GARCIA EEN IMPOPULAIRE KLUIZENAAR

Anders dan vorig jaar had Nederlands marathonkampioen Bert van Vlaanderen gisteren in Rotterdam oog voor zijn omgeving. Het fris en vrij om zich heen kijken naar de miljoen toeschouwers dat op de been was, typeerde de ontspannen manier van lopen waarmee hij vierde werd. Met 2.11.53 maakt hij zich geen zorgen over het uitzenden naar Barcelona. De atleet uit Tienhoven eindigde op 2 minuut 37 achter de winnaar, de Mexicaan Garcia.

Garcia is een eenling die zich niet stoort aan de opvatting dat hij vriendelijk met officials en collega-lopers moet optrekken. Hij is een beroepsmilitair die vrij kan nemen voor zijn sport wanneer dat hem uitkomt. Die professionele aanpak kenmerkt ook zijn instelling en vrijheidsdrang ten opzichte van zijn collega's. Zijn individuele manier van doen stoot die anderen flink tegen de borst en daarom is Garcia geen populair mens. Hardlopen doet hij wel goed, dat kunnen ook zijn critici niet ontkennen. Volk en vaderland kietelt hij met de opmerking dat Mexico in de medailles gaat vallen bij de Olympische Spelen wanneer het op tienduizend meter op de baan of de marathon op de weg aankomt. Vijftien maal is hij zelf voor een marathon vertrokken. Acht maal eindigde hij als winnaar, twee maal eindigde hij als tweede en bij de andere wedstrijden hield hij het voor gezien toen een fraaie plaats niet haalbaar was.

Mexico heeft een rijke schare marathoncoryfeeën en al won Garcia dan vorig jaar in New York en gisteren in Rotterdam, van de Olympische Spelen is hij nog niet zeker. “De tijd (2.09.16) had beter moeten zijn. Er zijn er wel meer die dat kunnen lopen”, zo zei hij over de prestatie waarmee hij op de wereldmarathonlijst van dit jaar toch op de derde plaats staat. Eerste is overigens een landgenoot, Ceron, die 2.08.36 in Beppu in Japan liep. Per land mogen drie atleten bij de Olympische Spelen aan de start komen. Garcia juicht nog niet nu marathons in Londen en Boston de komende weken landgenoten kunnen voortbrengen die sneller lopen dan hij.

Jos Hermens, de druk bezette manager van de Rotterdamse marathon, had een gezelschap van 22 Mexicanen op bezoek gekregen van wie een deel werd aangevoerd door de winnaar van 1982, Gomez. Garcia ging zijn eigen gang, zoals ook in de voorbereiding. Hij gebruikte vijf weken om in Bolivia op een hoogte van 3800 meter te trainen. Maar in de ruimte waar de atleten voor de start verbleven was Garcia toch eender als de anderen. “Ze lagen allemaal voor pampus op bedden”, herinnerde Van Vlaanderen zich over de mannen die de wedstrijd leken te overspoelen. Van Vlaanderen zat kalm op een stoel en blikte wat om zich heen. Niet altijd is hij voor een wedstrijd de rust zelve. “Zeker het laatste half uur niet. Dan ben ik er al lang klaar voor, maar dan moet je toch wachten. Dan pluk ik steeds aan mijn gezicht en wil ik dat het opschiet. Dan ben ik blij als we naar de start gaan en wat kunnen inlopen.”

In zijn derde marathon liet hij zich overigens geen moment van de wijs brengen. Terwijl de kopgroep achter een rij van vier hazen naar tussentijden werd geloodst die lang overeenkwamen met die van het wereldrecord uit 1988, trok hij zijn plan in een tweede groep. De opzet was om in de buurt van 2.11.30 te komen, omdat dat de olympische limiet is en er geen angst behoeft te bestaan zoals bij de Mexicanen dat zoiets door veel andere Nederlanders kan worden overspoeld. Van Vlaanderen wist in zijn groep John Vermeule als concurrent. Met hem moest hij rekening houden, te meer daar hij in de kortere wegwedstrijden van de laatste weken dikwijls voor hem eindigde. Maar de marathon spreekt de krachten van de mens pas echt aan rond de 35ste kilometer. Toen ook riep bondscoach Bob Boverman de Nederlanders toe dat zij moesten aanzetten, wilden zij onder de 2 uur 12 eindigen. Van Vlaanderen deed dat, Vermeule klapte in elkaar. “Eerst was het een gaatje van een paar meter, toen deed ik vreselijk mijn best om dichterbij te komen zonder dat het hielp en daarna was het over.”

Van Vlaanderen had al geruime tijd het gevoel dat hij wel heel gemakkelijk liep. “Bij 35 kilometer dacht ik echt, wat kan mij in die resterende 7 kilometer nog gebeuren. Niets toch?”. De 27-jarige atleet die over het algemeen een normale werkweek heeft in de technische dienst van een winkelbedrijf, maar ruimte kan krijgen voor trainingen en wedstrijden, spande de boog en loste de mensen die bij hem waren. De Portugees Castro liet als enige pas op de eindstreep los. Voor hem bleven de Mexicanen Garcia en Rico, alsmede de Duitser Peter.

“Vorig jaar”, zo zei Van Vlaanderen bij de vergelijking tussen zijn eerste en derde marathon (beide in Rotterdam), “was ik strak gericht op de wedstrijd, wist ik van niets van wat er om mij heen gebeurde. Nu zag ik alle mensen, zag ik de fotografen hun werk doen en had ik echt lol in het lopen. Het kostte me totaal geen moeite.” Ook na afloop vertoonde zijn gezicht geen spoortje van de inspanningen. Tijdens de metrorit van de finish naar zijn hotel genoot hij van de blikken van de mensen die zich met hem lieten vervoeren, verbaasd als zij waren de Nederlandse kampioen alweer zo snel te zien vertrekken. Van Vlaanderen liet de prijsuitreiking in het Rotterdamse stadhuis schieten voor een afspraak in de televisiestudio's in Hilversum. Hij was voor het eerste deel van zijn reis op het openbaar vervoer aangewezen toen de auto van zijn manager met panne bleek te staan.

Officieel heeft hij niet aan de limiet voor Barcelona voldaan, maar problemen over zijn aanwijzing verwacht hij niet. In zijn negende jaar als atleet voelt hij zich sterk nu de laatste drie jaar zich fraai volgens het topsportregime voltrekt. Daarvóór was hij een talentvol loper die trimmen liet uitgroeien tot wedstrijdsport nadat hij oorspronkelijk als voetballer en wielrenner sport bedreef.