Bezeten jazzmusici en jolige toeteraars

Concert: Tenor Conclave met Teddy Edwards, Von Freeman en Buck Hill (tenorsaxofoon) met het trio van pianist Rein de Graaff. Gehoord: 4/4 BIMhuis, Amsterdam. Concert: Slot van het SJU Jazzfestival met het Quartet van tenorsaxofonist Pharoah Sanders en de Elvin Jones Jazz Machine met o.a. Ravi Coltrane en Sonny Fortune (tenorsaxofoon). Gehoord: 5/4 Vredenburg, Utrecht. Tenor Conclave is de komende dagen te horen in Veendam, Rotterdam, Laren (9/4 uitzending TROS Sesjun, Radio 3), Groningen, Utrecht, Leeuwarden en Eindhoven.

Wie jazz zegt, zegt tenorsaxofoon, althans sinds Coleman Hawkins dit instrument voor de jazz veroverde. Alles lijkt erop te kunnen: van fluisteren tot schreeuwen, van platte spierballenmuziek tot de meest verheven lyriek. De populariteit van het instrument in de jazz en de enorme ontwikkeling van de speeltechniek hebben het er voor de musici niet gemakkelijker op gemaakt.

Een 'eigen' geluid produceren is heel erg moeilijk, men lijkt altijd wel op iemand in de buurt, of, erger nog, van vroeger. Sommigen leggen zich daar maar bij neer of halen er zelfs hun voordeel uit, zoals bijvoorbeeld Pharoah Sanders die graag op John Coltrane wil lijken. Voor Sanders een voor de hand liggende keus omdat hij twee jaar naast Coltrane op de barricaden stond tot deze meester overleed, dit jaar 25 jaar geleden.

Net zoals Coltrane dat zelf zo graag deed, begon Sanders in Vredenburg met een razendsnel stuk dat eigenlijk Chasin'the Lost Trane had moeten heten. Dertien volle minuten liet Sanders het donderen en bliksemen, helaas net te kort om het in 1961 door Coltrane gevestigde record te breken. Na deze rituele duivelsuitdrijving waren de zielen in de bomvolle zaal rijp voor Softly for Shyla. Gezien het zalvende karakter van dit stuk moest men wel aannemen dat Shyla een oosterse god is en geen deerne van her of der.

Dat Sanders zijn concert na The Creator has a Masterplan afsloot met langdurige community singing en handclapping past in de traditie van de zwarte kerk. Waar God is, daar is muziek en vice versa, Oh Yeah, Oh Yeah.

Ook rond het concert van de Elvin Jones Jazz Machine hing uiteraard de sfeer van de Coltrane herdenking. Niet alleen omdat ook Jones jarenlang bij Coltrane heeft gespeeld maar ook door de aanwezigheid van Coltranes zoon Ravi, die net als zijn vader sopraan- en tenorsaxofoon speelt.

Zonder zijn instrumenten lijkt deze Ravi een nogal timide persoonlijkheid, net als zijn vader. Met zijn instrumenten, heel anders dan zijn vader, helaas echter ook. Gelukkig was er nog een andere tenorsaxofonist, Sonny Fortune, die heel wat steviger uit bleek te kunnen pakken.

Vreemde gast bij deze herdenking was de 18-jarige trompettist Nicholas Payton, goed doorvoed en zo te horen voor niemand bang. Met een beetje wind in de rug kan hij uitgroeien tot een boeiende solist.

Lieten de tenoristen op de slotavond van het SJU Jazzfestival vooral een bezeten en/of gekwelde indruk achter, de deelnemers aan de 'Tenor Conclave' die zaterdag in Amsterdam werd ingeluid, straalden iets anders uit. Toeteren is jolijt voor het hele gezin, dat lijkt het parool, vooral als men de melodietjes een beetje mee kan neurieën.

En dat kon in het BIMhuis met geheid repertoire als Billie's Bounce, Body and Soul en St. Thomas. Teddy Edwards en Von Freeman waren niet alleen de oudsten maar hadden ook nog de mooiste pakken aan, dit alles ten nadele van Buck Hill die ook zijn verleden als postbode nog mee lijkt zeulen. Tot How high the Moon/Ornithology waarin hij zich dapper naar voren werkte alsof hij een expresse-bestelling af moest leveren.

De volle zaal juichte eendrachtig. Dat het collectief de Miles Davis compositie Half Nelson spatgelijk uitvoerde, verbaasde hogelijk, dat Von Freeman in I can't get Started zo vals als een kraai speelde, kon niemand deren. Want Tenor Madness is net zo ongevaarlijk als de mazelen; je wordt er door aangestoken maar krijgt er hoogstens een beetje koorts van.