Evenwicht

EEN GOUDEN UITSPRAAK, noemde de vertegenwoordiger van de vervoersbond FNV het gistermiddag gevelde vonnis van de Utrechtse rechter in het door de reizigersorganisatie Rover aangespannen kort geding om de vandaag begonnen tweedaagse spoorstaking veroordeeld te krijgen.

Op korte termijn had de spreker vermoedelijk het gelijk aan zijn kant: de reizigersclub was van mening geweest dat partijen onvoldoende hadden onderhandeld. De zwaarte van dat verwijt kwam door het uitroepen van de staking als vanzelf vooral op de schouders van de bond terecht. Uit het toelaten van de actie door de rechter concludeerde de bond dat hem geen blaam trof.

Maar op langere termijn is het de vraag of het verzet tegen de door de NS-directie voorgestelde flexibilisering van de arbeidstijden voor het onderhoudspersoneel - verzet waaruit de staking is voortgevloeid - wel het belang van de betrokken bondsleden dient. Ook de spoorwegen zullen meer en meer de werking van de Europese markt ondervinden. Zo zal bijvoorbeeld het monopolie dat de NS hebben bij het onderhoud van het eigen spoorwegnet worden doorbroken. Anticiperend daarop heeft de directie besloten de toekomstige concurrentie het hoofd te bieden door het onderhoud in NS-beheer leniger te maken. De aanvankelijke botte afwijzing daarvan getuigde niet van verbeeldingskracht aan de kant van de werknemers.

Directie en bonden hebben totdusver verzuimd in gezamenlijk overleg naar een oplossing voor deze nieuwe uitdaging te zoeken. De bazen van de NS blijken nog niet gewend aan modern en soepel ondernemerschap. De communicatie bij de NS verloopt nog steeds hoofdzakelijk van boven naar beneden. Andersom vertonen de werknemersorganisaties het historische spiegelbeeld van dit patroonsgedrag. Een bondsvoorstel om toch maar eens op de nieuwe werkomstandigheden te studeren bereikte de directie pas toen de staking was verordonneerd. Kortom, de gedachtenwisseling is nog lang niet ontdaan van de ambtelijke trekken uit het verleden.

ROVER WAS gisteren de verliezer. Teleurgesteld werd hier gereageerd dat een kans was gemist om het reizigersbelang in een conflict als dit gestalte te geven. De rechter heeft kennelijk in de eerste plaats het stakingsrecht van werknemers willen onderstrepen. Maar hij heeft de stakers daarmee nog niet carte blanche gegeven. Dezen moeten zich herinneren hoe bij de poststaking van november 1983 de toenmalige president van de Haagse rechtbank, mr. M. Wijnholt, een actie verbood die hij eerder had toegelaten. Wijnholt sprak de gedenkwaardige woorden: “Het mocht, maar het mag niet meer”. De duur van een op zichzelf gerechtvaardigde staking kan zich ten langen leste tegen de stakers zelf keren. In de Nederlandse cultuur staat het streven naar evenwicht centraal, ook in de subcultuur van de werknemersactie.