Beroepscommissie maakt in dopingzaak einde aan schorsing in Duitsland; Lot Katrin Krabbe nu in handen van IAAF

DARMSTADT, 6 APRIL. De drie Duitse topatletes Katrin Krabbe, Grit Breuer en Silke Möller, die door de Duitse atletiekbond voor vier jaar waren geschorst, mogen sinds gistermiddag in eigen land weer aan wedstrijden meedoen. De atletiekbond heeft niet afdoende kunnen bewijzen dat ze op 24 januari bij een dopingcontrole in het Zuidafrikaanse Stellenbosch fraude hebben gepleegd, oordeelde de beroepscommissie na een marathonzitting, die zaterdagmorgen om half tien was begonnen en 's avonds om half twaalf was verdaagd.

Of de atletes ook in Barcelona aan de start mogen verschijnen, is nog onzeker. Dat hangt af van de Internationale Amateur Atletiek Federatie (IAAF), die de schorsing van de Duitse atletiekbond heeft overgenomen. Zolang de Federatie die straf niet opheft, mogen de atletes niet uitkomen in buitenlandse wedstrijden. Volgens de jurist Mark Gay, die de hoorzitting in Darmstadt bijwoonde als waarnemer van de IAAF, is de Federatie niet verplicht om de vrijspraak in hoger beroep automatisch over te nemen. “De IAAF heeft haar eigen verantwoordelijkheid.”

Vertegenwoordigers van de Duitse atletiekbond houden rekening met de mogelijkheid dat Krabbe, Breuer en Möller terecht zullen komen in een juridisch niemandsland, waarin eerder de Amerikaanse 400 meter-loper Butch Reynolds gestrand is. Reynolds werd door een Amerikaanse arbitragecommissie op procedurefouten vrijgesproken nadat hij was betrapt op het gebruik van anabole steroïden. Maar de IAAF heeft zijn terugkeer in de internationale arena consequent geblokkeerd.

Mr. Emile Vrijman, beleidsmedewerker van het Nederlandse Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo), acht de kans klein dat de Duitse atletes eenzelfde lot te wachten staat. Cruciaal verschil tussen het Duitse trio en Reynolds is volgens Vrijman dat Krabbe, Breuer en Möller niet zijn betrapt op dopinggebruik en dat ook dopingfraude niet bewezen is. Daarbij mag worden aangenomen dat de Duitse atletiekbond een opheffing van de internationale schorsing met alle kracht zal ondersteunen, meent de Nederlandse deskundige. Misschien niet van harte, maar dan toch onder dreiging van mogelijke schadeclaims. Weliswaar verklaarde dr. Reinhard Rauball, de verdediger van de atletes, gistermiddag dat hij het als zijn slotopgaaf zag om de verhoudingen tussen de bond en drie dames te normaliseren en dat daarbij geen eisen tot schadevergoeding passen. Maar hij hield wel nadrukkelijk die mogelijkheid open “voor het geval beide partijen niet tot elkaar zouden komen.”

De atletes gaan ervan uit dat ze meedoen aan de Olympische Spelen, “Vanzelfsprekend” zei Katrin Krabbe, wereldkampioene op de 100 en 200 meter, met grote overtuiging, hoewel ze bekende dat ze anderhalve dag tussen hoop en vrees had geleefd. “We hebben steeds gezegd dat we onschuldig waren. Je blijft dus hopen, maar je kunt nooit weten. Deze uitspraak is een pak van mijn hart. Ik loop liever een wedstrijd dan dat ik zolang lijdzaam in spanning zit.”

Het Duitse sprinterstrio had zaterdag eerder een strijdlustige dan een geslagen indruk gemaakt. Krabbe in smetteloos witte blouse met lachende muisjes, Breuer in Bermudahemd, Möller in nonchalant beige jasje. Tegelijkertijd waren ze zichtbaar nerveus geweest, voortdurend verzittend, verbeten kauwgum kauwend.

Dat kwam misschien ook door de vijandige entourage. De conferentiezaal waar de hoorzitting werd gehouden - goudkleurige kroonluchters, plafond met goudpapier behangen - leek een belegerde veste die elk moment door vijandige hordes kon worden bestormd. Voor het begin van de hoorzitting drong inderdaad een meute van tv-ploegen en fotografen met geweld de rechtzaal binnen, stoelen omver lopend, atletes belagend. Pas toen Günter Emig, voorzitter van de beroepscommissie, dreigde dat de zaak achter gesloten deuren zou worden behandeld of zelfs verdaagd, kon de kamer worden ontruimd.

Ook in de zaal zelf hadden de drie atletes zich met hun kleine aanhang een bedreigde diersoort gewaand: erflaters van het verwerpelijke sportsysteem in het vroegere Oost-Duitsland. De beroepscommissie had volledig uit Westduitsers bestaan, net zoals de afvaardiging van de Duitse atletiekbond. De aanwezige Duitse journalisten en hoogwaardigheidsbekleders hadden hen in overgrote meerderheid al bij voorbaat schuldig verklaard.

Pas na de vrijspraak konden de atletes opgelucht lachen. Ze aaiden over de plastic geluksvarkentjes die ze voor zich op tafel hadden staan. Ze knipoogden naar hun vrienden in de zaal. Ze dankten hun verdediger.

De Duitse atletiekbond reageerde met verbijstering op het oordeel van de beroepscommissie. Rüdiger Nickel, anti-dopingvertegenwoordiger van de bond, vond de argumentatie niet te volgen. Hij zei ook dat “de strijd tegen het dopinggebruik door deze uitspraak ernstig wordt bemoeilijkt”. “We zullen met onze controles in het vervolg nog strenger moeten zijn.”

Helemaal als een verrassing kon de vrijspraak toch niet komen. De beroepscommissie had zaterdag al laten merken dat ze twijfelde aan de bewijsvoering van de atletiekbond. Dat bij een dopingcontrole op 24 januari in het Zuidafrikaanse Stellenbosch was geknoeid, stond vast omdat de urinemonsters in het laboratorium identiek waren gebleken. Maar dat de drie atletes daarvoor verantwoordelijk waren, kon volgens de beroepscommissie niet onomstotelijk worden bewezen. Tegelijkertijd waren de atletes ook niet in staat gebleken zich helemaal vrij te pleiten. Daarom kwam de beroepscommissie zaterdagavond met een compromisvoorstel. De atletes zouden geschorst blijven tot 15 mei. Ze zouden ermee instemmen dat ze bij dopingcontroles tot april volgend jaar ook inwendig onderzocht konden worden. In ruil moest de atletiekbond ervan uitgaan dat ze de anti-dopingreglementen niet hadden overtreden.

Na schorsing bleek dat de atletes met dit vergelijk wel akkoord hadden willen gaan. Weliswaar zou de buitenwacht zo'n acceptatie kunnen opvatten als gedeeltelijke schuldbekentenis - waarom zouden ze anders straf en extra controle aanvaarden - maar ze zouden in ieder geval naar de Spelen mogen gaan. Daarentegen wees de atletiekbond zo'n schikking resoluut van de hand omdat, zei Nickel, “de dopingbestrijding daarmee onmogelijk zou worden gemaakt”.

De vrijspraak die gisteren volgde, is gebaseerd op formele en praktische gronden. De Duitse atletiekbond had de dopingcontrole nooit mogen uitbesteden aan Zuidafrikaanse controleurs, omdat Zuid-Afrika geen volwaardig lid is van de IAAF en omdat op die manier onmogelijk kon worden gewaarborgd dat de Duitse anti-dopingreglementen gevolgd zouden worden, bepaalde de beroepscommissie. Verder oordeelde ze dat fraude van de atleten onmogelijk met zekerheid kon worden aangetoond door een aaneenschakeling van onzorgvuldigheden in de dopingprocedure. De urinemonsters waren niet afdoende verzegeld geweest conform de reglementen. De enige toegepaste beveiliging was niet fraudebestendig gebleken. En het transport van Zuid-Afrika naar het laboratorium in Keulen had onnodig veel tijd in beslag genomen, vijf dagen waarin ook malversaties door derden waren mogelijk geweest.