn verzoek werd ingewilligd.

Een oefening van de Nederlandse mariniers samen met de Verenigde Staten en Frankrijk (de drie landen die Suriname onlangs militaire assistentie aanboden) op de westpunt van Curaçao werd afgebroken. Fransen en Amerikanen vertrokken snel. Voor Nederlandse en Antilliaanse mariniers werd de paraatheidsgraad opgevoerd. De Nederlandse marine verzorgde vrijdagavond het transport over zee via het Waaigat van 25 man van het Vrijwilligers Korps Curaçao (een soort territoriaal) commando naar Fort Amsterdam in het hart van Willemstad om de lokale politie te assisteren. Meer werd niet gevraagd. Meer was ook niet nodig. Het Korps werd teruggetrokken maar de Nederlandse en Antilliaanse militairen blijven wel ter beschikking van gouverneur Saleh staan.

Dertig minuten na een verzoek kan hij volgens een woordvoerder van de Marine nu beschikken over één peloton (30 man VKC, die hun wapens krijgen van het Commando Zeemacht Caraïbisch Gebied), één peloton Antilliaanse militie (30 man, die onderdeel zijn van het Commando Zeemacht) en één peloton (30 man Nederlandse mariniers).

Nederland heeft in het Statuut van het Koninkrijk de verplichting op zich genomen de externe veiligheid van de Antillen en Aruba te waarborgen. De krijgmacht (800 mannen en vrouwen) dient niet als substituut voor civiele diensten. Maar, zegt Defensie, de aanwezige militaire middelen kunnen worden ingezet voor "incidentele behoeften in de civiele sfeer'. Dat is in het verleden ook gebeurd.

Naast mariniers heeft Nederland in de Antillen een stationsschip, een bevoorradingsschip, twee helikopters, twee F-27 patrouillevliegtuigen en een Orion-verkennigsvliegtuig. Over inzet voor civiele taken wordt de laatste tijd intensief overleg gevoerd met de procureur-generaal van de Nederlandse Antillen. Nederland heeft ondermeer hulp aangeboden bij de strijd tegen drugs.

De laatste maanden zijn er veel klachten geweest over de kwaliteit en kwantiteit van verschillende lichtingen Antilliaanse dienstplichtingen. Nederland heeft deze kwestie opgenomen met de minister-president van de Nederlandse Antillen, L. Peters. De dienstplichtigen krijgen hun opleiding van Nederlandse instructeurs. Zij treden niet afzonderlijk op.

Het verzoek van de Antillen is gedaan via de Koninkrijksregering in Den Haag aan de Commandant Zeemacht Caraïbisch gebied. Hij treft maatregelen voor de bijstandsverplichtingen en zal de Antilliaanse militie niet als een op zichzelf opererende eenheid het veld insturen, zo zegt een woordvoerder.

In 1969 bij de brand en de stakingen in Willemstad stuurde Nederland 200 man mariniers in burgerkleding met de KLM naar Curaçao. Toen nog gold hun wapenspreuk: "Qua patet orbis', zo wijd de wereld strekt. Zij werden samen met de 400 mariniers die al op Curaçao waren gestationeerd ingezet om de openbare orde te handhaven. Daarvoor liggen vaste plannen klaar. Volgens een marine-woordvoerder is het "geen groot karwei'. In korte tijd keerde in 1969 de rust op het eiland terug. Dit keer was er alleen een verzoek voor hulp van een deel van de aanwezige militairen op Curaçao. De 150 man mariniers op Aruba zijn niet in paraatheid gebracht.