Groningse wethouder Y.H. Gietema stapt op wegens affaire Kredietbank; "We gaven geld aan de verkeerde mensen'; "Er heerst in de PvdA in Groningen een sfeer van list en bedrog'

GRONINGEN, 6 APRIL. Rancuneus is hij niet, verontwaardigd wel. Y.H. Gietema, ex-PvdA-wethouder van cultuur en ruimtelijke ordening in Groningen legde vorige week zijn functie neer, toen bleek dat gemeente Groningen met een miljoenenstrop opgescheept zat als gevolg van de affaire bij de gemeentelijke Groningse Kredietbank (GKB).

“Ik heb het besluit om op te stappen met pijn in het hart genomen, maar ik ben er nog steeds trots op. Het was geen lichtzinnige stap, maar ik had mezelf niet meer in de spiegel durven aankijken als ik het niet gedaan had.” De eerst verantwoordelijke wethouder, zijn partijgenoot P.T. Huisman van sociale zaken, weigerde in eerste instantie politieke consequenties te trekken, waarop Gietema zelf zijn ontslagbrief schreef. Huisman stapte op nadat de conclusies van de onderzoekscommissie openbaar waren gemaakt, een dag na Gietema.

Zijn eigen vertrek noemt Gietema "politiek noodzakelijk'. “Ik was lijsttrekker van de PvdA en de geloofwaardigheid was in het geding. Het was voor mij een heel serieuze en ernstige zaak en het is onzin dat ik nu een "kamikaze-piloot' wordt genoemd door sommige partijgenoten. Ik heb de afgelopen dagen heel wat handen geschud van Groningers die het met me eens waren. "Dit kòn niet anders, dit moèst gebeuren', hoorde ik. Het bewijst weer eens hoe ver de PvdA afstaat van wat de man in de straat vindt.”

Het rapport was helder als glas en onverbiddelijk in zijn oordeel: jarenlang kon de directeur van de Kredietbank ongelimiteerd en ongecontroleerd hypotheekkredieten verstrekken aan dubieuze personen. Gietema: “Het heeft mij redelijk aangegrepen dat wij veel geld lieten toestromen naar dit soort mensen die de PvdA juist in hun handelen wil bestrijden.

“Ik had zelf al vanaf vorig jaar december last van die affaire”, zegt hij, “door de tussenrapportages druppelden de berichten binnen dat het een financiële chaos was bij de GKB. Vele weken geleden heb ik al gesprekken gevoerd met mijn collega-wethouders (A.G.M. van de Vondevoort (financiële zaken) en Huisman, red.) dat ze hun consequenties moesten trekken.”

Tien dagen geleden kreeg het college een concept van het rapport en toen was volgens Gietema al volstrekt duidelijk dat de conclusies van de commissie "buitengewoon vernietigend' waren. “Ik heb toen met instemming van Van de Vondevoort en Huisman aan burgemeester Ouwerkerk gevraagd of hij een gesprek met ons drieën wilde voeren. In het eerste gesprek kwamen de politieke consequenties wel ter tafel, zonder dat er naar elkaar werd gewezen. Afgelopen maandag heb ik gesteld dat Huisman zijn consequenties moest trekken, maar dat stuitte bij hem en Van de Vondevoort op een muur van weerstand. Ik heb toen gezegd: als jij het niet doet, doe ik het.”

Gietema's besluit om zijn wethouderszetel beschikbaar te stellen stond vast toen het PvdA-afdelingsbestuur in Groningen ontkende dat hij met opstappen had gedreigd. Gietema: “Er heerst binnen de afdeling Groningen een sfeer van list en bedrog waar ik mij niet thuisvoel.”

De ex-wethouder betitelt het partijstandpunt om eerst kennis te nemen van de eindrapportage en vervolgens te gaan discussiëren over wat hun te doen stond als "een foute inschatting'. “De politiek moet het voortouw nemen”, is zijn stellige overtuiging.

Naar Gietema's oordeel is de affaire niet te wijten aan de bestuurscultuur in de gemeente, waarbij sinds 1987 algemeen directeuren van diensten grote zelfstandigheid genieten en managementscontracten afsluiten met het college. In het rapport werd die cultuur aangeduid als een belangrijke oorzaak voor het debâcle. “Bij ruimtelijke ordening waren steeds momenten van verantwoording. Ik had als wethouder elke week een gesprek met de algemeen directeur en elke veertien dagen met de overige directeuren van de dienst.”

Volgens Gietema liep het bij de GKB al fout op het moment dat B. Ketelaar werd aangesteld als directeur. “De sollicitatieprocedure is onzorgvuldig geweest. Men is naïef en slordig te werk gegaan, want Ketelaar blijkt bij zijn vorige werkgever ontslagen te zijn. Er had moeten worden nagegaan waarom.”

Ook Huisman had tijdens het overleg met de algemeen directeur van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar Gietema's mening alerter moeten zijn. “Het is toch merkwaardig dat je na een jaar nog niet op de hoogte bent. In een managementsrapportage stond dat er wel degelijk iets aan de hand was. Toen had er een lichtje bij hem op moeten gaan.”

Gietema, afkomstig uit de politieke "school' van Max van den Berg en Jacques Wallage en gedurende zijn veertienjarig wethouderschap verantwoordelijk voor grote maar ook omstreden bouwprojecten zoals het nieuwe Groninger Museum, was jarenlang een invloedrijk en gezaghebbend man binnen de partij en het gemeentebestuur. Hij heeft geen ambitie, zegt hij, om zijn oud-partijgenoten alsnog te volgen naar de landelijke politiek. “Ik ben verknocht aan het Noorden.”