Geschrokken

OFFICIEEL DUITSLAND is zich rot geschrokken. Elf procent voor de rechts-radicalen in de moderne sociaal-economische speerpunt van Duitsland, Baden-Württemberg, is een unieke score in het democratische Duitsland van na de oorlog. (Zeven procent in de kleine noordelijke deelstaat Sleeswijk-Holstein trouwens ook.) De gevestigde partijen hebben alle verloren in de gisteren gehouden deelstaatverkiezingen, de christen-democratische CDU zelfs dramatisch.

Deelstaatverkiezingen zijn ervoor om de federale coalitie in Bonn een draai om de oren te geven. De kiezer zorgt voor correctie en evenwicht en voor een zelfbewust tegengeluid vanuit de provincie via de Bondsraad. Als sociaal-democraten en Groenen gisteren hadden gewonnen was dat dus volgens het vertrouwde stramien geweest. Het is dit keer anders gelopen.

Men kan en moet het succes van de rechts-radicalen betreuren, maar het komt desondanks niet zomaar uit de lucht vallen. Het zou merkwaardig zijn geweest wanneer het oproer tegen buitenlandse vluchtelingen en asielhotels van vorig jaar helemaal zonder politieke vertaling was gebleven. Bovendien ligt Duitsland op een gevoelige plaats met armoe, chaos en oorlog aan zijn oostgrenzen. Overal in Europa steken rechts-radicale groeperingen de kop op om uit ongenoegen en angst politieke munt te slaan en het zou derhalve bijzonder zijn geweest wanneer dat Duitsland bespaard zou blijven.

DE GEVESTIGDE partijen krijgen de schuld. Dat is goeddeels terecht, maar niet helemaal. Het is niet terecht om de gevestigde partijen gebrek aan recepten te verwijten. Dat gebrek is er wel, maar iedereen - de politicus en de burger - heeft op het ogenblik last van onzekerheid. Het einde van de Koude Oorlog is ook het einde van de statische geborgenheid en dat is in Duitsland sinds de aansluiting van de voormalige DDR heel tastbaar.

De gevestigde partijen kan daarentegen wel worden verweten - en niet alleen in Duitsland - dat zij onderdeel, profiteur en gevangene van een bureaucratisch machtsarrangement zijn geworden. Dat arrangement leeft bij de gratie van voortdurende bevrediging van de kiezer door voortdurende vermeerdering van de welvaart. Als die machine stokt, wendt de kiezer zich af, want het overige politieke debat is doelloos, zinloos en zonder consequenties. Het politieke discours als motor voor de ontwikkeling van ideeën, van politieke ethiek en politieke cultuur, heeft allang aan geloofwaardigheid ingeboet. Het is entertainment voor insiders geworden, losgekoppeld van de werkelijkheid van Otto Normalverbraucher. Die heeft gisteren onverwachts heftig aan de bel getrokken.