EK slechts routineklus voor De Kok op weg naar Spelen; Revolutie van mediagenieke judoka

DEN BOSCH, 6 APRIL. Vastbesloten zei judocoach Peter Ooms ruim een jaar geleden toen hij merkte dat Irene de Kok bij haar rentree niet werd ontvangen zoals hij verwachtte, dat hij alle middelen zou aangrijpen om zijn pupil naar de Olympische Spelen te loodsen. En hij hield zijn woord. De publiciteitsmachine werd in werking gezet, bondscoach Leo de Vries verdween, het judobestuur stelde op verzoek van het NOC de olympische limieten bij en Staf de Moor, voorzitter van de topsportcommissie en coach van De Koks concurrente Marion van Dorssen, stapte ook op. Alleen bondsvoorzitter Frans Hoogendijk, aanvakelijk Ooms' grootste kwelgeest, zit nog op zijn plaats.

Gisteren tijdens de Open Nederlandse kampioenschappen kon De Kok dank zij haar titel de laatste stap op weg naar de judorevolutie zetten. Volgende maand mag zij zich via een plaats bij de eerste vijf op de Europese kampioenschappen proberen te kwalificeren voor de Spelen. Dat moet vergeleken bij de energievretende wedstrijden van het afgelopen jaar een routineklus zijn. De Europese top is waarschijnlijk in Parijs immers afwezig. Slaagt ze niet, dan mag alsnog Van Dorssen. Omdat de Zeeuwse tot nog toe als enige een olympische nominatie heeft kunnen afdwingen.

Zowat elk medium, inclusief argeloze op kijkcijfers beluste tv-talkshows, onderhield Irene de Kok over haar machteloosheid in het gevecht tegen de bondsbestuurders. Mediageniek als de Tilburgse sportvrouw wist ze zowat heel Nederland ervan te overtuigen dat haar onrecht werd aangedaan. Voor haar concurrente, de stuurse Zeeuwse Van Dorssen, was geen aandacht. Die behoorde immers tot het "vijandige kamp'. Dat Van Dorssen in tegenstelling tot De Kok aanvankelijk ruim aan de olympische voorwaarden had voldaan, mocht geen naam hebben. Irene de Kok moest meer kansen hebben, riep Peter Ooms in zijn aanstekelijke strijdlust.

Terwijl Ooms na de open Nederlandse titel van zijn beschermelinge de media bedankt voor hun steun, kijkt Irene de Kok terug op een bewogen jaar. “Veel aandacht, dat is een belangrijke drijfveer voor een topsporter. Ik kon toch moeilijk bedanken als ik weer door Barend en Van Dorp of Sonja werd gevraagd. Ik had het liever niet gedaan. Maar ik heb het als noodzaak gezien. Hoewel ik voelde dat het weleens gênant zou kunnen worden als ik het toch niet zou lukken. De hele zaak is zo op de spits gedreven. Een van ons zou de lul worden. Marion voelt zich nu net zo rot als ik me een jaar heb gevoeld. Dat had niet zo gehoeven.”

Ze heeft weleens gedacht ermee te stoppen. “Tegen zo'n muur te moeten vechten.” Maar het zit in haar. “Een ingebouwd systeem waaruit ik kennelijk vreselijk veel energie kan putten. In het begin haal je de kracht uit de concurrentie, het onrecht. Maar na een tijdje begrijp je dat die formule niet werkt. Dan moet je de discipline ergens aanders vandaan halen. En daar heb ik dan in Peter een goeie. Die vecht op leven en dood voor je. Dan ga je het voor ook voor hem doen. Samen.”

Vreselijk zenuwachtig was ze geweest aan de vooravond van het beslissende toernooi. Misschien had ze zich maar een keer zo gevoeld. Vorig jaar toen ze zich in Leonding kon kwalificeren voor de wereldkampioenschappen en faalde. Ze voelde de spanning de laatste weken oplopen. Ze was harder, venijniger geworden. Twee weken geleden had ze Marion van Dorssen in een toernooi in Arlon een verwurging. En ze liet niet los voordat Marion af had getikt. “Ze was natuurlijk te trots. En als zij niet aftikt, moet de scheidsrechter ingrijpen.” Ze was even geschrokken. Toch wel erg getergd geweest, voelde ze. Al die opgekropte woede jegens al die mensen.

Nu waren de rollen omgedraaid. En dat wilde Staf de Moor, coach van Dorssen, weten ook. De doorgaans, rustige Zeeuw, had zich misschien wel te lang ingehouden. Zeker nadat men hem had verweten twee onverenigbare posities te bekleden: privécoach en voorzitter van de topsportcommissie. Vorige week besloot hij zich ten einde raad uit het adviescollege terug te trekken. “Het bestuur had zomaar Cor van der Geest als opvolger van bondscoach Leo de Vries aangewezen. Het werd mij als voorzitter pas verteld toen het besluit al was genomen. Ik heb niets tegen de persoon Van der Geest, maar hij behoort tot de dissidenten, het coachplatform. Er is een corrupt spelletje gespeeld.”

Van der Geest wierp zich onlangs op als intermediair in het geschil tussen de clubcoaches die het vertrek van De Vries eisten, en het bestuur onder leiding van voorzitter Frans Hoogendijk. De Haarlemse coach van onder anderen Jennie en Jessica Gal, werd prompt benoemd als interim trainer/begeleider van de vrouwen. Hij formuleerde een aantal nieuwe olympische voorwaarden waaraan Van Dorssen en De Kok zouden moeten voldoen. En werd geconfronteerd met een bestaande brief waarin zijn voorganger De Vries verzocht De Kok in plaats van Van Dorssen voor te dragen voor Barcelona, hoewel De Kok nog op geen enkele manier nominatie had afgedwongen.

Toch sprak ook Van der Geest zijn voorkeur uit voor De Kok. Maar dan moest ze in Den Bosch hoger eindigen dan Van Dorssen (ze werd derde) of gelijk met haar om vervolgens op de EK kwalificatie te bewerkstelligen. “Maar het bestuur wilde het anders. Bij gelijk resultaat mocht Van Dorssen naar de EK. Waardoor de kansen op de Spelen voor Irene waren verkeken.”

De Moor wil deze week in een gesprek met Van der Geest nog een laatste kans voor Van Dorssen versieren. “Als Irene bij de eerste vijf eindigt, mag ze naar de Spelen. Dat is niet eerlijk. Marion was vorig jaar derde op de EK. Toen waren alle belangrijke judoka's aanwezig. Nu blijven ze de meesten weg omdat ze zich op de Spelen voorbereiden. Ik vind dat Irene bij de eerste drie moeten eindigen.” De kans is groot dat zowat heel judoënd Nederland zich tegen hem en zijn pupil keert.

Van der Geest zegt een neutrale positie in te nemen. “Maar laten we eerlijk zijn. Zoals Irene vandaag judode is zij toch de beste.”