Fujimori vestigt dictatuur in Peru

“Wij hebben een ramp geërfd.” Met die woorden aanvaardde de Japanse immigrantenzoon Alberto Fujimori in juli 1990 het presidentsambt van Peru.

Dat was een understatement. Tijdens het vijfjarig bewind van zijn voorganger, Alan Garcia, was de buitenlandse schuld opgelopen tot bijna achttien miljard dollar; vier op vijf Peruanen had geen vaste betrekking; de inflatie was niet langer serieus meetbaar - zo'n 3.000 procent per jaar - en groei was slechts merkbaar in één segment van de economie: de illegale teelt van cocabladeren, op welk gebied Peru zich de onbetwiste positie van wereldmarktleider had veroverd.

Bovendien werd het land geteisterd door de redeloze en ongrijpbare "maoïsten' van het Lichtend Pad, en door de (para-)militairen die de terreur moesten verdelgen, maar daarbij boerendorpen vol "sympathisanten' hadden uitgemoord en duizenden Peruanen hadden ontvoerd en gemarteld.

Maar dat zou voortaan anders worden, besloot Fujimori. Inmiddels is zijn programma van economische hervormingen zo'n anderhalf jaar van kracht en macro-economen laten voorzichtige optimistische geluiden horen. De inflatie zal dit jaar waarschijnlijk niet boven de 200 procent komen, de regering zit iets ruimer bij kas en de produktiviteit in de industrie zou toegenomen zijn. Fujimori wilde binnenkort een hoopvol begin maken met de privatisering van zijn 148 staatsbedrijven.

Daar staat echter tegenover dat buitenlandse investeringen achterblijven. De produktiviteit in de landbouw en visserij loopt terug en de werkloosheid stijgt. De buitenlandse schuld is weliswaar deels opnieuw gefinancierd, maar opgelopen tot bijna 23 miljard dollar. Reden voor andere economen te twijfelen aan de groeicijfers die de Peruaanse overheid uitgeeft. Sendero heeft bovendien zijn territorium met meer dan de helft vergroot en daarbij een verbond gesloten met de coca-coöperaties, door tegen betaling het leger af te leiden van de drugbestrijding. In het merendeel van Peru geldt vandaag de noodtoestand. Kortgeleden bracht Amnesty International een vernietigend rapport uit over de huidige eerbied voor de rechten van de mens in Peru.

Ook de regering-Fujimori was niet zo zelfverzekerd als het leek. Een belangrijke aanwijzing voor een crisis vormde het vertrek op 28 januari van dit jaar van Fujimori's topadviseur, de befaamde econoom Hernando de Soto, die zich niet langer met de politieke koers kon verenigen. Tijdens de operatie van vannacht erkende Fujimori nu ook zelf dat zijn politiek tot nu toe geen succes is. Maar, zo zei hij, de schuld daarvoor lag niet zozeer bij die politiek als wel bij het “corrupte” Congres, dat hij daarom nu per decreet ontbond.

Machtsmiddelen als ontbinding van de volksvertegenwoordiging, het onder huisarrest plaatsen van parlementariërs, rollende tanks in Lima en censuur van de nieuwsmedia betekenen dat Fujimori met steun van de krijgsmacht de facto een dictatuur heeft ingesteld.

Het is de vraag of die "tijdelijke' ontbinding van de democratie een ideale bodem geeft voor de voltooiing van de vrije markt en de economische bloei die hij nastreeft. De machtsgreep van Fujimori, die regeerde zonder meerderheid, betekent niet alleen dat zijn politieke tegenstanders - al of niet “corrupt” - tijdelijk buiten bedrijf zijn gesteld, het betekent ook een radicale afwijzing van de kwestie waarop zij plegen te hameren: namelijk de vraag of economische hervormingen per definitie niet gepaard dienen te gaan aan sociale hervormingen, omdat de ongeremde introductie van de vrije markt leidt tot onaanvaardbare armoede bij de gewone burgers, die hierdoor willige rekruten voor een steeds machtiger Sendero worden. Dat militair geweld dit alleen kan oplossen is een illusie, zo is inmiddels wel gebleken.

Het kan nog even duren, maar de volgende president van Peru zal opnieuw een ramp erven.